De 105 machtige leden van een diep verdeelde vakbond

FNV Het FNV-ledenparlement heeft zaterdag de beslissende stem over het pensioenakkoord. Wie zitten daar in? En hoe gaan zij hun stem bepalen?

FNV-leden tijdens een bijeenkomst over het pensioenakkoord. De vakcentrale laat leden in een referendum stemmen over een nieuw pensioenstelsel.
FNV-leden tijdens een bijeenkomst over het pensioenakkoord. De vakcentrale laat leden in een referendum stemmen over een nieuw pensioenstelsel. Foto Arie Kievit/ANP

De toekomst van het pensioenstelsel ligt in hun handen. De 105 FNV’ers die het ‘ledenparlement’ vormen, het hoogste orgaan van de vakbond, stemmen zaterdagmiddag over het pensioenakkoord, dat vorige week werd gepresenteerd door de vakbondsvoorzitters, de werkgeversverenigingen en het kabinet.

Niemand durft te voorspellen hoe de stemming zal verlopen, ook de leden van het ledenparlement niet. „Ik heb werkelijk geen idee”, zegt Ronald Plokker, die FNV Horeca vertegenwoordigt. Lang niet alle parlementsleden zijn al aan het woord geweest in de discussies, zegt hij. Daar komt bij: zelden moeten ze zich buigen over een onderwerp dat zó gevoelig is. Plokker: „Nu zit er veel meer emotie bij. Normaal stemt iedereen meer met zijn hoofd.”

Het kabinet en de werkgevers zijn al akkoord met de afspraken rond pensioen. Het bestuur van vakcentrale CNV maakt zijn beslissing zaterdagochtend bekend, na een referendum onder alle leden. De derde vakcentrale, VCP, neemt dinsdag een besluit. Maar het FNV- ledenparlement wordt gezien als de meest onvoorspelbare factor.

Ook bij de FNV kunnen alle ruim 1 miljoen leden zich sinds woensdagochtend in een referendum uitspreken over het pensioenakkoord. Maar de ledenparlementariërs, rechtstreeks gekozen door de leden, hebben altijd het laatste woord. Zo is dat afgesproken in 2013, bij een ingrijpende reorganisatie van de grootste vakbond.

De FNV raakte in een diepe crisis na het pensioenakkoord dat voorzitter Agnes Jongerius had gesloten met het kabinet-Rutte I, in 2011. De FNV was een koepelorganisatie van negentien vakbonden die onderling sterk verdeeld waren. De leden van de twee grootste bonden, FNV Bondgenoten en Abvakabo FNV, waren fel tegen het akkoord, de kleinere bonden steunden het.

Daar ging het mis. De zeventien kleine bonden hadden het meeste stemgewicht in de FNV-koepel, maar Abvakabo en Bondgenoten vertegenwoordigden een meerderheid van de leden, zo’n 60 procent. Twee grote bonden verloren de stemming en zegden vervolgens het vertrouwen op in voorzitter Jongerius. Een dreigende vakbondsscheuring kon nog net voorkomen worden. Er kwam een reorganisatie.

Nu is de FNV één vakbond, onderverdeeld in sectoren zoals handel, metaal en overheid. Plus een paar zelfstandig gebleven bonden, zoals de Algemene Onderwijsbond. Nu geldt: hoe groter de sector, hoe groter de invloed. De ‘senioren’ en de sector Zorg en Welzijn vertegenwoordigen de meeste FNV-leden, dus zij hebben de meeste zetels in het ledenparlement.

Geschreeuw en gescheld

De parlementsleden, die achter gesloten deuren vergaderen, kunnen hard tekeergaan tegen FNV-bestuurders. Dat gebeurde vorige week dinsdagavond nog. Voorzitter Han Busker wilde hen informeren over het concept-akkoord, maar een paar uur eerder lekte het al uit via de NOS.

Er werd die avond geschreeuwd en gescholden, zeggen aanwezigen. Waarom moesten ze dit via de media horen? En waarom kon Busker nog geen definitieve teksten uitdelen? Vooral vertegenwoordigers van de sector vervoer lieten zich horen. Toch steunde uiteindelijk zo’n 80 procent van het ledenparlement Buskers voorstel om het akkoord voor te leggen aan alle leden.

Dat gebeurt vaker, zegt parlementslid Plokker. „Er zijn altijd een paar mensen die fanatiek het woord voeren, maar als het dan aankomt op een stemming blijkt bijna iedereen er voor te zijn.”

Dat komt ook doordat FNV-bestuurders zoals pensioenonderhandelaar Tuur Elzinga goede sprekers zijn. „Als Tuur iets uitlegt, komt dat overtuigend over”, zegt Henk Daalder, parlementslid namens de metaalsector. „Je moet altijd goed opletten: wat is retoriek en wat zijn de feiten?”

Lees ook deze reconstructie over de pensioenonderhandelingen van de afgelopen maanden: Hoe er na negen jaar toch een pensioenakkoord op tafel ligt

Bij de stemming van zaterdag is cruciaal hoe de uitslag van het referendum eruit ziet, zeggen parlementariërs. Daalder neigt voor te stemmen. „Maar als 80 procent van de leden er in het referendum tegen is, zullen wij er niet voor gaan stemmen, denk ik. Bij een kleinere meerderheid van 59 procent kan dat wel gebeuren.”

Ook de uitkomst van het referendum is nog onzeker, wees een peiling van EenVandaag dinsdag uit, onder bijna 5.800 leden van de vakbonden FNV, CNV en VCP. Van de leden die al weten dat ze gaan stemmen, zei ongeveer 44 procent voor te stemmen en 40 procent tegen. 16 procent twijfelde nog.

Een dag na die enquête, op woensdag, kwam er nieuws dat tot onrust leidde onder FNV-leden. Pensioenfondsen moeten vanaf 2021 een lagere ‘rekenrente’ hanteren, maakte De Nederlandsche Bank bekend. Daardoor moeten ze meer geld in kas houden en mogen ze minder uitdelen. FNV-bestuurders vrezen een negatieve invloed op het referendum; de bonden hadden juist een hogere rekenrente bepleit.

Hoewel de uitslag van de stemming nog onzeker is, wordt nu al zichtbaar hoe de FNV opnieuw verdeeld raakt over een pensioenakkoord, net als in 2011. Via de e-mail en sociale media zijn felle discussies gaande. „Vooral leden van 50Plus en de SP zijn aan het tamboereren dat het akkoord niet goed is”, zegt Auke van Nie, parlementslid namens de Algemene Onderwijsbond.

„Een van de meest rare berichten”, zegt Plokker van FNV Horeca, „kreeg ik via Facebook. Iemand zou een leuke meid naar me toe sturen als ik tegen stem. Maar ik ben homo, dus dat heb ik maar opgevat als dreigement.”