Opinie

Advocaten, zorg zélf dat de rechtshulp niet bezwijkt

De goedbetaalde advocatuur moet ook zélf wat durven doen voor sociale rechtshulp. Oud-advocaat Trudeke Sillevis Smitt vindt alleen hameren op de ‘rechtsstaat’ nogal vruchteloos.

Foto Koen van Weel ANP

Het lijkt een doorbraak: de Orde van Advocaten komt met een pilot om de rechtsbijstand aan mensen met een laag inkomen te verbeteren. Kennelijk een reactie op de fel omstreden plannen van minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) om de rol van rechtshulp terug te dringen, waarmee volgens de Orde de rechtsstaat in gevaar kwam. Hopelijk zet de advocatuur nu door en laat ze ook de financiering van de sociale rechtshulp niet volledig over aan de minister. De beroepsgroep moet voorkomen dat de sociale advocatuur bezwijkt, ook al gaat dat goed verdienende advocaten geld kosten.

Betere adviezen

Het eerste proefproject van de Orde probeert de samenwerking tussen de advocatuur en de ‘eerstelijns rechtshulp’, zoals het Juridisch Loket, te verbeteren. Er komen meer plannen aan, staat in het bericht op de site. De eerstelijns rechtshulp geeft mensen met een juridisch probleem en een laag inkomen een eerste advies en verwijst zo nodig door naar advocatuur of mediation. De Orde wil nu dat die eerstelijns adviseurs snel bij advocaten terechtkunnen voor ruggespraak. Maakt mevrouw kans op huurbescherming? Kan meneer tegen die overheidsbeslissing in beroep? Overleg met een gespecialiseerde advocaat zou moeten leiden tot betere adviezen.

Geen wereldschokkend idee, maar beter dan alleen maar verzet bieden tegen de herzieningsplannen van de minister. Die houding leverde niets op: de Tweede Kamer gaf de minister ruim baan bij het ontwikkelen van zijn nieuwe beleid. Daarin wordt   de advocatuur vooral teruggedrongen, ten gunste van maatschappelijk werk, mediators en sociaal raadslieden.

Crepeert

Intussen crepeert de sociale advocatuur, de tarieven voor ‘toevoegingszaken’ aan burgers met lage inkomens worden steeds maar niet verhoogd. Goed verdienende kantoren willen wel bijstand verlenen. Een enkel kantoor zoekt samenwerking, anderen bieden aan voorzieningen te delen. Maar structureel meebetalen: nee, dat niet. Ook hier wordt het echter hoog tijd dat de advocatuur niet alleen naar de overheid wijst, maar zelf met oplossingen komt.

De advocatuur beroept zich als het haar uitkomt heel graag op haar bijzondere positie in de rechtsstaat. Overheidstoezicht? Geen denken aan: wij moeten zonder enige belemmering partijdig kunnen zijn voor de rechtzoekende. Geheimhouding, procesmonopolie? Afblijven! Onze privileges, in het belang van de cliënt.

Allemaal terecht, maar het wordt ongeloofwaardig als de advocatuur niet thuis geeft wanneer de keerzijde van die onafhankelijkheid in beeld komt. Iedereen die toetreedt tot de advocatuur aanvaardt een maatschappelijke verantwoordelijkheid die verder strekt dan die van een gewone jurist. Iedere advocaat hoort zich ook de zorg aan te trekken voor mensen die zelf geen advocaat kunnen betalen.

Tonnen verdienen

Zeker, de overheid moet voorzien in een goed stelsel van gefinancierde rechtsbijstand. Maar dat zegt niet alles over de vraag wie de rekening betaalt. Advocaten mogen opkomen voor hun eigen belang en pleiten voor volledige overheidsfinanciering, maar als daarvoor het politiek draagvlak verdwijnt, moet je zelf wat willen en durven doen. Want het gaat hier niet om het belang van de advocatuur, maar om dat van de burger die zijn recht moet kunnen halen. Al is het natuurlijk ook collegiaal om elkaar te ondersteunen en de eenheid binnen de Orde te versterken.

Vroeger kon je als advocaat betalende en toevoegingszaken goed combineren, maar dat is door de vergaande specialisatie niet meer zo gemakkelijk. Nu zouden goed verdienende advocaten hun verantwoordelijkheid moeten kunnen afkopen. Waarom geen pot gemaakt, naar draagkracht, om de slechtbetaalde sociale rechtshulp te helpen bekostigen? Het is vaker geopperd, tot nu toe zonder succes. Maar er lopen talloze advocaten rond die tonnen verdienen. Zo blijkt volgens het Advocatenblad uit recent onderzoek onder middelgrote kantoren dat het gemiddelde partnerinkomen daar op 267.000 euro ligt. En dan hebben we nog maar niet over de grote kantoren aan de Amsterdamse Zuidas, waar het om 1 miljoen of meer gaat.

Slechts schermen met grote woorden als ‘de rechtsstaat’ is dan krachteloos. Wie meebetaalt, overtuigt ook anderen die voor dezelfde waarden staan. En dan lukt het misschien ook nog ooit om politiek iets voor elkaar te krijgen.

 

Trudeke Sillevis Smitt was advocaat en werkt nu als freelance journalist. Dit is een gastbijdrage aan de Togacolumn.

 

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.