Opinie

Leah

Marcel van Roosmalen

Tot een paar jaar geleden haatte ik mensen met kinderen. Of haatte… Ik schakelde gewoon uit als er weer iemand begon aan zo’n verhaal. „Dat is inderdaad wel een heel gek woord dat ze in de supermarkt heeft gezegd, doei daaag.” In verhalen over hun aftakelende huwelijken was ik dan wel weer geïnteresseerd.

Gisteren werd ik vanuit het niets gebeld door een oude vriend die ik al te lang niet meer had gezien of gesproken. Zijn zoon was geslaagd voor het vwo, ze stonden op het punt naar de diploma-uitreiking te gaan. Op de achtergrond hoorde ik zijn vrouw van die houten wenteltrap van ze af komen. Dreigend getik van hakken.

Goed gesprek.

„We moeten zo weg, ja.”

„Ik ben even aan het bellen, ja.”

Ik kreeg het feestvarken ook nog even aan de telefoon.

„Ja, ik ben geslaagd, ja.”

Mijn vriend rondde af, hij moest nog snel een andere broek aan of zoiets.

Ik herinnerde me opeens dat hij als eerste vader was en dat hij dan in de kroeg zat te vertellen dat diezelfde zoon verslaafd was aan de olifanten in de dierentuin en dat hij met dat soort verhalen niemand een plezier deed.

Wanneer was ik voor het laatst gelukkig? In Chin. Ind. Rest. Blue Lotus te Velp

Ik hing op.

Daaag oude vriend.

Ik liep nog wat door het vierkant gras wat we achtertuin noemen.

Wanneer was ik voor het laatst gelukkig? Zo’n gevoel dat je besluipt en waarvan je dan achteraf denkt: hee, ik dacht nergens anders aan.

Antwoord: In Chin. Ind. Rest. Blue Lotus te Velp, een plaats waar ik vanwege alle herinneringen tot voor kort al maagzuur kreeg als ik er alleen al aan dacht.

Ik was met mijn jongste dochter, ze heet Leah, vooruitgelopen. De rest kwam nog.

Zij in een plastic kinderstoel, mintgroen.

Die voortdurende herhaling.

„Kijk dan, papa!”

En dan dat hoofdje met dat veel te steile, blonde haar dat wegduikt achter een enorm stuk kroepoek, een niet te missen schaterlach. Het zal wel weer een reactie zijn op mijn eigen opvoeding, maar ik word zo’n man die niet merkt dat er een serveerster naast hem staat terwijl hij om zijn dochter te plezieren met zijn hoofd op een bord ligt met een stuk kroepoek in zijn haar.

„Goed verhaal”, zei iemand voor hij maakte dat hij wegkwam. Als ik zo doorga, als dit mijn conversatie is, hou ik natuurlijk niemand meer over. Ik denk dat ik dan ook mensen ga bellen als ze haar diploma heeft.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.