Wat weet de klas over Joden in Marokko?

Cultureel onderwijs Een Marokkaanse stichting onderwijst scholieren over het Joods cultureel erfgoed van Marokko. „Ik denk niet dat mijn ouders dit weten.”

Een delegatie van de Marokkaanse stichting Mimouna, voor behoud van het Joods cultureel erfgoed in Marokko, in de klas bij het Avicenna College in Rotterdam.
Een delegatie van de Marokkaanse stichting Mimouna, voor behoud van het Joods cultureel erfgoed in Marokko, in de klas bij het Avicenna College in Rotterdam. Foto Merlin Daleman

Soms is het een kwestie van vijf minuten. Soms durft men het onderwerp pas na een uur aan te snijden. Maar Laziza Dalil (34), vice-voorzitter van de Marokkaanse stichting Mimouna, wéét: het Israëlisch-Palestijns conflict komt hoe dan ook ter sprake.

Een delegatie van de stichting is deze week op bezoek in Nederland op uitnodiging van het Nederlands Instituut in Marokko (Nimar) te Rabat, onderdeel van de Universiteit Leiden.

Sinds een aantal jaar zet Dalil zich in voor het behoud en de promotie van het Joods cultureel erfgoed van Marokko. Het land heeft een rijke, maar bij weinig Marokkanen bekende traditie gestoeld op het (Sefardische) jodendom. De meest bekende uiting daarvan is het Mimouna-feest, waar de stichting haar naam aan ontleent. Joodse Marokkanen vieren dan het einde van Pesach. Omdat zij hiermee een vastentijd afsluiten waarin ze onder meer geen brood mochten eten, brengen de moslimburen traditiegetrouw boodschappen (melk, brood en honing) mee als ze op bezoek gaan.

De ervaring heeft haar geleerd dat ze dit onderwerp niet kan bespreken met moslims zonder dat hét conflict niet ook wordt genoemd. Deze dinsdag, op bezoek bij klas 4 vwo van het Avicenna College in Rotterdam-Zuid, duurt het welgeteld twintig minuten voordat een van de twee spraakzame leerlingen in de verder schuchtere klas, het pijnpunt aansnijdt. „Ik wist niets over Joden in Marokko”, begint Abubaker. „We praten weinig over Joden omdat we ze nauwelijks zien op straat. We zien ze alleen op het nieuws. We haten niet elke Jood. We haten alleen zij die de Palestijnen onderdrukken en doden.”

Deze reactie, zoals Dalil in een gesprek na de les toelicht, is precies de reden dat Mimouna in 2007 het licht zag. Een groep moslimstudenten aan de universiteit van Ifrane wilde laten zien dat de relatie tussen Joden en moslims niet altijd conflictueus was geweest. Dat Joden een belangrijk onderdeel uitmaakten van de Marokkaanse samenleving.

Droevige geschiedenis

Léon Buskens, hoogleraar islamitisch recht aan de Universiteit Leiden en directeur van het Nimar, zag in dit verhaal een kans voor uitwisseling van expertise met Nederland. „Nederland heeft een pijnlijke en droevige geschiedenis wat het jodendom betreft. De herinnering daaraan staat onder druk, vanwege antisemitisme. Het is voor jongeren in Nederland interessant om kennis te nemen van de situatie nu en vroeger in Marokko.”

„Oudere Marokkanen weten dat nog”, zegt vice-voorzitter Dalil, „maar jongeren zijn te zeer beïnvloed door buitenlandse media die de Joodse identiteit tot een politieke kwestie hebben gemaakt.”

Jongeren zijn beïnvloed door buitenlandse media

Laziza Dalil vice-voorzitter Mimouna

Zijzelf, Marokkaans-Arabisch en moslim, is een van de weinige Marokkanen van haar generatie („the happy few”) die opgegroeid is met Joden. In Marrakesh zat ze op een Franse school waar een derde van de leerlingen Joodse wortels had. „Voor mij was het volkomen normaal bevriend te zijn met Joden en bij hen thuis te komen. Net als de generatie van mijn ouders.” Pas toen zij op haar negentiende naar Parijs ging om er te studeren, ondervond ze antisemitisme aan den lijve. „Ik had een studentenkamer geregeld in een Joodse wijk in Parijs, dankzij een Joodse vriendin uit Marokko. Toen ik daar op een ochtend liep, kwam een oudere Franse dame op mij af en zei: ‘Parijs was schoner toen de Duitsers hier hun werk hadden gedaan.’ Zij dacht dat ik Joodse was.”

Achteraf ziet ze dat moment als een keerpunt. Ze keerde met hernieuwde dosis vaderlandsliefde terug naar Marokko. Dalil: „Ik dacht toen: zulke kwaadaardige jodenhaat heb ik nooit gezien in mijn land en ik wil er alles aan doen om dat zo te houden.”

Pilaar onder staat Marokko

Sinds de Marokkaanse grondwetswijziging in 2011 heeft de stichting de wind in de rug. Toen kreeg de Joods-culturele component voor het eerst officieel melding in de grondwet, als een belangrijke pilaar waarop de staat Marokko is gebouwd. Dalil: „Mensen vragen mij altijd: waarom zet je je in voor een geloof dat niet de jouwe is? Maar wij promoten hiermee niet het Jodendom, wij promoten de Marokkaanse cultuur.”

„Wat weten jullie allemaal over Marokko”, vraagt Maroi Charqaoui, een ander lid van de Mimouna-delegatie aan de klas. Nu gaan er meer handen omhoog. „Couscous!”, roept een jongen voorin. „Maar wisten jullie dat dat gerecht heel erg geïnspireerd is op de Joodse keuken?” Ze noemt nog een paar typisch Marokkaanse dingen die hun oorsprong deels of geheel in de Joodse cultuur hebben: de caftan, de hand van Fatima (yad in het Hebreeuws), de typische Marokkaanse sieraden. Yassine, achterin de klas, is hier best verbaasd over. Hij had dat nog nooit gehoord, ook niet van zijn ouders uit Marokko. „Ik denk niet eens dat mijn ouders dit weten. Best leerzaam dit”, zegt hij.

Waar mensen ook altijd verbaasd op reageren, zegt Dalil, is als ze vertelt over de manier waarop de Marokkaanse koning zijn Joodse onderdanen heeft beschermd tegen het nazistische Vichy-regime. Toen ze hem vroegen alle Joden uit te leveren, zou hij hebben geantwoord: „Hier zijn geen Joden, alleen Marokkaanse onderdanen.”

Lees ook ons familieportret uit de serie Nederlandse Moslims: Hoe de islam steeds belangrijker wordt