The Last Poets bij Poetry International: ‘De wereld is er niet beter op geworden’

Poetry international De Amerikaanse Last Poets lieten horen dat poëzie en revolutie in elkaars verlengde liggen. Samen met het Metropole orkest verzorgen ze de aftrap van de 50ste editie van Poetry International.

De mannen van The Last Poets zijn een beetje zenuwachtig om met zo’n groot orkest op te treden. „Als we een foute toon aanslaan, dan ben ik bang dat jullie zeggen: ja, dit zijn inderdaad de laatste dichters.”

Dat zegt de Amerikaanse Last Poet Umar Bin Hassan (1948) wanneer hij woensdagochtend in de Hilversumse oefenruimte van het Metropole Orkest staat. Terwijl hij uitkijkt op de strijkers, staat de Hassan klaar om samen met Abiodun Oyewole (1948) hun poëzie voor te dragen, begeleid door het orkest.

Drummer Baba Doun Babatunda (1957) ondersteunt deze ochtend het Metropole Orkest en het is afwachten of het orkest aan de eisen kan voldoen van de mannen die, zoals vaak is gezegd, „van poëzie revolutionair gereedschap hebben gemaakt”. Donderdag zullen ze in de Rotterdamse Doelen samen optreden tijdens Poetry International.

The Last Poets is een van de vroegste spoken word-groepen, ontstaan in Harlem, New York, 1968. De naam is ontleend aan een gedicht van de vorig jaar overleden Zuid-Afrikaanse dichter Keorapetse Kgositsile, die in 2004 te gast was op Poetry International. Kgotsitsile voorzag dat geweld het volgende stadium werd, als de poëzie zou zwijgen – vandaar het idee van de laatste dichters. The Last Poets debuteerde op 19 mei, de geboortedag van Malcolm X, het begin van een nu al vijftig jaar durende carrière op het snijvlak van activisme en muziek.

Het eerste, titelloze album verscheen in 1970. Daarop een halfuur lang snoeiharde spoken word, met verhalen over geweld op straat, armoede en drugsgebruik. Alles met een onheilszwanger gevoel: er komt een revolutie aan, en als je daarop niet bedacht bent, gaat het fout.

I understand time is running out„, is de eerste regel van de plaat. Dan begint een andere stem: „Tick tock tick tock”, en even later: „Run, nigger”. Een nerveus makende eerste minuut. Even later zijn de formuleringen weer nadrukkelijk poëtisch:

„Night descends as the sun’s light ends

And black comes back, to blend again

And with the death of the sun

Night and blackness become one

Blackness being you”

Maar er begint iemand op de achtergrond er doorheen te fluisteren, en later te schreeuwen. Eerst nog zachtjes: „Wake up, niggers”. Maar in het refrein allengs harder:

„HEY! - WAKE UP, NIGGERS or y’all through!”

Drowning in the puddle of the white man’s spit

As you pause for some drawers in the midst of shit”

Hier bestaat de muzikale begeleiding nog vooral uit dwingende percussie, en de opbouw van een lied is afwezig: dit zijn pamfletten, maar zo poëtisch dat het ook gedichten zijn. En hoewel de mannen van The Last Poets vaak als peetvaders van de rap zijn gekarakteriseerd, doen ze toch wel iets heel anders. Bij hen geen kale beats en ritmische verhalen. Wel zetten ze zo een sfeer neer die zo sterk is, dat de Britse regisseur Nicholas Roeg hun muziek gebruikte voor zijn film Performance (1970), over de New Yorkse wijk Harlem, met Mick Jagger in de hoofdrol.

Schoenen poetsen

Voor Oyewole is een optreden met een orkest niet nieuw. Als veertienjarig jongetje zong hij in een koor. „Dat was heel bijzonder, want ze selecteerden heel streng”, vertelt hij terwijl het orkest inspeelt.

Oyewole kreeg te horen dat zijn stem wel goed was, alleen de toonhoogte niet. Toch kreeg hij een solo. Een trotse moeder was zijn deel, maar ook een streng jurylid. Dit jurylid zei: „Je kan mooi zingen. Je zult alleen niet ver komen. Wat je doet is niet origineel. Je moet meer jezelf zijn.”

Hoewel hij de kritiek vreselijk vond, ging Oyewole vanaf dat moment wel met succes op zoek naar zijn eigen geluid.

Niet veel later kwam Oyewol bij een optreden in Ohio in contact met Hassan. Als schoenpoetser had Hassan ontdekt dat „shoe shine gives me a beat, shoe shine gives me a soul” goed klonk. „Toen ik The Last Poets hoorde wist ik: dat wil ik ook. Maar daarvoor moest ik naar New York.” Hij verkocht de platenspeler van zijn zusje om een buskaartje te kopen en vertrok.

De wat jongere Babatunda kwam op zijn twaalfde in aanraking met The Last Poets. „Ik was geïnteresseerd in the empowerment movements, in Afro American kunst en hoorde welke kracht The Last Poets had. Je hoorde de beat van de revolutie en daar wilde ik aan bijdragen”.

Hoe sterk de verbinding tussen hun muziek en het leven is, blijkt uit de film Right On!, die in 1971 over hen is gemaakt. Daarna zoeken de dichters andere soorten muziek als achtergrond voor hun gedichten: jazz (Chastisement, 1972), soul (At Last, 1973) en funk (Delights of the Garden, 1977).

Black Lives Matter

In de jaren tachtig ontdekte de eerste generatie rappers The Last Poets. En hoewel de dichters zelf geen muziek meer maken, wordt hun invloed indirect sindsdien steeds groter. Een beetje tegen hun zin in, zegt Oyewole. „We vinden het prima dat de rappers ons als inspiratie zien, maar we willen geen stempel van goedkeuring geven. Het probleem van veel rap is dat er zoveel negativiteit in zit, terwijl wij juist de lof betuigen van onze mensen.”

Na enkele decennia waarin ze vooral als dichter actief waren, zijn ze recent weer muziek gaan maken. Soms compleet in de stijl van hun vroegste werk, soms met rappers, en in 2018 dus met een reggae-album: Understand What Black Is. Want één ding is niet veranderd: Hassan, Oyewole en Babatunda onderzoeken in hun werk hoe het is om zwart te zijn. Eerst in Harlem, later in New York, Amerika, de wereld. „De wereld is er, zeker met president Trump, niet beter op geworden. Er is nog een hoop te overwinnen”, zeggen ze eenstemmig. „Black Lives Matter [de in 2013 opgerichte internationale actiegroep, red.] is een geweldig idee, maar nog geen beweging. Het kan groter worden en we verheffen onze stem.”

Lees ook: We zaten vol opgekropte woede

Ondertussen heeft de wereld ze ontdekt. In Nederland is dat onder meer te danken aan Christine Otten die in 2004 een boek over hen schreef: De laatste dichters. Donderdagavond zullen ze omarmd worden in De Doelen. Want met het orkest zit het wel goed, vinden ze alle drie. Wanneer de repetitie erop zit, klapt Hassan in zijn handen: „Wow, ik voelde dit laatste stuk echt. Ik kan nu aan al mijn vrienden en vijanden vertellen dat ik met een orkest heb opgetreden.”