Opinie

Roekeloze gok draagt bij aan verschraling van binnensteden

Hudson’s Bay

Commentaar

Krap twee jaar na de feestelijke introductie is het alweer voorbij. De Canadese warenhuisketen Hudson’s Bay verkoopt de Belgische en Duitse winkels aan de Oostenrijkse vastgoedinvesteerder Signa, en breekt zich het hoofd over wat te doen met de vijftien warenhuizen die sinds september 2017 in Nederland werden geopend. Die doen het zo slecht dat Signa ze niet wil hebben, waardoor de Canadezen ermee blijven zitten.

Zelden is een investeringsbeslissing van vele miljarden sneller omgedraaid dan nu bij Hudson’s Bay. Van ambities in het begin die tot in de hemel reikten (zestig winkels in het hele land!), naar een kleinschaliger introductie (vijftien winkels) tot de trieste conclusie nu. Wie de afgelopen twee jaar in ogenschouw neemt, snapt niet dat de Canadezen nog geen drie maanden geleden feestelijk filialen in Utrecht en Amstelveen openden.

Al vanaf het eerste begin vielen de verkopen tegen en de kosten liepen hoog op. In 2018 draaide de Nederlandse tak een verlies van 80 miljoen euro. In september van dat jaar kreeg een fusiebedrijf van de twee grootste Duitse warenhuizen Karstadt en Kaufhof de leiding over de Nederlandse vestigingen. De meerderheidsaandeelhouder van het moederbedrijf is het Oostenrijkse Signa, dat nu dus volledig eigenaar wordt van de Duitse en Belgische filialen.

De scenario’s voor de Nederlandse markt zijn weinig hoopgevend: saneren moet hoe dan ook (hetgeen sluiting van een aantal winkels betekent). Ook een faillissement van de Nederlandse poot is een optie, maar de langjarige huurcontracten die gegarandeerd zijn door de holding in Canada compliceren dat scenario. De rekening moet immers gewoon betaald worden. Doorverkopen aan een andere investeerder (maar welke dan?) wordt ook overwogen.

Hudson’s Bay heeft dus gegokt en vooralsnog verloren. In plaats van in het gat te springen dat V&D liet vallen na het faillissement begin 2016, richtte Hudson’s Bay zich op het hogere segment. Een tweede Bijenkorf dus, in een tijd dat de ‘eerste’ Bijenkorf zelf ook noodgedwongen het aantal winkels terugbracht van twaalf naar zeven. Op basis waarvan Hudson’s Bay dacht dat dit zou gaan werken, blijft vooralsnog een raadsel.

Wat rest is een treurig beeld. Voor grote steden als Amsterdam en Rotterdam is een terugtrekking van Hudson’s Bay nog wel te overzien. Maar wat te doen met de gigantische leegvallende panden in binnensteden in plaatsen als Enschede, Zwolle, Amersfoort en Leiden? Daar dreigt leegstand en verdere verschraling van het winkelaanbod. Na failliete kledingwinkels (CoolCat, Sissy-Boy), speelgoedketens (Intertoys, Bart Smit) en warenhuizen (V&D verdween, tientallen filialen van Blokker sloten) is een sluiting van Hudson’s Bay de zoveelste klap.

Roekeloze investeringen zijn niet verboden, en de schade die moederbedrijf Hudson’s Bay Company loopt is dan ook geheel en al voor eigen rekening. De 1.800 Nederlandse werknemers van de keten blijven mogelijk met lege handen achter. En pijnlijk voor de leefbaarheid van steden is het ook.

Uiteindelijk heeft de consument natuurlijk altijd gelijk. Zolang die zijn aankopen liever online doet dan in een pseudochic warenhuis, zullen nieuwe initiatieven als Hudson’s Bay gedoemd blijven te mislukken. Aan gemeentebesturen de taak om na te blijven denken hoe de leefbaarheid van de binnensteden dan het best geborgd kan worden.

Correctie (13 juni 2019): In een eerdere versie van dit commentaar ging het over vestigingen van Hudson’s Bay in „kwakkelende” binnensteden, waaronder die van Eindhoven. Het warenhuis heeft geen vestiging in deze Brabantse stad, wel in Enschede. Bovendien voldoen niet alle genoemde binnensteden aan de typering, die daarop is verwijderd.