Recensie

Recensie

De meditatieweek die leidde tot een psychose

Spiritualiteit Aan de hand van literatuur, interviews en tv-series tast filosoof Stine Jensen de ethische grenzen van de moderne spiritualiteit af. Ze vraagt zich onder meer af wanneer je je aan een geestelijk leider over kunt geven.

Meer dan 12.000 yoga-beoefenaars op Times Square in New York op 21 juni 2017.
Meer dan 12.000 yoga-beoefenaars op Times Square in New York op 21 juni 2017. Foto Richard Levine

Het zal je maar gebeuren. Ga je naar een cursusweek mediteren in Zuid-Frankrijk, krijg je nauwelijks te eten, mag je maar een paar uur slapen en moet je, midden in de nacht, geblinddoekt de bergen inlopen. En dat is nog niet alles, want de spiritueel leider blijkt een bedenkelijke reputatie te hebben en bovendien krijg je halverwege de week het gevoel alsof er iets mis is in je hoofd. Wat doe je dan?

Voor filosoof Stine Jensen (1972) was de keuze snel gemaakt. Ze pakte haar spullen en vertrok. Eenmaal thuis had ze last van angstaanvallen, het duurde zelfs een hele tijd voordat ze geestelijk was hersteld. Afgezien van de vraag of ze misschien gedrogeerd was – ze kreeg een koekje waar iets in zat – bleef er nog een kwestie in haar hoofd rondzingen: waarom bleven de andere deelnemers maar zij niet?

In Goeroes. Mijn zoektocht naar de verleidingen en gevaren van moderne spiritualiteit, gaat ze op zoek naar het antwoord. Wanneer is het gezond om je aan een spiritueel leider over te geven? En welke charismatische technieken zorgen ervoor dat je je overgeeft, of zelfs je autonomie opgeeft?

Spirituele leegte

Net als in Go East (2015), waarin Jensen beschreef hoe Kundalini Yoga haar hielp tijdens een burn-out, gebruikt ze in Goeroes haar persoonlijke ervaringen om bredere, maatschappelijke kwesties te onderzoeken. Het resultaat is geen navelstaarderig betoog over de gevolgen van haar ‘bad trip’, of een flauwe afrekening met de huidige yoga-cultuur, maar een filosofisch verslag waarin Jensen, met behulp van literatuur, interviews, films en tv-series, de ethische grenzen van geestelijk leiderschap en moderne spiritualiteit aftast.

Terecht laat ze zien dat er op dit moment sprake is van verwarring. In de huidige haast-cultuur – waar privé en werk in elkaar overlopen, burn-out op de loer ligt en de traditionele, religieuze kaders zijn weggevallen – is het begrijpelijk dat men zoekt naar manieren om geest en lichaam tot rust te brengen. Maar aan wie of wat geef je je over?

Stine Jensen ontdekte de schaduwkanten van yoga en meditatie. Lees ook: Laat je niet hersenspoelen

Dat is nog niet zo eenvoudig. In dit ‘post-autoriteitstijdperk’ – een term die Jensen ontleent aan collega-filosoof Coen Simon – is er geen gebrek, maar eerder een teveel aan autoriteiten. ‘De nieuwe goeroes bevinden zich op Instagram en YouTube, noemen zich „ king” of „influencer”. Hun „goeroeschap” is ideologisch en spiritueel leeg: het richt zich met name op lifestyle, uiterlijk, grappen en grollen.’

Machtsmisbruik

Hoe onderscheidt je dan, voor degenen die spirituele verdieping zoeken, de ‘goede goeroe’ van de ‘slechte goeroe’?

In haar zoektocht baseert Jensen zich onder meer op het werk van hoogleraar boeddhistische filosofie André van der Braak, die in zijn boek Goeroes en charisma (2006) noteerde aan welke eigenschappen een charismatisch leider (veel zelfvertrouwen, verbluffend sociaal inzicht, charismatisch, innerlijke kalmte) moet voldoen en welke sociale processen rondom zo’n persoon leiden tot een beleving van charisma.

Lees ook: De druk, zinloosheid en leegte van het Instagram-leven

Belangrijk, aangezien westerlingen gemakkelijk trappen in ‘oosterse valkuilen’ – denk aan de Netflix-serie Wild Wild Country (2017) over de spirituele gekte in de Amerikaanse staat Oregon rondom de Indiase goeroe Bhagwan Shree Rajneesh. Ook maakt Jensen gebruik van The Guru Papers (1993) van yoga- en schrijversechtpaar Joel Kramer en Diana Alstad die wijzen op de inherente gevaren binnen het spirituele ‘systeem’. Want zorgt het concept van de ‘pure, superieure goeroe’ tegenover de zoekende volgeling er niet bij voorbaat voor dat machtsmisbruik verleidelijk wordt?

En dan zijn er nog tal van andere kwesties die Jensen aankaart. Want ook de psychologische werking van een groep op het individu kan sterk zijn. Denk alleen al aan de invloed van anderen tijdens een yoga-sessie: binnen een groep zijn intensieve oefeningen langer vol te houden dan alleen. En de groepsdruk wordt al helemaal groot wanneer iedereen zich overgeeft aan een spiritueel leider.

Psychose

Dat brengt ons terug bij de vraag die Jensen zichzelf stelt aan het begin van het boek. Waarom was zij de enige die vertrok? Antwoorden vindt ze deels door te praten met yogi’s uit de Kundalini Yoga-gemeenschap en door een gesprek met een assistent-trainer van de opleiding uit Frankrijk. Een van de dingen die naar voren komt is deze: een geestelijk leraar kan beweren dat ‘alles nut heeft’ – dus ook een psychose. Dat kan botsen met de opvattingen over gelijkwaardigheid en autonomie die de leerling aanhangt.

Voor Jensen had dit de reden kunnen zijn om de Kundalini Yoga, na haar negatieve ervaring, voorgoed af te zweren. Het valt te prijzen dat ze dat niet doet. Zoals ze concludeert: ‘Het yogisch-filosofische perspectief vanuit Kundalini Yoga is vooralsnog het beste betekenisvenster op het leven dat ik tot nu toe heb aangereikt gekregen om het leven leefbaarder te maken, mooier, iets beter ook, en om het te begrijpen.’

De negatieve ervaring heeft haar uiteindelijk verrijkt in zoverre dat ze er dit boek over schreef. Goed voor de lezer ook, want een nuchtere blik, in tijden van spirituele verwarring, is hard nodig.