Kraamkamer van vele vroedvrouwen

Verloskunde Vroedvrouwen in opleiding spreken met leerlingen van bijna zestig jaar geleden. Anekdotes genoeg, maar ze leerden toen vrijwel hetzelfde als nu.

Het is een prachtvak, daar zijn ze het allemaal wel over eens. Voormalig vroedvrouw Trees Bellenzis-Loomans herinnert zich hoe ze ooit, terugrijdend van een bevalling, ’s morgens om vijf uur de zon boven de weilanden zag opkomen. „Ik voelde me bevoorrecht. Ik had bij iets moois mogen helpen en kreeg een beloning toe.”

Het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg (SHCL) in Maastricht brengt op een doordeweekse middag oud-leerlingen van de voormalige Vroedvrouwenschool in Heerlen samen met leerlingen van de Academie Verloskunde Maastricht. De verschillen vallen razendsnel weg. De studenten Sophie de Voogel (derdejaars) en Jolene Damoiseaux (tweedejaars) en de oud-vroedvrouwen Annie Heuts-Verstraten (75) en Trees Bellenzis-Loomans (74) herkennen veel bij elkaar.

Vroege ‘roeping’ is zo’n gedeelde ervaring. Vrijwel niemand bedenkt pas aan het einde van zijn middelbare school: nou vooruit, laat ik maar vroedvrouw worden. Die wens is er al veel eerder.

Foto Harry Grubben, collectie Sociaal Historisch Centrum voor Limburg

De Voogd liet zich inspireren door half ontwikkelde kuikentjes in kippeneieren bij huis. Heuts-Verstraten groeide op in de agrarische omgeving van het Brabantse dorp Zeeland. „Daar zag ik de paarden veulens krijgen. Voorlichter van de boerenbonden leek me een mooie toekomst. Tot ik in aanraking kwam met verloskunde. Bezig zijn met barende mensen, dat kon dus ook.”

Tegen babysterfte

„Speeddaten” noemt Barbara Beckers, hoofd bibliotheek van het SHCL, de bijeenkomst aan het begin. Maar die vlag dekt de lading matig. Oud en jong praten zo’n drie uur met elkaar. En de oude foto’s, documenten en boeken uit het door het SHCL beheerde archief van de Vroedvrouwenschool blijken niet nodig om die gesprekken op gang te brengen. Verhalen komen vanzelf. Vooral de voormalige vroedvrouwen hebben het hoogste woord. De anekdotes over hun opleidingsjaren en de decennialange praktijk volgen elkaar in hoog tempo op. De jongste generatie hangt aan hun lippen.

De Vroedvrouwenschool in Heerlen opende haar deuren in 1913. Met de onderwijsinstelling moest de hoge kindersterfte in Limburg een halt worden toegeroepen. Vele vrouwen leerden er het vak. Tot de sluiting in 1998 werden er zo’n tachtigduizend jongens en meisjes geboren, want een kliniek voor zuigelingen was onderdeel van het complex. Er was ook een huis voor ongehuwde moeders. Daar werden de kinderen na de bevalling onmiddellijk bij de moeders weggehaald en voor adoptie bij anderen aangeboden. De vroedvrouwen in opleiding moesten ook daar weleens dienst draaien.

Foto Harry Grubben, collectie Sociaal Historisch Centrum voor Limburg

Heuts-Verstraten: „Er hing een ontzettend nare sfeer. De moeders huilden, professionals behandelden hen kil en liefdeloos. Het was het tegengestelde waarvoor ik vroedvrouw wilde worden.”

Maar er iets van zeggen kwam toen niet in de meisjes op, in de strikt hiërarchisch georganiseerde en door en door rooms-katholieke instelling. Voor toelating tot de opleiding was een bewijs van goed gedrag van de burgemeester en een verklaring van meneer pastoor over de juiste mate van geloof vereist. Binnen de muren van de Vroedvrouwenschool gold een streng reglement. Geen lange broeken, geen blote benen.

Zelfs bij tropische temperaturen waren kousen verplicht. Alcohol was taboe. Bonbons met sterke drank erin stonden op de verboden lijst. „En je mocht niet getrouwd zijn”, zegt Heuts-Verstraten. „Dat zou ten koste gaan van je toewijding aan het vak.” Bellenzis-Loomans merkt er lachend bij op dat ook de afdelingshoofden ongehuwd waren. „Dat was te merken ook. Niet dat trouwen per se vrolijk maakt, maar er zaten echt een paar chronisch chagrijnige types bij.”

Hard aanpoten was het. Zes keer acht uur per week dienst. Daar bovenop nog lessen. Leerlingen in opleiding van nu horen het met ontzag aan, maar zien ook mooie aspecten in de methodes van toen. De Voogd: „Nu zijn lesblokken en stages meer gescheiden. Toen liepen theorie en praktijk door elkaar. Dat lijkt me fijn, dan kun je vragen meteen stellen.

