Mediamonitor 2019

In Nederland maken we ons veel minder zorgen om nepnieuws dan elders

. Nederlanders maken zich weinig zorgen over nepnieuws, zeker in vergelijking met ons omringende landen. Een derde van de Nederlanders maakt zich zorgen over wat echt en nep is op internet, het laagste aandeel in vergelijking met de ons omringende landen. De zorgen zijn vooral in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk groot: respectievelijk 67 en 70 procent van de mensen maakt zich daar zorgen.

Het vertrouwen in het nieuws neemt ten opzichte van vorig jaar iets af, maar blijft desondanks in Nederland hoog: ruim de helft (53 procent) vertrouwt het nieuws, en als het gaat om de nieuwsbronnen die mensen zelf gebruiken is dat aandeel zelfs 64 procent. In Frankrijk ligt dat getal wederom veel lager: slechts 34 procent vertrouwt het nieuws dat zij zelf gebruiken.

Dat zijn enkele conclusies uit de Mediamonitor: een terugkerend onderzoek van het Commissariaat voor de Media naar nieuwsmedia in Nederland – waarin vertrouwen in het nieuws nadrukkelijk „van essentieel belang voor een goed functionerende democratie” genoemd wordt. Voor de tweede maal zijn de resultaten van een omvangrijke studie van het Reuters Institute naar nieuwsgebruik in de Mediamonitor meegenomen (Reuters Digital News Report). In 38 landen, waaronder Nederland, zijn representatieve steekproeven gehouden; ruim tweeduizend mensen in Nederland zijn in januari ondervraagd over hun nieuwsconsumptie. Behalve de vraag naar vertrouwen in nieuws, is bijvoorbeeld gepeild of zij voor digitale informatie willen betalen.

Gemiddeld gebruiken meer dan 8 van de 10 Nederlanders dagelijks nieuws. Hoe ouder iemand is hoe groter de voorkeur voor tv en print. Er wordt nog steeds weinig voor online nieuws betaald in Nederland: slechts 11 procent heeft dat afgelopen jaar gedaan (een jaar eerder was dat 13 procent). Oudere leeftijdsgroepen zijn het minst bereid te betalen. In Noorwegen is dat gebruikelijker: 34 procent betaalde voor online nieuws.