Opinie

Nederland stelt handelsbelang boven mensenrechten

Turkije Minister Blok moet de Turkse president Erdogan duidelijk maken dat hij zich niet moet bemoeien met Nederlandse burgers, schrijft naar aanleiding van de arrestatie van een Eindhovens SP-raadslid in Turkije.

Koen van Weel/ANP
Koen van Weel/ANP

Op 24 mei schreef ik op Joop.nl over het onrechtmatig vasthouden van een Rotterdamse moeder en haar baby in Istanbul en de kwetsbare positie waarin Nederlandse critici van de Turkse regering zich bevinden. Het nieuws over Murat Memis, fractievoorzitter van de SP in Eindhoven, laat zien dat de impact van de Turkse president Erdogan op onze rechtsstaat nog groter is dan eerder gedacht.

Memis is niet alleen gemeenteraadslid, hij is ook een Koerdische Nederlander met kritiek op de Turkse regering. Dinsdag bleek dat dit op 30 april voldoende was om in Antalya gearresteerd te worden. Na vier dagen in een cel werd hij vrijgelaten, maar de politicus mag Turkije niet verlaten voordat zijn rechtszaak heeft plaatsgevonden. Memis wordt er namelijk van verdacht terroristische propaganda te maken; concreet bewijs hiervoor is er echter niet. Memis is niet de enige wie dit is overkomen: volgens een brief van het ministerie van Buitenlandse Zaken, zaten er in april acht Nederlandse staatsburgers vast vanwege hun politieke opvattingen. Dat zijn dan nog maar de officieel geregistreerde gevallen. Deze verschillende zaken hebben drie overeenkomsten: de verdachten zijn van Koerdische komaf, zijn openlijk kritisch richting het Turkse regime en bij allen is er behalve ‘verklikking’ geen bewijs voor de verdenking.

Lees ook: Hechtenis SP’er bedreigt periode van dooi in relatie met Turkije

Het verklikken is al jaren mogelijk, maar het systeem wordt steeds fijnmaziger en laagdrempeliger. Je kunt iemand al aangeven door hem of haar te taggen op social media. Wie een Koerdische achtergrond heeft, is op voorhand verdacht. Hoewel de Turkse ambassade in Nederland het ontkent, kunnen Turkse Nederlanders hun kritische medeburger daar aangeven als gevaar voor Turkije. Deze verklikkingen kunnen in Turkije vervolgens voldoende zijn om te worden gearresteerd. Dit was al even bekend, maar met de aanhouding van Murat Memis is er weer een nieuwe grens overschreden: zelfs democratisch verkozen politici kunnen zich immers niet meer onbelemmerd uitspreken.

Na de arrestatie van Murat Memis besloot het ministerie van Buitenlandse zaken om het reisadvies naar Turkije aan te passen. Sinds 14 mei waarschuwt het ministerie dat de Turkse overheid Nederlandse burgers „kan vervolgen voor uitingen die buiten Turkije zijn gedaan, ook op sociale media. Houd hier rekening mee als u naar Turkije reist.” De Nederlandse regering schiet ernstig tekort in het beschermen van haar eigen burgers en politici. Keer op keer bevestigt minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dat hij niet verder wil gaan dan dit aangepaste reisadvies: handelsrelaties met Turkije krijgen de prioriteit boven mensenrechtenbeleid. Met andere woorden: Buitenlandse Zaken gaat opgepakte Nederlanders dus niet helpen.

Het feit dat Nederland niet omkijkt naar interne Turkse mensenrechtenschendingen was al duidelijk. Dat het oppakken van Nederlandse burgers en politici minister Blok ook niet tot actie beweegt, is echter een nieuw dieptepunt. Zolang Blok niet duidelijk maakt dat Turkije zich niet moet bemoeien met Nederlandse burgers die in Nederland iets hebben gezegd, is hij verantwoordelijk voor het de mond laten snoeren van kritische burgers. Nederland bevindt zich als handelsland en invloedrijk lid van de Europese Unie wel degelijk in een positie om invloed uit te oefenen op Turkije. Als het erop aankomt wegen systematische schendingen van mensenrechten voor Nederland kennelijk minder zwaar dan de handelsbelangen en de deal met Turkije om vluchtelingen tegen te houden. Het uitblijven van steun aan een gearresteerd gemeenteraadslid is daarmee een nieuwe, pijnlijke nederlaag.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.