Opinie

    • Clarice Gargard

Nee, het is geen wedstrijd in zielig zijn

Clarice Gargard

Het nieuwe feminisme is inclusief. Zowel Women’s March en #MeToo als Pride en de klimaatbeweging zijn er onderdeel van. Sommigen zeggen dat huidige feministen de plank misslaan, omdat het over alles en niets zou gaan. Ik zie het als poging tot radicale medemenselijkheid.

Toen ik jonger was, sprak ik wel eens met zwarte vriendinnen over wat onze levens meer tekent: vrouw zijn of zwart zijn. Maar het is tamelijk onmogelijk het een boven het ander te verkiezen: je kunt jezelf niet opsplitsen.

Dat besef was dertig jaar geleden de reden voor de Amerikaanse advocaat en professor Kimberlé Crenshaw om de term ‘intersectionaliteit’ in het leven te roepen. Met deze theorie beschrijft zij hoe verschillende (gemarginaliseerde) identiteiten aan elkaar verbonden zijn en in één persoon kunnen samenkomen. Zoals man, vrouw, non-binair, Afrikaans, Europees, Aziatisch, rijk, middenklasse, arm, met of zonder beperking, religieus of niet. We komen van het platteland of de stad en delen wel of niet een gender met onze geliefden.

Je identiteit bepaalt niet wie je bent als mens, maar beïnvloedt wel hoe je behandeld wordt en wat voor leven je kunt en mag leiden. Sommige critici zien intersectionaliteit als een wedstrijd over wie het ‘zieligst’ zou zijn. Niets is minder waar.

Afgelopen week gaf Crenshaw een lezing aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) op een conferentie over diversiteit en inclusiviteit. Zij stelde dat het niet enkel om individueel lijden gaat, maar om systematische onrechtvaardigheid. Die zorgt er voor dat bijvoorbeeld de kloof tussen arm en rijk groter wordt, je minder kans hebt op een baan als je niet wit bent en je als vrouw of trans persoon vaker met fysiek geweld te maken krijgt.

Tijdens de conferentie waarschuwde RUG-bestuursvoorzitter Jouke de Vries voor ‘identiteitspolitiek’. Het zogenaamd inzetten van je identiteit als troef in het publieke debat. Maar identiteit kun je niet achterwege laten wanneer het de reden is dat je voor je leven, inkomen of veiligheid te vrezen hebt. Dat is alsof je tegen iemand die neergeschoten is zegt dat hij met geen woord over het bloedend lichaamsdeel mag reppen.

Zij die – om wie ze zijn – achtergesteld worden, besteden hun energie liever aan het verbeteren van hun levenskwaliteit, dan met anderen te discussiëren over de spelregels voor het debat over die achterstelling.

Ik moet denken aan de Amerikaanse schrijver en denker James Baldwin, die zwart en homo was. Hij zou naar verluidt over het publieke debat hebben gezegd: „We kunnen het oneens zijn en nog steeds van elkaar houden, tenzij jouw mening bijdraagt aan mijn onderdrukking en de ontkenning op mijn recht te bestaan.”

Dat geldt ook voor mij: ik wil niet discussiëren met mensen die mij of anderen niet als volwaardig mens zien of behandelen. Over intersectionaliteit wordt vaak gezegd dat het hallucinant is om voor alle mensen een beter leven en veilige omgeving te willen creëren. De criticasters lijken meer moeite te hebben met degenen die naar rechtvaardigheid streven dan met de onrechtvaardigheid zelf.

Misschien hebben ze gelijk en is het onhaalbaar. Persoonlijk geloof ik liever in een droomwereld waar elk leven even waardevol is, dan dat ik me neerleg bij het idee dat alleen sommige levens waarde hebben.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.