Recensie

Recensie

Op verbruik en karakter verslaat de Lexus ze allemaal

Autotest Veel ruimte biedt de Lexus UX 250h niet, ziet maar hij rijdt als een grote en drinkt als een kleintje.

De Lexus UX 250h bij Lexus Amsterdam. Foto Merlijn Doomernik
De Lexus UX 250h bij Lexus Amsterdam. Foto Merlijn Doomernik

Wie ben jij nou weer? Als het Lexusje kon praten, en dat leert het vast nog wel, zei het dit: „Ik ben de UX 250h, zeg gerust Uk. Je denkt misschien: alweer zo’n onderdeurtje dat een zweterige vuist komt maken tegen andere chique crossovertjes van Audi, BMW, Mercedes-Benz en Volvo. Maar op verbruik en karakter versla ik ze allemaal, want ik haal 1 op 24 en ik ben zo Japans als origami en de karaokebar. Welkom aan boord, enjoy the ride!”

Aan tafel! Ach, wat heeft hij zijn best gedaan. Hij vergast de Lexus-habitué op het feest der herkenning van de Japans royaal gedekte dis. Lexus-dashboard, Lexus-multimedia met het onhandelbare touchpad op de iets te breed gegroeide middentunnel, perfecte afwerking en van schuifdak tot voorstoelen alles elektrisch, althans in de testauto. Heuglijk het weerzien met de klimaatconciërge van Lexus, een soort wellnessbarometer die voor jouw bestwil zelf beslist of je aan stoelkoeling of stuurverwarming toe bent. Hij schakelt zelfstandig de klimaatzone voor de bijrijder uit als niemand naast je zit. Je kunt hem leuk bedonderen door je hand stevig op de lege stoel te drukken. Ja hoor; de auto, die denkt dat daar iemand is gaan zitten, activeert terstond de klimaatregeling ter rechterzijde. Nog even en hij meet je hartslag en je oogbolspanning, zet Duncan op tegen de hoge bloeddruk. Een grote Lexus in het klein, een royal treat van zorgzame perfectie. Maar natuurlijk net even anders.

Want dit is de eerste urban crossover van het merk, eentje voor in de stad – een stad als Tokio, begrijp ik uit de folder. Hij staat voor een oosterse totaalvisie op exclusiviteit, die zijn authenticiteit borgt met een ode aan de Japanse kunstnijverheid. De textuur van de dashboardbekleding imiteert het washi-papier van de schuifdeuren in traditionele Japanse huizen, het leer is gestikt als een judopak. Hij postmoderniseert het oude ambacht, het vakmanschap dat kunst van decoratie onderscheidde voor kunst alles en dus niets werd. Voor wie de kramp geduid had willen hebben; hij zoekt wanhopig naar de eigen signatuur die een Duits merk a priori cadeau krijgt.

Ik snap best waarom hij er is; omdat er anderen als hij zijn. Desondanks begrijp ik hem niet helemaal. Ik zie er allereerst geen typische crossover in. Waar concurrenten als de Volvo XC40 en de BMW X1 duidelijk suv’s zijn, staat hier op het eerste gezicht een uit de bakvorm opgestegen hatchback in de Golf-klasse. Hij lijkt kleiner en gedrongener dan hij is, terwijl hij met zijn net geen vierenhalve meter langer werd dan de Volvo en de BMW. Een deel van dit Madurodam-effect is toe te schrijven aan de overheersende neus met de enorme zandlopergrille, die de rest van zijn gedaante optisch laat verschrompelen.

Twee paar spillebenen

Binnen wordt de schijn realiteit. Wat is hij krap. De eerste visuele confrontatie met de achterbank komt als een schok. Het gat tussen de zitting en de voorstoelen is een kier. Kan daar überhaupt gezeten worden? Mits de inzittenden voorin bereid zijn tot een offer aan de jammerlijk beknelde medemens, ontstaat er net voldoende speelruimte voor twee paar spillebenen. De kinderloze staat lijkt voor UX-gegadigden een absolute voorwaarde.

Nu lijkt vervoer van nageslacht in het geheel niet de bedoeling. Hij is geschikt voor twee categorieën; ten eerste de jongeren, ten tweede de vijftigers die uit de kinderen maar nog niet in de kleinkinderen zijn. Uit de naar hipsters lonkende brochure maak ik op dat de eerste groep de gewenste is, terwijl mijn ruime ervaring met dit genre leert dat hij wel weer gekaapt zal worden door de vijftigers, om precies te zijn die tussen de 55 en de 60; te oud voor de disco, te jong voor Rieu. Hen ga ik nu geruststellen. Voor wie kan leven met een als familieblik vermomde twee-plus-tweezitter is dit een werelds ding dat rijdt als een grote en drinkt als een kleintje. Geen concurrent komt op benzine in de buurt van zijn gemiddelde verbruik van 1 op 20. Nog indrukwekkender is dat de lichtvoetigheid niet heeft geleden onder het gewicht van de fluweelzachte hybride aandrijflijn. Met aluminium deuren, motorkap en kofferklep wist Lexus het leeggewicht te beperken tot iets meer dan 1500 kilo. In combinatie met zijn lage zwaartepunt en compacte draaicirkel wordt de UX daarmee de meest handzame Lexus tot nu toe. Dag lieve Uk!