Recensie

Recensie Muziek

Springsteens allegorie op Amerika toont een kant die we nog niet kenden

Western Stars Op zijn negentiende album Western Stars brengt Bruce Springsteen een eerbetoon aan
de filmmuziek en orkestrale pop uit de jaren zeventig,

Sony Music

Bruce Springsteen met orkest. Sterker nog, Bruce Springsteen met een gróót orkest. Dat was misschien wel het laatste dat verwacht kon worden na de 236 avonden die The Boss praktisch in zijn eentje doorbracht op Broadway, met een show die terugblikte op vijf decennia waarin violen en orkestarrangementen een minimale rol speelden. Het stond op zijn verlanglijst om nog eens een album te maken dat teruggrijpt naar de filmmuziek en orkestrale pop uit de jaren zeventig, zoals Glen Campbell en Dionne Warwick die maakten.

Lees ook: ‘Fuck the moon landing, let’s rock!’

Overrompelende, filmische arrangementen stonden hem voor ogen, in songs waarin hij als vanouds het perspectief kiest van personages uit het echte Amerikaanse leven. Met zijn negentiende album Western Stars brengt Springsteen een eerbetoon aan de tijd dat producers de scepter zwaaiden in de opnamestudio en kosten noch moeite gespaard werden om een popsong op te tuigen. Dat begint nog relatief sober in de folksong ‘Hitch Hikin’, met een eenzame banjo die spoedig ondersteund wordt door zoete violen. Al in het tweede nummer ‘The Wayfarer’ gaan alle registers open en wordt een voltallig filmorkest ingezet voor het droeve verhaal van een man die, teleurgesteld in de liefde, doelloos van stad naar stad trekt.

Versleten stuntman

Hollywood en Zuid-Californië gaven Bruce Springsteen (69) inspiratie voor de dertien songs van Western Stars, een titel die zowel verwijst naar westernfilms als de sterren boven Californië. Zijn protagonisten dwalen door de woestijn, drinken Jack Daniels op een verlaten parkeerterrein of denken weemoedig terug aan de tijd dat het avontuur nog lonkte in verre streken. In ‘Drive Fast’ is hij de versleten stuntman, die onder begeleiding van een Ennio Morricone waardige soundtrack mijmert dat de stalen pin in zijn been hem telkens weer naar huis brengt. Titelnummer ‘Western Stars’ handelt over de uitgerangeerde acteur die pocht dat hij John Wayne nog gekend heeft, en in ‘Somewhere North of Nashville’ vereenzelvigt hij zich met de mislukte songschrijver die zijn ziel en zaligheid verkocht voor een lied.

Onvervalste crooner

Western Stars neigt soms naar countrymuziek, maar dan wel van het type ‘countrypolitan’ waarin de steelgitaar ondersteund wordt door weidse orkestpartijen. In ‘Chasin’ Wild Horses’ staat het paard model voor de uit zijn vingers geglipte liefde en in het bitterzoete ‘There Goes My Miracle’ is Springsteen een onvervalste crooner die zijn liefje bezingt terwijl ze bij hem wegloopt. In het weergaloos weemoedige ‘Stones’ wordt de zanger wakker met „stones in my mouth: those were only the lies that you told me.” Violen begeleiden hem naar de horizon, waar hij als een door spijt en wrok geteisterde loner zijn ongewisse toekomst tegemoet treedt.

De muziek laat Springsteen horen zoals we hem nog niet kenden; in zijn teksten roert hij oude thema’s aan. Als Western Stars bedoeld is als een allegorie op Amerika onder Trump, dan belooft het niet veel goeds. Fans van The Boss oude stijl hoeven niet bang te zijn voor drommen violisten op het podium: later dit jaar staat een Amerikaanse tournee met de E Street Band op het programma.