Hebben smartphones een generatie verwoest? Nou nee

Generatie Z Slaaptekort, stress, ‘check-nekken’: soms lijkt de smartphone rampzalig voor jongeren. Maar wie het hun zelf vraagt, hoort iets heel anders.

Foto Thomas Nondh Jansen

Ze zitten achter een grote stapel lege hamburgerdoosjes en drinkbekers te kletsen en grapjes te maken. Het groepje van vier jongens en drie meisjes zit na schooltijd in Rotterdam in een McDonald’s – de hangplek waar je tieners nog wel eens in het wild tegenkomt. Ze zitten in 3-gymnasium. „Ja hoor, meneer”, antwoorden ze op de vraag of ze wat willen vertellen over hun smartphonegebruik. „We worden ermee wakker en staan ermee op”, zegt Sophie van Bodegraven (15). „Ik kan denk ik niet één dag zonder”, zegt Maja Zivojnovic (13). De anderen knikken instemmend.

Dat deze generatie jongeren leeft op en voor de smartphone is een cliché. Dat dat slecht voor ze is ook. Jongeren slapen er gemiddeld ruim een halfuur korter door, volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het aantal depressies neemt toe. Bijziendheid en nekken die krom groeien door het vele smartphonegebruik ook. ‘Hebben smartphones een generatie verwoest?’ is de nogal dramatische titel van een artikel dat de Amerikaanse psycholoog Jean Twenge schreef na jaren van onderzoek naar de mentale gezondheid van Amerikaanse tieners. Dat stuk trok het afgelopen jaar veel aandacht in de internationale pers. Er zijn kortom grote zorgen over hoe de smartphone de nieuwe generatie vormt.

Generatie Z is de opvolger van Generatie Y, de Millennials. Voor de groep die ruwweg tussen 2000 en 2015 is geboren, circuleren ook andere namen: iGen, Net Gen, Gen Tech – het is wel duidelijk wat het onderscheidende kenmerk is. Deze generatie is de kanarie in de mijn van één van de grootste sociale experimenten aller tijden: de introductie van de smartphone en de constante aanwezigheid van internet en sociale media. De eerste Generatie Z-kinderen worden nu volwassen, komen de arbeidsmarkt op, mogen stemmen.

Maar zijn de zorgen over gezondheid en geestelijke gesteldheid terecht? Nee. Of nou ja, een beetje. De alarmerendste conclusies uit de onderzoeken die zoveel media-aandacht trekken, gelden voor een minderheid. Afhankelijk van welke studie je neemt valt tussen de 5 en 10 procent van de tieners in de categorie met een probleem. Dat is zeer serieus te nemen maar bij de grote massa van jongeren speelt iets totaal anders.

Ondanks alle bewezen risico’s van smartphones en sociale media behoren Nederlandse jongeren nog altijd tot de gelukkigsten van de wereld. Ze geven in de meeste grote studies hun eigen leven een rapportcijfer van rond de 8. Dat is de laatste jaren min of meer constant gebleven, ook vergeleken met het pre-iPhone-tijdperk. Die jeugd van tegenwoordig zit gemiddeld ongeveer een kwart van zijn wakkere tijd aan een scherm gekluisterd, met allerlei bewezen nadelen voor psyche en gezondheid. Maar ze laten hun levensgeluk er gemiddeld niet door beïnvloeden. Hoe kan dat? Zou de smartphone dan toch meer geven dan nemen?

In de McDonald’s knikt de groep instemmend als Maja zegt dat ze zich niet kan voorstellen zonder smartphone te leven. „Ik denk wel dat ik er soms slechter door slaap, maar ik heb die telefoon echt wel nodig”, zegt ze. „Ik spreek alles af met mijn smartphone.” Ze zijn zich allemaal heel bewust van de nadelen maar willen hun smartphone niet kwijt. „No way.”

