Opinie

    • Ellen Deckwitz

De tweede

Ellen Deckwitz

Gisteravond zaten mijn zus en ik ook gewoon maar wat op de bank tv te kijken toen vanuit het niets haar zoon (13) tussen ons in kroop. We verstijfden even – sinds hij in de puberteit zit is hij een levensgevaarlijke cocktail van driftbuien en chagrijn – maar nu was hij één en al tederheid. Hij wilde kroelen, knuffelen, gaf nog net geen kopjes.

„Zit je weer eens aan de MDMA?” vroeg mijn zus.

„Hoe was je eerste liefde?” vroeg mijn neefje. Die vraag had ze niet zien aankomen, het voor de geest halen duurde langer dan mijn neefje aankon.

„Je weet toch wel wie je eerste liefde is?” zei hij geïrriteerd.

„Nou ja, hoe ouder je wordt, hoe meer vergelijkingsmateriaal je hebt. Het is een beetje een glijdende schaal. Mijn eerste verkering was op mijn elfde, maar had de emotionele diepgang van een pierenbadje. Mijn eerste lange relatie was stabiel maar saai. De eerste keer dat ik echt verlammend verliefd was, was pas tegen mijn dertigste. Het ligt er maar net aan wanneer je iets een eerste liefde vindt.”

Ietwat onbevredigd droop hij af.

„Volgens mij is hij verliefd”, zei ik, „hij is verdacht dromerig de laatste tijd.” Mijn zus zuchtte.

„Ik vind het soms zo jammer dat er zo’n grote nadruk ligt op de eerste liefde. Natuurlijk, dat is een enorm indrukwekkende mijlpaal maar je zou dan haast vergeten dat de verbintenissen die je daarna aangaat ook belangrijk zijn. Mijn tweede grote liefde was bijvoorbeeld stukken geweldiger dan mijn eerste.”

De tweede grote liefde wordt inderdaad onderschat. Zaterdag verbond ik twee geweldige mensen in de echt (nieuwe hobby) die beiden al een eerste grote liefde hadden gekend. Ik besefte, toen ik hen zo naar elkaar zag stralen, hoeveel lef je eigenlijk nodig hebt voor die tweede liefde. Want je kent de risico’s beter, je weet dan pas écht waar je aan begint, waar de pijn zit, wat je te wachten kan staan in de slechtst mogelijke van alle werelden. Door alle romantische films en verhalen zou je vergeten hoe bewonderenswaardig het is om voor een tweede keer te gaan liefhebben, en vooral: hoeveel moed het kost om daarmee te beginnen, gerafeld en wel.

We hoorden mijn neefje ‘All You Need Is Love’ of iets dergelijks neuriën.

„Hij weet niet waar hij aan begint”, grinnikte mijn zus, „heerlijk.”

„Dat is misschien maar beter ook”, zei ik, „als ik had geweten hoe mooi maar ook hoeveel gedoe de eerste liefde was, had ik het misschien afgeslagen.”

We hieven onze bekers sojamelk.

„Op zijn eerste liefde”, zei mijn zus. „En dat die de weg moge effenen naar een nog veel mooiere tweede.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.