Fusie tussen Fiat-Chrysler en Renault ‘blijft mooie kans’

Auto-industrie Renault gelooft het niet meer, de Franse regering hoopt dat de deur naar fusie op een kier staat.

Een fabriek in Maubeuge waar Renault vorig jaar flink in investeerde.
Een fabriek in Maubeuge waar Renault vorig jaar flink in investeerde. Foto Etienne Laurent / EPA

De Franse regering gelooft er nog in. Een fusie tussen het Italiaans-Amerikaanse Fiat-Chrysler (FCA) en het Franse Renault „blijft een mooie kans”, zei minister van Economie Bruno Le Maire maandag. Het besluit van FCA, vorige week, om het voorstel in te trekken „is misschien niet definitief”, probeerde ook Le Maires staatssecretaris Agnès Pannier-Runacher.

Maar op de algemene aandeelhoudersvergadering van Renault, woensdag in Parijs, was niet te merken dat de deur na het hard ontploffen van de onderhandelingen in de nacht van 5 op 6 juni nog op een kier zou staan. Renaults nieuwe topman Jean-Dominique Senard, afkomstig van Michelin, sprak al in de verleden tijd over de deal. Het was volgens hem Le Maire die een paar maanden terug had voorgesteld om FCA te bellen en het was uiteindelijk dezelfde Le Maire die de fusie torpedeerde. Met een Chinese „tsunami” op komst breken voor de westerse auto-industrie volgens Senard zware tijden aan.

„Het is duidelijk dat op dit moment in Frankrijk niet de politieke voorwaarden bestaan om een dergelijke combinatie succesvol verder te laten gaan”, schreef FCA-topman John Elkann vorige week al in een felle verklaring. Le Maire, die als minister verantwoordelijk is voor het staatsbelang van 15 procent (met dubbel stemrecht) in Renault zou „helemaal alleen op het laatste moment” hebben besloten „alles te blokkeren”, mokten FCA-bronnen in Le Monde.

Wat is er precies gebeurd? Was dit een staaltje van „Frans economisch nationalisme”, zoals Italiaanse kranten schrijven? Of was de fusie van begin af aan gedoemd te mislukken?

Elektrische innovatie

Het begon, voor de buitenwereld, allemaal op maandag 27 mei. Na maanden onderhandelen met Renault bracht FCA die dag het volgens de officiële presentatie „transformerende” fusievoorstel naar buiten.

Het fusiebedrijf zou met 8,7 miljoen verkochte auto’s per jaar de op twee na grootste autofabrikant – na Toyota en Volkswagen – in de wereld kunnen worden. Tel je daar Renaults Japanse partners Nissan en Mitsubishi bij op, dan zou het ruim de grootste autobouwer zijn. De twee zijn complementair: terwijl Renault sterk is in Europa, Rusland, Afrika en het Midden-Oosten, moet FCA het in de eerste plaats van de Amerika’s hebben. Groot voordeel voor FCA was de ervaring die Renault heeft met elektrische auto’s. Het Franse bedrijf heeft jarenlang meer in innovatie geïnvesteerd dan Fiat en Chrysler.

Wat de voordelen voor Renault waren was van meet af aan iets minder duidelijk. Ja, schaalvergroting in een tijd van belangrijke omwentelingen in de auto-industrie. En Senard hoopte dankzij de fusie van de ingewikkelde bestuursstructuur met Nissan af te komen die hij erfde van zijn gesneefde voorganger Carlos Ghosn, zonder de dominantie van Renault in de alliantie op het spel te zetten. Renault bezit 43 procent van het veel grotere Nissan, terwijl Nissan slechts 15 procent van Renault heeft, zonder stemrechten. Dat leidt in Japan al jaren tot gemor. Een plan van Senard om tot een volledige fusie met Nissan te komen, is door de Japanners in april per kerende post afgewezen.

Na de eerste euforische reacties van beleggers kwamen in Frankrijk de twijfels. Was Renault niet te laag gewaardeerd? Het niet onaanzienlijke belang in Nissan was buiten beschouwing gelaten. En hoe realistisch waren de aangekondigde kostenbesparingen van 5 miljard euro eigenlijk? Met fabrieken van Chrysler in de VS die totaal andere modellen maken dan Renault in Europa was de mogelijkheid tot synergie volgens analisten beperkt. En de banen? Op papier zouden in Frankrijk geen arbeidsplaatsen verdwijnen, maar de Franse regering kwam na vergelijkbare toezeggingen wel vaker bedrogen uit.

„Een dergelijk besluit neem je niet in haast”, schreef de machtige regiovoorzitter en ex-minister Xavier Bertrand in een brief aan president Emmanuel Macron. Bertrand leidt namens de centrumrechtse Republikeinen de noordelijke regio Hauts-de-France, waar enkele fabrieken van Renault staan. Hij zei te vrezen voor het bestuurlijke evenwicht tussen de Fransen en de Italianen.

Een niet geheel neutrale andere bron, bestuursvoorzitter Carlos Tavares van concurrent PSA (Peugeot-Citroën-Opel), sprak in een intern memo van een „feitelijke overname” van Renault. Tavares had eerder dit jaar toestemming gevraagd (en gekregen) van de familie Peugeot om met Fiat rond de tafel te gaan. Dat liep toen op niets uit. Fiats bod op Renault was volgens hem „opportunistisch”.

Pizza en sushi

Een „fusie tussen gelijken” is zelden gelijk. Dat heeft Frankrijk eerder gezien bij de de facto overnames van cementbedrijf Lafarge (door het Zwiterse Holcim) of bij de recente Italiaans-Franse brillenfusie tussen Luxottica en Essilor. „Het was duidelijk een overname door de Italianen van Renault zonder dat ze voor die zeggenschap extra premie betaalden”, zei auto-analist Gaétan Toulemonde van Deutsche Bank woensdag tegen het zakenblad Challenges. Ook hij vond de voortvarendheid van Fiat merkwaardig. „Als je voor het leven getrouwd wil blijven, dan stel je geen ultimatum van vijftien dagen.”

FCA had haast en de Franse staat niet. Dat kwam aan de oppervlakte in de bestuursvergadering van vorige week. De vertegenwoordiger van Le Maire, Martin Vial, die de staatsparticipaties beheert, had op vier harde eisen drie toezeggingen gekregen: er gingen in Frankrijk geen banen en fabrieken weg, er zou een „evenwichtige” bestuursstructuur komen en het nieuwe bedrijf zou deelnemen aan het Frans-Duitse initiatief om tot een ‘Airbus voor batterijen’ te komen. Maar het vierde punt, solide afspraken met Renaults alliantiepartner Nissan, kwam niet rond.

Toen de vertegenwoordigers van Nissan hadden laten doorschemeren dat ze zich zouden onthouden van stemming omdat ze tot hun ontzetting niet bij de fusiebesprekingen betrokken waren geweest, vroeg Vial na drie uur vergaderen een pauze voor overleg met Le Maire. Nadat pizza en sushi waren bezorgd, sprak ook Senard met de minister. Die besloot dat de alliantie met de Japanners (en de dominantie van Renault daarin) geen gevaar mocht lopen. Hij eiste vijf extra dagen om de zaak in Japan te kunnen bespreken.

„Wanneer enkele partners hun reserves tonen, kun je er zeker van zijn dat het project mislukt”, rechtvaardigde Le Maire zich later in Le Figaro. Het uitstel dat hij vroeg, was voor FCA de druppel. Volgens topman John Elkann is er geen weg terug.