Twee benen werden afgeschroefd

De Tweede Wereldoorlog galmde nog na in de verlospraktijk van de vroege jaren zestig van de vorige eeuw. Bellenzis-Loomans vertelt hoe ze bij een bevalling de schoenen van een vrouw wilde losmaken. „‘Laat maar’, zei die vrouw en ze schroefde zo haar twee benen eraf. Ze bleek als kind bij een bombardement in Heerlen haar benen te hebben verloren. De bevalling ging goed. Na twee uur werd ze gewassen. Na vier uur brachten we haar naar een zaal.

„Even later kwamen we er achter dat haar twee benen nog op de verloskamer stonden. Ik wilde die gaan brengen. Maar de leiding verbood me dat. Dan zouden er rare verhalen de ronde gaan doen over de Vroedvrouwenschool waar ze met ledematen over de gang liepen. Uiteindelijk heb ik ze – verpakt in een regenjas – naar die moeder gebracht.”

De foto’s zijn in 1953 gemaakt voor het jubileumboek bij het 40-jarig bestaan van Vroedvrouwenschool in Heerlen.

Foto Harry Grubben, collectie Sociaal Historisch Centrum voor Limburg

Vroedvrouwen komen mensen uit alle geledingen van de maatschappij tegen, vertelt Heuts-Verstraten. Dat leverde nare ervaringen op, zoals een dreigende sfeer rond een drugsverslaafd ouderpaar. „Of die vader die huidsmeer wilde afschrapen voor een heksenritueel. Gelukkig werd het kind geboren zonder huidsmeer. Maar er waren veel meer mooie momenten. Een moslimvader die vroeg of ik hem na de bevalling meteen het kind wilde geven en die heel liefdevol koranverzen begon op te zeggen. Of iemand van de Bhagwanbeweging die ik vanwege een stuitligging naar het ziekenhuis wilde hebben en slechts met moeite daar kreeg. In de verloskamer werd een portret van de grote goeroe opgehangen en negen sanyassins (volgelingen) stonden rondom haar bed. Het kind van vierenhalve kilo kwam langs natuurlijke weg en heel rustig ter wereld. Een gynaecoloog, die stiekem in de deur had staan kijken, zei dat hij nog nooit zo’n vredige bevalling had gezien.”

Vele malen zagen de oud-vroedvrouwen mannen tijdens een bevalling van hun stokje gaan. Bellenzis-Loomans: „Ik heb wel eens net op tijd een dure Leica-camera op kunnen vangen. Gebroken botten helen wel weer, maar zo’n toestel gaat kapot, als het op de grond valt.”

Foto’s maken vergde in vroeger jaren nog een planning. Heuts-Verstraten: „Ik herinner me een man die bij elke wee afdrukte om hét moment maar niet te missen. Ik heb nog gewaarschuwd en inderdaad, voordat het kind ter wereld kwam, was dat ene rolletje met 24 foto’s op.”

Heuts-Verstraten haalt uit haar tas een aantal oude instrumenten naar voren. Een eenvoudig apparaatje mat de hemoglobinewaarde. ‘Made in West-Germany’ staat op het doosje. De vroedvrouwen zogen het bloed zelf richting een slangetje. Een grote zilverkleurige spuit komt op tafel. „Die kookten we uit om de boel weer steriel te maken. Toucheren deden we nog zonder handschoenen. Verplicht twintig minuten handenschrobben voordat je aan het werk mocht.”

Weinig veranderd

Waar de leerlingen van de Heerlense Vroedvrouwenschool intern waren, vertellen de vroedvrouwen in opleiding over stages in en bezoeken aan het buitenland. Damoiseaux is net terug uit IJsland en onder de indruk. „Ze zijn er nog net even verder dan hier. Bevallingen vinden er altijd in een klinische setting plaats, maar met veel gevoel voor een prettige sfeer en vertrouwen. Muziek kan worden aangepast. Licht kan met een dimmer in alle standen worden gezet. En de vroedvrouw blijft altijd hoofdverantwoordelijk, ook als artsen moeten bijspringen voor medische complicaties.”

De Voogd onthoudt van de middag met de vroedvrouwen van de oudere generatie vooral hoe weinig er in bijna zestig jaar eigenlijk is veranderd. „Ik heb hier oude toetsen bekeken. Ze leerden toen vrijwel hetzelfde als wij nu, los van alle technologie die er is bijgekomen.”

Damoiseaux zal ook de betrekkelijkheid van alle technologie en leerboeken bijblijven. „Elke bevallende vrouw verdient een goede verloskundige. En dan is er alleen al dankzij de natuur veel mogelijk.”