We kunnen nooit weten wat er was gebeurd als de smartphone niet was uitgevonden. Generatie-onderzoek is notoir ingewikkeld omdat er zo veel variabelen meespelen. Individuele verschillen zijn binnen generaties groter dan de overeenkomsten – jongeren zijn net mensen. Maar desondanks begint wel degelijk wetenschappelijke consensus te ontstaan over een aantal eigenschappen die Generatie Z – gemiddeld genomen – onderscheidt van haar voorgangers, en welke rol de smartphones en sociale media daarbij spelen.

  1. Generatie Z is braver

    Deze generatie jongeren is braver dan voorgaande generaties. Veel braver. Elk uur dat ze zitten te Snapchatten hebben ze een uur minder om op straat rotzooi te trappen. Ouders kunnen via de smartphone altijd inbellen als ze de boel niet vertrouwen. Door de schoolapp Magister is onopgemerkt spijbelen vrijwel onmogelijk geworden.

    In 25 EU-landen nam het aantal jongeren dat ooit door de politie is opgepakt de afgelopen tien jaar af met een spectaculaire 42 procent, meerdere onderzoekers wijzen daarbij naar de smartphone. Jongeren hebben veel later voor de eerste keer seks. Op zijn of haar 18de verjaardag heeft de helft geslachtsgemeenschap gehad. In 2012 was dat met 17 jaar het geval. De Rutgers Stichting die dit onderzocht ziet een direct verband met de opkomst van de smartphone waardoor tieners elkaar vaker via een schermpje spreken dan in het echt.

    Alle berichten over cyberpesten ten spijt worden ze de laatste jaren significant mínder gepest, is de uitkomst van diverse onderzoeken.

    Roken, drinken en blowen zijn de laatste tien jaar flink afgenomen, blijkt uit een groot doorlopend onderzoek naar de gezondheid van de Nederlandse jeugd van de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), de zogeheten HBSC-studie. Tieners zeggen mínder vaak ja tegen mdma. Het gebruik van lachgas is wel populairder dan het onder Millennials was.

    „Je zou jongeren inderdaad behoorlijk braaf kunnen noemen”, zegt Gonneke Stevens, de projectleider van de HBSC-studie. „Maar die term vind ik wat te negatief. Jongeren vinden hun leven niet saai. En minder roken en later beginnen met drinken is heel gezond. Ze leven gewoon iets anders dan voorgaande generaties.”

    Sophie van Bodegraven (15) betwijfelt in de McDonald’s of iedereen wel eerlijk tegen onderzoekers zegt wat ze uitspoken. „Ik zie ook wel mensen van 13 die al alcohol drinken, hoor”, zegt ze. „En skaters blowen wel. Het hangt denk ik heel erg af van je groepje, en aan de stad of buiten de stad.”

    Maja denkt wel dat het anders is dan in de tijd van haar ouders. „Als je hun verhalen hoort: zij hadden veel meer vrijheid om te verdwijnen zonder dat iemand wist waar ze waren. Als je nu vijf minuten niet reageert op een berichtje, word je meteen gebeld.”

  2. Generatie Z is betrokkener

    De digitale revolutie biedt de jongeren een perspectief op de wereld dat oudere generaties niet hadden. Je kon vroeger niet zo makkelijk met iemand aan de andere kant van de wereld in contact staan. „Dat is écht heel nieuw”, zegt Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden en auteur van het boek Het puberende brein. „Die wereldwijde connecties beantwoorden ook aan de behoefte van jonge mensen om autonomie te verkrijgen, om respect te ontvangen en om idealisme te ontwikkelen. Dat zijn nou net zaken waar tieners rond hun 16de, 17de veel behoefte aan hebben.” Zij denkt dat de wereldwijde acties van klimaatspijbelaars, aangewakkerd via sociale media, exemplarisch zijn voor de grotere betrokkenheid bij de wereld van deze nieuwe generatie.

