Opinie

Koop geen sojabonen meer uit ontbost gebied, en nog vijf tips

Duurzaamheid Nederland moet het voortouw nemen bij het uitbreiden van de Europese wetgeving tegen wereldwijde ontbossing, schrijven .

De ontbossing is goed zichtbaar vanuit de lucht.
De ontbossing is goed zichtbaar vanuit de lucht. iStock

Nederland kan de leiding nemen tegen wereldwijde ontbossing. Deze week komen afgevaardigden uit zeven EU-landen bijeen in Utrecht om te praten over het tegengaan van ontbossing. Nederland heeft de voorzittersrol van het zogeheten Amsterdam Declarations Partnership, een verbond van ‘voorlopers’ in de strijd tegen ontbossing. Die ‘verklaringen’ zijn parallel aan de onderhandelingen voor het Klimaatakkoord van Parijs (2016) ondertekend door de regeringen van Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Noorwegen. Ze vormen een informeel samenwerkingsverband met het bedrijfsleven en andere landen om economische ketens te verduurzamen.

De bijeenkomst in de Utrechtse Munt is een uitgelezen kans om wetgeving en beleid tegen ontbossing een stap verder te brengen. De toenemende wereldwijde vraag naar palmolie, soja, hout, papier en vlees gaat ten koste van bos. Nederland heeft een groot aandeel in deze bosvernietiging. De sojateelt voor de Nederlandse markt is zo groot, dat dit wereldwijd meer landbouwgrond vereist dan het totale landbouwareaal binnen Nederland zelf.

Het VN-rapport over biodiversiteit onderstreepte nog eens dat fundamentele veranderingen in de mondiale economie en handel noodzakelijk zijn om vernietiging van biodiversiteit en ontbossing te stoppen. Bossen leveren ‘ecosysteemdiensten’; ze recyclen water, leggen koolstof vast, ze zijn van levensbelang voor veel culturen en herbergen een unieke en zeer rijke biodiversiteit. De plant- en diersoorten die voorkomen in bossen wereldwijd hebben bovendien intrinsieke waarde – ook los van het nut van deze ecosystemen voor de mens verdienen ze bescherming.

Als voorzitter van de groep van zeven moet Nederland pleiten voor bindende Europese maatregelen om ontbossing tegen te gaan. Dit zijn de meest veelbelovende:

1. Neem in alle handels- en investeringsovereenkomsten met producerende landen juridisch bindende bepalingen op om ontbossing tegen te gaan. De invoer van illegaal gekapt hout en illegaal gevangen vis is al verboden. Zo moet er ook een Europees verbod komen op landbouwproducten die gekoppeld zijn aan ontbossing. Naast een garantie van ‘netto-ontbossing’ tot nul (het saldo van aanplant minus ontbossing) moeten deze overeenkomsten bepalingen bevatten over bescherming van biodiversiteit, de rechten van lokale gemeenschappen en koolstofopslag.

2. Stimuleer consumptie van duurzaam en dichtbij geproduceerde producten. Bijvoorbeeld door supermarkten hun inkoopbeleid aan te laten passen, via subsidies, belastingmaatregelen, of op basis van vrijwilligheid en publiekscampagnes. Door intercontinentale import en export te ontmoedigen kan de EU rechtstreeks ontbossing aan de andere kant van de wereld voorkomen. Tegelijkertijd kunnen maatschappelijke organisaties, burgers en overheden samenwerken om alternatieve consumptiepatronen te stimuleren: vleesconsumptie terugdringen, vleesvervangers beter op de kaart zetten en verspilling terugdringen van papier en karton voor verpakkingen. Ook kan er druk gezet worden op soja-markten en handelaren om ‘ontbossingsvrij’ te zijn.

Lees ook: Volgens Greenpeace breken bedrijfen hun belofte ontbossing te stoppen

3. Stel strengere regels op voor duurzaam gedrag van Europese bedrijven. De afgelopen tien jaar zijn er veel vrijwillige initiatieven vanuit het bedrijfsleven geweest, zoals het gebruik van keurmerken en rondetafelgesprekken. Deze initiatieven hebben te weinig opgeleverd. De herkomst van soja en palmolie is nog vaak onduidelijk en verduurzaming gaat te langzaam. Strengere duurzaamheidseisen voor productie- en handelsketens zijn nodig. Denk aan een importverbod op producten afkomstig van recent ontboste gebieden. Dit zorgt voor een gelijk speelveld voor alle bedrijven binnen een sector, en ook achterblijvende bedrijven worden zo gedwongen om stappen te zetten.

4. Voorkom via aanvullende wetgeving dat financiële organisaties investeren in ontbossende bedrijven. Ook dienen banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen transparant verslag te doen over de manier waarop ze de nadelige milieu-effecten van hun investeringen verminderen.

Lees ook: Dit Indonesische oerwoud is nu een palmolieplantage

5. De verantwoordelijkheid voor koolstofemissies en het terugdringen daarvan ligt nu bij het land dat de emissies uitstoot, onafhankelijk van de vraag waar het product – dat deze emissies veroorzaakt – wordt gebruikt. Een land als Nederland kan zo zijn verantwoordelijkheid ontlopen door minder zelf te produceren en meer te importeren. Dit moet anders: maak het producerende en het consumerende land samen verantwoordelijk voor de CO2-emissies.

6. Ten slotte – meer onderzoek blijft nodig om ontbossing effectief te bestrijden. Dit omvat het beter in kaart brengen van de handelsketens, inclusief de rol van financiële spelers – investeerders, beleggers en verzekeraars. Ook is preciezere kwantificering nodig van landgebruiksveranderingen en koolstof- en waterfootprints van producten in specifieke regio’s en beter inzicht in de samenhang tussen ontbossing en verlies aan biodiversiteit.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.