Hoger beroep zaak-Wilders

Kamer laat vragen over ‘politiek proces’ tegen Wilders liever aan de rechter

Geert Wilders tijdens de rechtszaak wegens zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak.
Geert Wilders tijdens de rechtszaak wegens zijn ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Foto ANP/Michel van Bergen

Er moet „opheldering” komen (SP-leider Lilian Marijnissen) en „antwoorden” (PvdA-voorman Lodewijk Asscher) op vragen van PVV-fractievoorzitter Geert Wilders over zijn eigen strafproces.

Maar de Tweede Kamer zal daar niet zelf voor zorgen. Een parlementaire enquête naar mogelijke politieke bemoeienis van ex-minister Ivo Opstelten (VVD) met de zaak-Wilders komt er voorlopig niet. Daarvoor is het te vroeg, vindt een meerderheid van de Tweede Kamer.

Over twee weken begint de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep in de ‘Minder Marokkanen’-zaak. Wilders werd eind 2016 schuldig bevonden (zonder strafoplegging) voor groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie.

Lees ook: over de uitspraak in de zaak-Wilders.

Het hoger beroep draait meer en meer om de vraag of het een „politiek proces” is, zoals Wilders het noemt. Wilders vermoedt dat Opstelten, toenmalig minister van Veiligheid en Justitie, bij het Openbaar Ministerie (OM) heeft aangedrongen op zijn vervolging.

In De Telegraaf stond vorige week dat een oud-ambtenaar zou hebben verklaard zelf een gesprek te hebben opgevangen waarin Opstelten aandrong op vervolging van Wilders, „omdat hij ons teveel voor de voeten loopt”.

Opstelten zou dat in 2011 hebben gezegd, jaren voor de vervolging van Wilders. De PVV-leider legt dat uit als: ze zochten al sinds 2011 een manier om me te vervolgen.

Uit antwoorden van minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) op vragen van Wilders bleek vorige week ook al dat Opstelten in 2014 twee keer sprak met het OM over de zaak-Wilders – iets waarover het ministerie eerder geen duidelijkheid gaf. Volgens Grapperhaus omdat er „niet expliciet” naar werd gevraagd. Voor Wilders was het reden om een parlementaire enquête te eisen. Collega’s die dat niet willen noemt hij „ontzettende lapswanzen”. (NRC/ANP)