Syrië en Irak staan deels in brand - wraak van IS?

Oogst bedreigd Na jaren van misère lag een goede oogst in het verschiet in Syrië en Irak. Maar nu woeden er grote branden, mogelijk het werk van IS.

Een brandend veld bij het dorp al-Qahtaniyah aan de Syrisch-Turkse grens.
Een brandend veld bij het dorp al-Qahtaniyah aan de Syrisch-Turkse grens. Foto Delil Souleiman/AFP

Toen in de meimaand de eerste brandjes opdoken in Noordoost-Syrië en Noord-Irak wekte dat aanvankelijk geen verbazing. Bij het begin van de zomer is dat niet heel ongewoon. Maar naarmate duizenden hectaren landbouwgrond in rook opgingen net op het moment dat zij rijp waren voor de oogst, werd het duidelijk dat er meer aan de hand was.

Eind mei claimde Islamitische Staat via zijn eigen online-krant al-Naba dat het achter de branden in zowel Syrië als Irak zit. Dat is vergelding, aldus al-Naba, voor de schade die ‘shi’itische’ en andere ‘afvalligen’ hebben aangericht in het gebied dat tot voor kort onder IS-controle stond. De meeste branden vinden plaats in gebieden die door Koerdische troepen zijn heroverd op IS.

„Het oogstseizoen is nog lang”, aldus al-Naba. „Aan alle soldaten van het kalifaat: er zijn miljoenen hectaren grond die beplant zijn door de afvalligen. Het is hun economische basis. Dus rol de mouwen op en laat de oogst beginnen.”

IS zegt door brandstichting op landbouwgrond ‘afvalligen’ te willen straffen.

Tegelijk kwamen er berichten dat landbouwers in Irak gechanteerd zijn door IS. Zij moesten een religieuze belasting betalen of hun velden zouden afgebrand worden. In de Anbarprovincie in Irak, waar een deel van IS ondergronds is gegaan, zijn deze week twee IS-leden gearresteerd die bij deze afpersing waren betrokken.

Veel branden vinden echter plaats in de betwiste gebieden in Noord-Irak, die door zowel de regering in Bagdad als door de Koerdische Regionale Regering worden geclaimd. Daar profiteert IS van het veiligheidsvacuüm dat is ontstaan door de gebrekkige samenwerking tussen de diverse autoriteiten.

Massagraven van Yezidi bedreigd

Eén zo’n betwist gebied is Sinjar, het thuisland van de Yezidi-minderheid die al zo zwaar te lijden heeft gehad onder IS. Nabij het dorp Kojo woedde deze week een felle brand die daar onder meer de massagraven bedreigt waar Yezidi-slachtoffers van IS zijn begraven, en waar momenteel een identificatiemissie van de Verenigde Naties aan de slag is.

„Dit is een actie van IS om het land te verwoesten en het nog moeilijker te maken om daar te leven”, zegt Pari Ibrahim van de Free Yezidi Foundation, een ngo in Nederland. Voor Ibrahim zijn de branden het zoveelste bewijs dat men niet van de Yezidi’s kan vragen om terug te keren naar Sinjar als de veiligheid er niet kan gegarandeerd worden.

De claim van IS hoeft niet noodzakelijk helemaal waar te zijn. Arabieren beschuldigen de Koerden ervan de branden te hebben aangestoken, en omgekeerd. De Syrische oppositie in Idlib ziet er een nieuwe tactiek van het regeringsleger in. Mensen uit het getroffen gebied die ondervraagd worden over de branden geven vaak toe dat zij het zelf ook niet weten.

Foto Delil Souleiman/AFP

„Er zijn families die mensen hebben verloren door IS”, zegt één landbouwer in de provincie Raqqa tegen de website Synaps. „Die zien hoe andere families die juist hebben gecollaboreerd met IS nu een mooie oogst verwachten. Die velden in brand steken is hun wraakneming.” Een andere landbouwer legt de schuld bij vrachtwagenchauffeurs die onachtzaam hun sigarettenpeuken weggooien.

Het artikel in Synaps, een website gespecialiseerd in Syrië-analyse, waarschuwt voor al te gemakkelijke gevolgtrekkingen. Het wijst op andere factoren, zoals het gebruik van goedkope, makkelijk ontvlambare brandstof in landbouwmachines, het wegvallen van veel overheidsdiensten, zoals brandweer en natuurbeheer, door de oorlog, en tenslotte, de klimaatverandering.

Uitzonderlijk goede oogst

Wat het allemaal nog erger maakt, is dat dit jaar voor het eerst in lange tijd een uitzonderlijk goede oogst werd verwacht, het gevolg van een lange en natte winter. De regio waar de branden nu woeden, werd in de jaren 2007-2010 al getroffen door een aaneenschakeling van droogtes die in Syrië een massale plattelandsvlucht op gang bracht. Volgens sommige experts was de droogte een doorslaggevende factor voor de opstand die in 2011 in Syrië uitbrak tegen het regime van Bashar al-Assad.

„Na jaren van absoluut vreselijke droogte, de strijd tegen IS en het conflict in Syrië zou dit het jaar worden waarin de landbouwers in de regio eindelijk iets zouden terugkrijgen voor al die jaren van misère en hard werk”, zei Peter Schwartzstein van het Center for Climate and Security deze week tegen de Canadese radio.

Volgens Schwartzstein hebben de branden een emotioneel en een strategisch effect. „Emotioneel omdat veel van de branden zijn aangestoken in gebieden die anti-IS waren. Dat is pure, koelbloedige wraakneming. Strategisch omdat dit een manier is om het platteland onstabiel te houden en rijp te maken voor een potentiële terugkeer van IS.”

Daarom is het zo belangrijk dat de staat in beide landen de branden onder controle krijgt, zegt Schwartzstein. „IS rekent erop dat de volkswoede zich tegen de staat zal keren als die er niet in slaagt om voor stabiliteit te zorgen.”