Brieven

Brieven

Discussie plagiaat (2)

De regels waren er wel

Als er iets tijdens mijn studie sociologie in Utrecht (1955-1962) is ingehamerd, dan zijn het de regels dat het citeren van teksten van andere auteurs tussen aanhalingstekens en met bronvermelding dient te geschieden. Op basis van deze minimale steekproef van één respondent bestrijd ik dan ook de stelling van Kees Schuyt dat men in 1988, het jaar waarin Dymph van den Boom promoveerde, bij gebruik van bronnen ‘geen regels (kon) overtreden die er niet waren’ (Inadequate bronvermelding is geen plagiaat, 8/6) Die waren er al minstens dertig jaar.

Man en vrouw

Verschil gender en sekse

In NRC schrijft Maarten Huygen over mannelijkheid (Het temmen van de man, 8/6). Het is opmerkelijk dat iemand die zich in deze thematiek heeft verdiept het verschil tussen sekse (of geslacht) en gender niet lijkt te kennen. Met deze termen maken we onderscheid tussen biologische realiteit (sekse) en sociale constructie (gender). Dat roze een meisjeskleur is, is bedacht: gender. Dat vrouwen kinderen kunnen baren gaat over sekse. Het idee van gender als constructie ontstond bij Simone de Beauvoir: „On ne naît pas femme, on le devient.” Het wordt erger. Huygen schrijft: „De Amerikaanse filosoof Judith Butler ziet sekse als performatief, als een opvoering.” Deze zin klopt niet. Butler ziet niet sekse, maar gender als een opvoering, een performance. Roze voor meisjes dus. Het is de optelsom van performances die vervolgens performatief werkt, te begrijpen als iets dat zichzelf waar maakt. We ‘doen’ allemaal gender en daardoor heeft het echte consequenties.

Butlers theorie is pittig en is niet nodig voor dit stuk. Huygen gebruikt het echter als verdachtmaking: die malle postmoderne theoristen zeggen dat lichamen er niet toe doen! Een van Butlers boeken heet overigens Bodies That Matter, iets dat de auteur ook lijkt te zijn ontgaan. Ergens is de mythe ontstaan dat genderwetenschappers ontkennen dat mannen en vrouwen biologisch verschillen. Dat is onzin. Het is kwalijk dat NRC deze mythe bestendigt.


publicist, als onderzoeker verbonden aan de groep Genderstudies van de Universiteit Utrecht

Verpleegkundigen

Nu stoppen er meer

Chapeau Minister Bruins! Door de door u gepresenteerde tekst over het onderscheid tussen verpleegkundigen en regieverpleegkundigen zal het verpleegkundigentekort wel opgelost worden en de kwaliteit van zorg steeds beter (Zo veel ervaring, toch terug naar school , 7/6). Hoe meer ervaring een verpleegkundige heeft, hoe langer diegene terug moet in de schoolbanken. Het is de wereld op zijn kop: autorijden leer je toch ook niet door er een boek over te lezen? Goede verpleegkundigen, met jarenlange ervaring moeten terug naar school, om gekwalificeerd te blijven in hun werk. Denkt u nou werkelijk dat zo’n 100.000 verpleegkundigen dit gaan doen? Velen van hen sluiten zich aan bij de 119.000 die vorig jaar de zorg verlieten. Hoe triest is dat.


verpleegkundige

mavo

Onnodig kwetsend

In NRC schrijft de heer Meeus een column over minister Wouter Koolmees en de aanpassingen van het pensioenstelsel (Van mavoscholier naar Haagse macher, 6/6). Een helder verhaal, maar waarom doorlopend het accent op de mavostart van de heer Koolmees leggen? Flauw en onnodig. En een belediging voor alle scholieren die onderwijs op dat niveau volgen. Tussen de regels door vertelt u aan hen dat het niet al te veel voorstelt. Jammer.

Correcties/aanvullingen

Sovjet-doden

In de rubriek Inbox van de redactie (8/6, p. O2) is sprake van ‘ruim negen miljoen doden’ aan Sovjet-zijde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit betreft het aantal militaire doden; het aantal burgerslachtoffers is driemaal zo hoog.

Kunstmanen

In het artikel Straks zien we haast geen sterren meer – alleen nog maar kunstmanen (8/6, p. W2-3) stond vermeld dat er 44 lanceringen per maand komen. Dit moet zijn: per jaar.