Verdubbeling stops in de spoedzorg

Eerste hulp Ambulances moeten vaker omrijden naar een ziekenhuis dat verder weg ligt.

Spoedafdelingen van ziekenhuizen in Noord-Holland en Flevoland vroegen ambulances in 2018 twee keer zo vaak om het ziekenhuis te mijden als in 2015. Het ging om maar liefst 5.600 zogeheten ‘stops’, gemiddeld vijftien per dag. Ook Groningen en Drenthe tellen steeds meer stops. Patiënten die in direct levensgevaar zijn, worden nooit geweigerd bij spoedhulp.

Ofschoon minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) hoge prioriteit geeft aan dit „onwenselijke” fenomeen, net als zijn voorganger Edith Schippers (VVD), blijft het aantal geregistreerde stops toenemen. Dat blijkt uit onderzoek van NRC.

Met zulke stops geeft een ziekenhuis aan dat het geen extra patiënten meer kan opvangen die per ambulance naar een spoedafdeling moeten worden gebracht.

De meeste stops worden afgekondigd op de spoedeisende hulp (SEH), daarna de eerste harthulp. Spoedeisendehulpartsen vroegen in 2016 al in een brandbrief het ministerie van Volksgezondheid om maatregelen: „De rek is eruit”.

Ook bij traumakamers, waar bijvoorbeeld snel onderzoek wordt gedaan na een ongeval, worden stops ingesteld. En dat geldt ook voor de afdeling waar patiënten bij acute problemen met bloedvaten (CT trombolyse) terechtkunnen. Is een patiënt in direct levensgevaar, dan mag de ambulance wel altijd naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis rijden.

Met stops reguleren ziekenhuizen de drukte. Ze zijn een symptoom van een krakend systeem van acute zorg met als oorzaken personeelstekorten en steeds complexere patiënten. Vergrijzing en het kabinetsbeleid rond het langer thuis laten wonen van ouderen maken dat er steeds meer oudere patiënten op de spoedeisende hulp terechtkomen. Het aantal 75-plussers op de spoedeisende hulp neemt tot 2025 met jaarlijks bijna 4 procent toe, zo becijferde het RIVM. Ook stromen patiënten niet goed uit naar andere ziekenhuisafdelingen, vaak omdat het daar ook druk is.

Een beeld van alle stops in Nederland is moeilijk te schetsen door gebrekkige registratie van de stops. Maar dát de druk op spoedzorg toeneemt, bevestigt Ernst Kuipers, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg.

Zorgen over kwaliteit

De meeste stops worden in Amsterdam geteld. Eenvijfde van de tijd is een van de spoedeisende hulpen in de stad vol. Het komt zelfs voor, al is het incidenteel, dat de helft van de zes posten een stop heeft ingelast.

„We hebben een probleem”, zegt Prabath Nanayakkara, hoofd acute zorg bij het Amsterdam UMC (locatie VUmc). „Ik weet niet of hierdoor al een calamiteit is voorgekomen. Maar lijdt de patiënt eronder? Dat zeker.” Patiënten kunnen soms niet terecht in het ziekenhuis waar ze bekend zijn en uitgebreid behandeld werden, vertellen artsen. „Dan komt de kwaliteit van zorg echt in gevaar”, aldus Nanayakkara.

Spoed? Ander ziekenhuis! pagina E4-5