Opinie

    • Willem Pekelder

Jazz

In 010

Als ik aan Rotterdam denk, is jazz niet het eerste wat in me opkomt. Goed, ik ging zondags wel eens naar de Harbour Jazzclub, en midden jaren tachtig naar het Heineken Jazz Festival. Of op maandagavond naar Dizzy wanneer Deelder draaide. Maar Harbour en Heineken zijn verdwenen, en Dizzy ging failliet. Waarna het jazzcafé weliswaar opnieuw begon, maar toch.

Niettemin is Rotterdam op en top jazzstad. En dat niet alleen dankzij North Sea Jazz dat hier in 2006 neerstreek. Nee, onze stad swingt al een eeuw. Dat begrijp ik uit het boek Jazz in Rotterdam van Hans Zirkzee, dat in 2015 verscheen, maar nu opnieuw in de belangstelling staat vanwege de gelijknamige expositie in Museum Rotterdam.

Het prestige van onze stad op het terrein van jazz is veel groter dan menigeen denkt, schrijft Zirkzee. We hebben, volgens de jazzkenner, zelfs een reputatie te verliezen.

De tentoonstelling laat de Rotterdamse jazzhistorie beginnen in mei 1919, toen het destijds vermaarde danspaar Maddy en Willy Encla de vloer op ging in Casino Variété. In de roaring twenties werd jazzdansen een rage in de stad. Vrouwen waren na de Eerste Wereldoorlog onafhankelijker geworden, maakten zich op, en gingen uit.

De gemeente speelde gretig in op de danslust door overal in het centrum ballrooms te laten verrijzen: Pschorr, Lybelle en het Grand Théâtre, met daar bovenop de chique nachtclub La Gaîté. Rotterdamse jazzmusici als trompettist Louis de Vries maakten naam, en wereldsterren als Josephine Baker en Louis Armstrong traden hier op.

Ook in de oorlog ging de ‘entartete’ jazzgekte gewoon door. De scène verplaatste zich deels naar de hoerenwijk Katendrecht, omdat Duitse soldaten daar niet mochten komen. Daarbij werd het dansverbod van de bezetter slim omzeild door in advertenties slechts te reppen van danslessen.

Ik kende het niet, deze roemruchte jazzhistorie van Rotterdam. En ik ben vermoedelijk niet de enige. Daarom, denk ik, een goede tip, deze mini-expositie. Alleen jammer dat-ie ophoudt bij 1945. Terwijl we, volgens Zirkzee, ook daarna volop jazzstad zijn gebleven, dankzij De Doelen, LantarenVenster, en laatstelijk Bird. We bieden, zegt de jazzhistoricus, zelfs een veel groter palet aan stijlen dan ooit tevoren.