‘Onhoudbare situatie’ bij forensische opsporing

Nationale Politie Volgens de Nederlandse Politiebond zorgen gebreken in de opsporingscapaciteit voor „maatschappelijke schade”. Bij de forensische opsporing werken 1.500 mensen terwijl er werk is voor 4.500. Aanpak van georganiseerde criminaliteit wordt hierdoor ernstig bemoeilijkt.

Foto Rob Engelaar/ANP

Bij de forensische opsporing van de Nationale Politie is door steeds verder oplopende personeelstekorten „een onhoudbare situatie” ontstaan die de aanpak van de georganiseerde criminaliteit ernstig bemoeilijkt.

Dit staat in een door de grootste politievakbond, de Nederlandse Politiebond (NPB), opgestelde ‘noodkreet’. In een brief die woensdagavond is gestuurd naar minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en de Tweede Kamer vraagt de politiebond „acute maatregelen” om de opsporingsproblemen te verhelpen.

De NPB heeft de afgelopen maanden een inventarisatie gemaakt van klachten die leven bij politieagenten en officieren van justitie die zich bezighouden met forensische en digitale opsporing. Steeds terugkerende klacht is dat de mogelijkheden voor dergelijk sporenonderzoek de laatste jaren enorm zijn toegenomen maar dat het ontbreekt aan voldoende gekwalificeerd personeel om zulk werk te verrichten. Er worden door de politieagenten steeds meer aanvragen ingediend voor forensisch onderzoek maar steeds minder mensen kunnen dit doen.

Gebrek aan tijd en mankracht

Volgens NPB-voorzitter Jan Struijs zijn de wachttijden voor onderzoek naar sporen die op een plaats delict worden aangetroffen, zoals DNA-materiaal, recentelijk flink gestegen. „De gemiddelde wachttijd bij een woninginbraak of overval bedraagt zestig dagen of langer. De crimineel heeft derhalve, na het plegen van een delict, de kans om twee maanden door te gaan”, zegt Struijs, voormalig rechercheur uit Rotterdam.

Volgens Struijs is er voor diverse delicten „simpelweg geen tijd en menskracht voor de politie om forensisch onderzoek in te stellen. Denk hierbij aan coldcasezaken, babbeltrucs bij ouderen, internetfraude of inbraken in kelderboxen en auto’s”. Door een gebrek aan mensen is er ook vaak geen tijd om plekken van misdaad grondig te onderzoeken. „Hierdoor is de kans dat belangwekkende sporen niet worden aangetroffen aanzienlijk toegenomen. Terwijl het forensisch bewijs een steeds belangrijkere rol heeft in rechtszaken.”

Forensische opsporingsambtenaren en ook leden van het OM klagen massaal over de omvangrijke administratieve procedures die in acht moeten worden genomen bij het vastleggen van bewijsmateriaal. Laboranten zouden vijftig procent van hun tijd kwijt zijn aan het invullen van formulieren. Gegevens moeten worden ingevuld of gescand in verschillende ICT-systemen die heel vaak niet met elkaar kunnen ‘communiceren’.

Verouderde ICT-omgeving

„Rechercheurs werken in een verouderde ICT-omgeving. Hierdoor verliest men slagkracht, is er een grotere kans op fouten en nemen de doorlooptijden toe”, zegt Struijs. „Agenten zijn bang dat het gebrek aan tijd, middelen en kwaliteit in de toekomst tot gerechtelijke dwalingen kan leiden”. Medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut laten weten dat ook speciale ‘spoedaanvragen’ niet allemaal in behandeling kunnen worden genomen.

Lees ook een reportage over het opsporingswerk bij de politie: Rechercheren is selecteren

Bij de Nationale Politie (zo’n 50.000 agenten) zijn volgens de vakbond ongeveer 1.500 mensen werkzaam in de forensische opsporing. Er zou nu werk zijn voor 4.500 mensen. Door overbelasting is het ziekteverzuim de laatste jaren gemiddeld negen procent of meer. „Hiernaast werken er nog ongeveer 400 digitale rechercheurs, die eveneens aangeven last te hebben van structurele onderbezetting en overbelasting”, zegt Struijs.

De politievakbond vraagt Grapperhaus nader onderzoek te doen naar de „maatschappelijke schade” die ontstaat door de gebreken in de opsporingscapaciteit. De bewindsman moet ook met een plan en geld over de brug komen om de tekorten weg te werken.