    Het klinkt logisch dat het via de smartphone makkelijk is om je onderdeel te voelen van de wereld. Maar met de hamburgerdoosjes voor hun neus wekken de jongeren niet direct de indruk dat ze de last van de wereld constant op hun schouders meetorsen. „Die McChicken is gewoon ook lekker. Als je maar met je avondeten minder vlees eet is het ook wel goed,” zegt Tom Michel (15). Heleen de Vos (15) ziet wel veel idealisme bij haar leeftijdsgenoten, al ging volgens haar „maar 5 procent” van de klimaatspijbelaars écht voor het klimaat en de rest voor de gezelligheid. „Je ziet op Insta wel veel dingen voorbijkomen van de dierenbeschermingsorganisatie PETA bijvoorbeeld.” Maja: „Ja, of nu met die Amerikaanse abortuswet ook. Dat is echt erg.”

    Het is wel de vraag wat er op termijn overblijft van dit ontluikend idealisme. Een ander effect van de constante afleiding door smartphones is namelijk dat de gemiddelde aandachtsspanne van tieners flink is afgenomen. Maatschappelijke trends worden daardoor sneller en vluchtiger, bleek in april uit een Deense studie die werd gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature. Zo nam de gemiddelde duur van een ‘trending’ onderwerp op Twitter tussen 2013 en 2016 af van ruim 17 uur tot minder dan 12 uur. Ook betrokkenheid kan daardoor vluchtiger worden.

  3. Generatie Z is gestrester

    Braafheid en betrokkenheid gaan wel hand in hand met nog een definiërend kenmerk van Generatie Z: stress. Eén van de grootste verschillen met tien jaar geleden is dat maar liefst 35 procent van de schoolgaande jongeren problemen ervaart door druk vanwege schoolwerk, volgens het HBSC-onderzoek. Dat is ruim een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. Ook uit andere studies blijkt een forse toename van stress, burn-outklachten en andere spanningsklachten onder tieners.

    Hogere ambities van ouders en strengere exameneisen lijken hierbij een rol te spelen volgens de onderzoekers. De sociale druk die sociale media meebrengen helpt waarschijnlijk ook niet mee. De wereld wordt sowieso snel complexer en veeleisender, wat tot stress leidt bij jong én oud. Door de smartphone komen jongeren thuis nooit helemaal los van school, en op school niet los van thuis.

    Iedereen uit het groepje zegt dat veel van hun leeftijdsgenoten stress hebben. „Ik kan vaak niet slapen omdat ik veel nadenk over school,” zegt Heleen de Vos. „Soms lig ik tot half twee wakker,” zegt Maja van 13.

    Stress is ongezond. Maar uit baanbrekende en nog niet gepubliceerde experimentele hersenonderzoeken komen de laatste tijd bijzondere resultaten, vertelt hoogleraar Eveline Crone. „Het puberbrein lijkt de laatste jaren langer flexibel te blijven dan vroeger.” Hersenen lijken zich door de complexere en digitale omgeving nu langer door te ontwikkelen; tot ver na het twintigste levensjaar. Deze studies zijn nog erg experimenteel en het is te vroeg voor definitieve conclusies, waarschuwt Crone. Maar de eerste resultaten zijn spectaculair.

    Dat kan betekenen dat hun brein zich langer aanpast aan veranderende omstandigheden dan de hersenen van vorige generaties. Mede door de smartphone is het puberbrein misschien wel béter toegerust op de grote technologische veranderingen die komen gaan dan de vorige generaties.

    In de McDonald’s vertelt het groepje bovendien over hun eigen strategieën om de nadelen van het scherm op te vangen. Ze gebruiken bijvoorbeeld de functie Night Shift, een filter tegen het blauwe licht dat slaap beïnvloedt. „Ik zweer je dat het helpt”. Heleen laat in vakanties haar telefoon bijna helemaal uit. „Soms denken mensen dat ik dood ben na een vakantie, omdat ik zo lang niks heb laten horen”. Generatie Z is door de constante aanwezigheid van schermen de generatie die zélf zal moeten leren om gezond en gebalanceerd om te gaan met nieuwe technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.