Opinie

Kabinet greep terecht de kans om twee kinderen te repatriëren

Terugkeerbeleid

Commentaar

Nederland kan geen functionarissen naar Noordoost-Syrië sturen om kinderen van IS-strijders op te halen. Dat zou te gevaarlijk zijn. Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) was er afgelopen vrijdag nog duidelijk over. Maar de bewindsman was nauwelijks uitgesproken of er dook in de Syrisch-Koerdische media een filmpje op dat zijn woorden logenstrafte. Te zien was Jan Willem Beaujean, directeur consulaire zaken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die zich voorstelt aan de Koerdische autoriteiten in het Noord-Syrische stadje Ain Issa, waar een groot vluchtelingenkamp is.

Op de slippen van een Franse terugkeermissie wist Beaujean twee Nederlands/Belgische weeskinderen, van twee en vier jaar oud, naar Nederland te halen.

Het contrast tussen de woorden van de minister en de feiten van dit weekend verraadt het ongemak met de kwestie. Er zitten 55 Syriëgangers met in totaal 85 kinderen in Syrische kampen. In het onderhavige geval ging het om de kinderen van omgekomen ouders.

Of al deze Nederlandse staatsburgers teruggehaald moeten worden, om hier te worden berecht dan wel opgevangen, vereist een voortdurende afweging tussen rechtsstatelijkheid en veiligheid. De rechtsstaat vraagt om berechting. Om terughalen dus. Laat de rechter maar beoordelen aan welke misdrijven deze Nederlanders zich schuldig hebben gemaakt, en welke straf daarbij past. Maar binnen de veiligheidsdienst zijn er andere geluiden te horen.

Stel dat Nederland alle strijders terughaalt en berecht. Hun staat vermoedelijk een maximumstraf van zes jaar te wachten. Na vier jaar keren ze dan naar verwachting weer in de samenleving terug. Dat zou relatief kort zijn om te deradicaliseren, als daar überhaupt al sprake van kan zijn.

In deze gedachtegang gaat het terughalen van de strijders en hun kinderen dus ten koste van de veiligheid van Nederlandse burgers.

Tot voor kort was het formele standpunt zoals Grapperhaus dat vrijdag uitdroeg: terughalen is te gevaarlijk voor de Nederlande medewerkers. Maar dat kan, gezien de aanwezigheid van topambtenaar Beaujean in Koerdisch gebied, niet meer volgehouden worden.

Het is tijd om onder ogen te zien dat de strijders die nu nog vastzitten, een verantwoordelijkheid van Nederland zijn. De strijders moeten worden berecht. En als er geen internationale oplossing komt, bijvoorbeeld in de vorm van een tribunaal in de regio, kan dat alleen door dat in Nederland te doen.

Daar komt bij dat de humanitaire situatie niet vergeten mag worden. De nu teruggehaalde peuter en kleuter waren, volgens de brief van het kabinet, sinds het overlijden van hun moeder volstrekt aan hun lot overgeleverd in een vluchtelingenkamp waar nauwelijks van enige orde sprake is. Er heersen ziektes, er is geen water, er is een tekort aan medicijnen.

Terecht stelt de Kinderombudsman dat deze kinderen niet mogen verpieteren omdat hun ouders fouten gemaakt hebben.

Als er zich dan een kans aandient om deze kinderen toch terug te halen, is het de morele plicht van de Nederlandse overheid om deze te grijpen. Het is de kracht van het kleine gebaar: ook zonder overkoepelend beleid kan in een individueel geval een menselijke afweging de doorslag geven.

Dat sommigen de twee kinderen als toekomstige terroristen bestempelen, is bepaald onfris en dus niet in orde. Ze verdienen het om in veiligheid op te groeien. Het kabinet heeft de juiste keuze gemaakt.