Zelfs Disney kreeg foley niet klein

Interview Jeff Gunn doet in Los Angeles de ‘foley’: het reproduceren van alledaagse geluiden voor films. „Je vindt het wel heel raar als iemand het kopje op tafel zet zonder dat geluid.”

Beeld uit de serie True Blood, waar Jeff Gunn het geluid voor maakte.
Beeld uit de serie True Blood, waar Jeff Gunn het geluid voor maakte. Foto Jaimie Trueblood/AP Photo/HBO

Als een vampier in een film in iemands nek bijt, hoor je eigenlijk een man die in een opnamestudio een hap uit een perzik neemt. Een hart dat uit een borstkas wordt gerukt in de serie True Blood? Gewoon het borststuk van een rotisserie-kip.

Het is dagelijks audiowerk voor Jeff Gunn, die al bijna 15 jaar ‘foley’ beoefend. Een oud ambacht dat leek te worden wegbezuinigd toen Disney mediabedrijven als Marvel en Lucasfilm opkocht, en dacht voortaan wel zonder te kunnen. Dat viel tegen.

Foley is het reproduceren van alledaagse geluiden, die in de post-productie worden toegevoegd aan film of televisie. De techniek werd ontwikkeld bij hoorspelen op de radio: foley is vernoemd naar geluidspionier Jack Foley (o.a. Show Boat (1929) en Kubrick’s Spartacus uit 1960). Zijn technieken worden nog altijd toegepast: voetstappen, brekend glas, krakende planken.

Iedere goede filmmaker weet dat geluid de film maakt. Gunn: „Neem Alfonso Cuarón’s Roma, een film zonder muziekscore. Er is wel muziek, maar dat hoor je uit een radio of platenspeler. Tijdens de climax aan zee is er alleen omgevingsgeluid, en juist dan zetten geluiden de toon. Je wil dat echte voetstappen, kleine bewegingen - een rug die een leren autostoel schuurt - echt goed horen.”

Terwijl Gunn zijn eigen koffiekopje demonstratief op tafel zet: „Dit geluid zou in een film niet opvallen, maar je vindt het wel heel raar als iemand het kopje op tafel zet zonder dat geluid. Het beste foleywerk leidt niet af, maar benadrukt de stemming en de handelingen in een film.”

Niet het geluid dat je verwacht

Gunn deed foley voor grote producties als The Sopranos, Mad Men, The Umbrella Academy. Dat vergt creativiteit, want meestal maakt het echte object niet het geluid dat de kijker in een film verwacht. „Neem een pistool. De meeste handpistolen maken helemaal geen geluid als je ze oppakt, ze zijn behoorlijk solide. Maar we zijn als kijkers zo’n beetje getraind om dan een metalig, bijna lomp geluid te horen. Dus, in de foleystudio heb ik de klink van een deur liggen, met beide uiteinden aan elkaar, die precies dat metalen klikje opleveren dat men verwacht.”

Lees ook: De geluidsmens is onbegrepen in Hollywood

Voor elk geluid heeft Gunn een ‘prop’. Zijn opnamestudio in Burbank ligt vol blikjes, bakjes, borden en schalen, wandkasten zijn volgepropt met jassen, tassen en doeken, in een kist liggen tientallen schoenen voor het grijpen. Gunn werkt zelf het liefst met voorwerpen die vieze, bloederige en vleselijke geluiden creëren: voor zijn geluidscreaties in True Blood (2011) en American Horror Story (2012) ontving hij Emmy nominaties. „Voor de smerigste geluiden werk ik met een lap zeemleer waarmee je auto’s wast. Nat wordt dat een beetje slijmerig en maakt het rubberachtige geluiden dat klinkt als gutsend bloed. Stop je er wat gravel tussen en wrijf dat tussen je handen, dan krijg je ook versplinterende botten.”

Waar talloze banen in Hollywood worden samengevoegd en weg bezuinigd, blijft foley vooralsnog overeind. Toen Disney tien jaar geleden Marvel Entertainment opkocht, een van Gunns grootste opdrachtgevers, zag hij het budget slinken: het aantal foleyartiesten van Marvel liep terug van twee naar één naar nul. Sound editors moesten voortaan maar archiefgeluiden onder scènes monteren, en daarmee was de kous af.

Om rond te komen, maakte Gunn extra uren als Uberchauffeur en werkte hij zelfs een blauwe maandag bij een cateringbedrijf. „Dat was een moeilijke tijd, maar sinds anderhalf jaar werk ik meer dan ooit. Ze kwamen erachter dat ze toch niet zonder ons kunnen. Sound editors hebben niet alle geluidsvariaties in hun archief, en timing is heel belangrijk. Mij kost het geen enkele moeite om op het juiste moment een kopje op tafel te zetten, een mixer zoekt eindeloos het juiste geluid, en hoe dat exact op de goede plek in de tijdlijn te leggen.”

Doorslaggevend blijft Gunns voetenwerk. „Dat is de kern van mijn vak. Voetstappen moeten precies in sync zijn met het scherm én bij het personage passen. Licht, zwaar, blij, verdrietig of een beetje schoorvoetend, als het om een verlegen tiener gaat bijvoorbeeld. Voetenwerk vergt behoorlijk wat training: je maakt pas op de plaats voor de microfoon, toch moet het klinken als een volledige loopbeweging van hiel tot de bal van je voet en de tenen. Ik denk dat juist dat voetenwerk ons vak - voorlopig - tech-proof maakt.”