Genen bepalen succes vaccinatie

Geneeskunde Na verloop van tijd neemt de afweerrespons van een vaccinatie af. Dan is een nieuwe inenting nodig. Dat is deels genetisch bepaald.

Na een jaar heeft de helft van de kinderen te weinig afweer tegen meningokokken C.
Na een jaar heeft de helft van de kinderen te weinig afweer tegen meningokokken C. Foto Getty Images

Hoe lang kinderen voldoende afweer hebben tegen een ziekteverwekker na een inenting, hangt af van hun genen. Onderzoek onder 3.600 kinderen in het Verenigd Koninkrijk en Nederland laat zien dat er ten minste twee varianten in het DNA bestaan die samenhangen met hoeveel beschermende antilichamen kinderen nog hebben vier jaar na de vaccinatie. De studie door Britse wetenschappers uit Oxford en Londen en van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verscheen dinsdag in het wetenschappelijke tijdschrift Cell Reports.

De onderzoekers bekeken de immuunrespons op drie gangbare vaccinaties die in Nederland in het Rijksvaccinatieprogramma zitten. Het gaat om de vaccinaties tegen meningokokken C, Haemophilus influenzae type b (Hib) en tetanus.

Dode virussen

Vaccinaties als deze beschermen tegen infectieziekten door het afweersysteem op een veilige manier kennis te laten maken met de ziekteverwekker. Daartoe wordt een klein beetje van de ziekteverwekker ingespoten, meestal kleine stukjes van de bacterie of dode virussen. Het lichaam maakt daar afweerstoffen tegen en bouwt zo een geheugen voor de ziekteverwekker. Bij een besmetting kan het afweersysteem direct in actie komen. Vaccinaties voorkomen wereldwijd miljoenen doden per jaar, vooral onder kinderen.

Het is bekend dat de afweerrespons van een vaccinatie na verloop van tijd afneemt. Bij sommige mensen gaat dit sneller dan bij andere. Na een jaar heeft bijvoorbeeld een kwart van de kinderen te weinig afweer tegen Hib, en de helft te weinig afweer tegen meningokokken C. Daarom is er meestal na een paar jaar een tweede vaccinatie nodig, en soms later nog een derde prik.

De onderzoekers verzamelden bloed van 3.600 Britse en Nederlandse kinderen

Hoe de respons op een inenting is, is onder andere afhankelijk van de leeftijd, het geslacht, de etnische achtergrond en de aanwezige micro-organismen in het lichaam. Eerder onderzoek bij tweelingen wees al uit dat er ook een genetische invloed is.

Om te ontdekken welke genetische factoren een rol spelen bij de kracht van de afweerrespons, verzamelden de onderzoekers het bloed van 3.600 Britse en Nederlandse kinderen, die gemiddeld vier jaar tevoren de laatste vaccinatie hadden gekregen. De Britten brachten 6,7 miljoen genetische variaties in het complete genoom in kaart, en op het RIVM maten ze hoeveel antilichamen tegen elk van de vaccins in het bloed aanwezig waren. Die gegevens werden gecombineerd.

Genetische variaties op twee specifieke plekken in het DNA bleken samen te hangen met de hoeveelheid antilichamen in het bloed. Voor de meningokokken C-vaccinatie is dat een plek in het genoom die allerlei signaal-regulerende moleculen voortbrengt die een rol spelen in het immuunsysteem. Voor de tetanus-inenting is dat de plek voor het humaan leukocytenantigeen (HLA), dat ook belangrijk is voor de afweer. HLA is een eiwit dat bijna alle lichaamscellen op hun oppervlak hebben; er bestaan veel variaties van. Aan de hand daarvan bepaalt ons afweersysteem of een weefsel ‘eigen’ is of niet. Bij orgaantransplantaties wordt bijvoorbeeld gekeken of de donor en de ontvanger een vergelijkbaar HLA hebben. Voor de respons op het Hib-vaccin werd geen duidelijke relatie gevonden met de variaties in de genetische profielen.

Genetisch profiel

„Dankzij fundamenteel onderzoek als dit leren we beter te begrijpen waarom sommige mensen beter reageren op ziekteverwekkers en vaccins dan andere”, zegt Fiona van der Klis, mede-auteur en hoofdonderzoeker van het RIVM. „Wij zoeken doorlopend naar manieren om ons vaccinatieprogramma nog beter te maken. Als we bijvoorbeeld het aantal benodigde prikken per vaccinatie zouden kunnen verlagen, zullen we dat zeker doen. Op basis van deze publicatie is dat echter niet te concluderen.”

Ze nuanceert de hoop dat in de toekomst een genetisch profiel gemaakt kan worden van elke baby, om individueel te bepalen wat het beste vaccinatieschema zal zijn. „Dat is nog lang niet aan de orde.”