No cure, no pay voor medicijnen

Farmaceuten Zorgverzekeraars hoeven een duur kankermedicijn van farmaceut Bristol-Myers Squibb alleen te vergoeden als het werkt.

Apotheek in Ikazia Ziekenhuis, Rotterdam
Apotheek in Ikazia Ziekenhuis, Rotterdam Lex van Lieshout / ANP XTRA

Hoe duur ook, medicijnen slaan bij lang niet alle patiënten aan. Daarom zoeken zorgverzekeraars naar andere financieringsmogelijkheden. Ze hunkeren naar een pay-for-performance-model, waarbij verzekeraars alleen betalen als het medicijn werkt. Het wordt ook wel ‘no cure, no pay’ genoemd.

Donderdag werd bekend dat zorgverzekeraars, Nederlandse oncologen, het Zorginstituut en de Amerikaanse farmaceut Bristol-Myers Squibb een pay-for-performance-proef starten met een groep van 130 patiënten met de zeer zeldzame MSI-H-tumor die zijn uitbehandeld. Zij krijgen zestien weken het kankermedicijn nivolumab op kosten van de farmaceut. Patiënten bij wie de tumor slinkt of niet verder groeit, worden doorbehandeld met een vergoeding uit de basisverzekering.

Het is niet voor het eerst dat er zo’n proef wordt opgezet. Momenteel lopen er in Nederland al drie met pay-for-performance, daarnaast is er één proef afgerond. Zo betaalt farmareus Novartis de kosten terug voor injecties bij astmapatiënten, als ze na vier weken niet goed blijken te reageren op het medicijn. Een ander voorbeeld is een geneesmiddel van het Franse Sanofi dat wordt toegepast bij een beenmergziekte dat bij circa 80 procent van de patiënten aanslaat. Als het niet werkt, neemt Sanofi de kosten voor haar rekening. Ook in Engeland en Frankrijk wordt deze vorm van financiering vaker toegepast.

De pay-for-performance-proef met nivolumab is opmerkelijk omdat de werking van het medicijn bij deze patiëntengroep nog niet bewezen is. „Voor de fabrikant is dat aantrekkelijk”, zegt Carin Uyl-de Groot, hoogleraar evaluatie van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit. „Normaal hoort een bedrijf zelf voor dit soort studies te betalen.” Als het medicijn bij deze patiënten blijkt te werken, betalen zorgverzekeraars al in dit stadium mee.

Toch hebben farmaceuten normaal gesproken weinig interesse in zulke studies, zegt Emile Voest, hoogleraar medische oncologie van het Antoni van Leeuwenhoek: „Het gaat om een hele specifieke patiëntengroep, waarbij het moeilijk is de werking in grote, vergelijkende studies te bewijzen. De farmaceut zou dan over de hele wereld patiënten bij elkaar moeten zoeken.”

Kleine groepjes

De nivolumab-proef is dan ook niet zozeer een antwoord op dure medicijnen, maar sluit eerder aan bij de beweging naar precisiemedicijnen, vanuit de gedachte dat elke patiënt uniek is. Binnen de kankerzorg bijvoorbeeld worden steeds fijnmazigere profielen gemaakt van tumoren om patiëntengroepen te onderscheiden.

De pilot in Nederland is onderdeel van de DRUP-studie, een klinische studie bij uitbehandelde kankerpatiënten om te achterhalen of bepaalde medicijnen ook aanslaan bij patiënten voor wie ze niet bedoeld waren. Met DRUP doen meer dan dertig Nederlandse ziekenhuizen mee: vierhonderd patiënten die steeds in kleine groepjes worden verdeeld om te testen of een medicijn werkt.

Uit de DRUP-studie bleek dat het immuuntherapie-medicijn nivolumab, dat ook wordt ingezet voor de behandeling van melanoom, ook effectief was bij tweederde van een groep patiënten met de MSI-H-tumor.

Probleem is dat zolang de werking van het medicijn niet is aangetoond, het bij deze groep niet wordt vergoed. „Dat is iets waar onder meer het Europees Medicijn Agentschap mee worstelt”, zegt Voest. „Als patiëntengroepen zo klein zijn: wie zegt dan met zekerheid dat het werkt?”

Oncologen willen het financieringsmodel van no cure, no pay vaker toepassen bij allerlei toekomstige kleine groepjes patiënten. Voest: „Op deze manier kunnen we er op een andere manier ervaring mee opdoen.”

Bij de proef met nivolumab zijn de criteria voor een vergoeding helder: de tumor moet stoppen met groeien of slinken. „In het buitenland lopen pay-for-performance-financieringen er vaak op stuk als men het niet eens wordt wánneer een medicijn aanslaat”, zegt Matthijs Versteegh, directeur van het Rotterdamse wetenschappelijk instituut iMTA dat medicijnkosten analyseert. „Blijven leven of doodgaan, dat is meetbaar. Maar hoeveel het remmen van tumorgroei op termijn bijdraagt aan lengte of kwaliteit van leven is lastiger.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.