Van boefje naar barista

Reïntegratie Vooral het hebben van werk zorgt ervoor dat ex-gedetineerden minder snel terugvallen, blijkt uit recent onderzoek van Justitie. In een voormalig politiebureau in Rotterdam worden jonge ex-gedetineerden opgeleid tot barista.

Café Heilige Boontjes aan het Eendrachtsplein in Rotterdam met v.l.n.r. Danny, Pablo, Silvester en Rodney.
Café Heilige Boontjes aan het Eendrachtsplein in Rotterdam met v.l.n.r. Danny, Pablo, Silvester en Rodney. Foto Merlin Daleman

Het is tien voor twaalf in de ochtend als Danny Kerdel (21) de metro aan het Eendrachtsplein in de Rotterdamse binnenstad verlaat en een paar stappen later de draaideur van café Heilige Boontjes openduwt. Binnen groet hij twee jongens met een high five, maakt aan de bar voor zichzelf een flat white, een sterke cappuccino, en loopt naar buiten terwijl hij een sigaret uit een pakje Pall Mall trekt. Over vijf minuten begint zijn dienst als barista. „Ik wilde altijd banketbakker worden, maar school voelde als een gevangenis. Zodra het mocht, ging ik werken in de bouw”, zegt Kerdel – tenger, achterover gekamd haar, vriendelijke ogen. Nadat het bedrijf failliet ging en hij werkloos raakte, liep het mis. „Ik miste structuur. Ik leefde ’s nachts en sliep overdag, dan weer hier, dan weer daar.” Zijn leven bestond uit rondhangen, zwartrijden, blowen, diefstal en andere overtredingen. Zijn schulden liepen op tot vijfenzeventighonderd euro. „Een klein boefje ja”, vat hij zijn verleden glimlachend samen.

Via het Jongerenloket van de gemeente belandde hij twee jaar geleden bij Heilige Boontjes, een koffiebar annex branderij, in 2015 opgericht door politieman Marco den Dunnen en sociaal-makelaar Rodney van den Hengel. De twee kenden elkaar van hun werk met jongeren in de Rotterdamse wijk Delfshaven. Van den Hengel – 41, oorbelletje in elk oor, kale tronie, onrustige blik – constateerde gefrustreerd dat „dezelfde jongens telkens weer in en uit de gevangenis gingen, steeds dieper in de schulden raakten en overlast bleven veroorzaken”. Hij heeft zelf een verleden van geweld, drugs en detentie en hij weet wie hij tegenover zich heeft. „Het zijn vaak kinderen met meerdere problemen tegelijk. Makkelijk bezwijken onder groepsdruk, door een laag IQ geen aansluiting vinden, geen vaardigheden geleerd, geen voorbeeld aan hun ouders gehad. Werkloos, dakloos, schulden, verslaafd.”

Van het spoor

Heilige Boontjes wilde jongeren die om de een of andere reden van het spoor waren geraakt begeleiden bij het zoeken van een woning, een opleiding en een baan. Inmiddels gebeurt dat met 24 jonge mensen per jaar, van wie een groot deel met justitie in aanraking is geweest. Ze komen via het Jongerenloket van de gemeente, GGZ-instellingen of uit zichzelf. Een Besloten Vennootschap zorgt voor de exploitatie van twee koffiebars in Rotterdam en een stichting voor de begeleiding van wat Van den Hengel ‘de deelnemers’ noemt.

Vooral het hebben van werk zorgt ervoor dat ex-gedetineerden minder snel terugvallen, blijkt uit recent onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie. De onderzoekers vermoeden dat vooral de stabiliteit van een werkend leven een positieve invloed heeft. „Werk betekent zingeving”, zegt Arne Popma, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan Amsterdam UMC. Maar vooral mensen met meerdere problemen zijn lastig aan het werk te krijgen, bevestigde een vierjarig onderzoek onder zevenhonderd jongvolwassen mannen die zich meldden bij het Rotterdamse jongerenloket voor een bijstandsuitkering. Ruim een derde van de jongeren met ‘multi-problematiek’ verdween uit het vizier. Popma, die het onderzoek vanuit Amsterdam UMC in opdracht van Stichting De Verre Bergen leidde: „Deze groep heeft weinig vertrouwen in personen en instellingen, je moet ze niet aanspreken op formele regels of bureaucratie. Als er meerdere problemen tegelijk zijn is het belangrijk te beginnen met wat iemand zelf belangrijk vindt. Omdat dat motiveert. Je moet meteen een zaadje planten: ik kan iets voor jou betekenen. De grootste opbrengst is als je een tweede afspraak voor elkaar krijgt.” De kracht van Heilige Boontjes is volgens Popma dat de deelnemers worden aangesproken op wat ze kunnen, niet op hun problemen. „Dan kun je verder: oké, je wilt hier blijven. Dan moeten we wel aan je verslaving gaan werken.”

Deelnemers worden aangesproken op wat ze kunnen, niet op hun problemen

Arne Popma , hoogleraar jeugdpsychiatrie

Bij Heilige Boontjes zijn coaches betrokken die de deelnemers helpen met problemen zoals schulden en huisvesting. Danny Kerdel vond zo een woning waar hij met zijn vrouw woont. Het begin was moeilijk, erkent hij. „Afwassen, glazen ophalen, dat was wel even slikken. Man, dacht ik. Moet ik dát doen?” Maar hij was zijn oude leven zat en hield vol, leerde het vak van barista en heeft sinds kort een vaste aanstelling.

Ratelende koffiemolen

Hij drukt zijn sigaret uit en loopt naar binnen: tijd voor zijn shift. Het is lunchtijd en het café loopt vol met zakenmensen, werknemers van omliggende kantoren, het naburige Erasmus MC en een enkele toerist. Ze bestellen een latte, espresso of verse jus, eten er een tosti of broodje bij en klappen intussen hun laptop open of wisselen nieuwtjes uit. Sommigen kennen het markante gebouw nog uit de tijd dat het een politiebureau was. Waar ze voorheen aangifte deden van diefstal, wordt nu koffie gezet door ex-gedetineerden, daar wordt geen geheim van gemaakt. Kerdel laat de koffiemolen ratelen terwijl hij zijn piston eronder houdt, stampt het fijne poeder aan, klemt de piston onder de koffiemachine en ziet erop toe dat de twee bruine straaltjes precies langs de rand van het aardewerk lopen. „Voor de juiste crema”, licht hij glimlachend toe. Later zal hij nog een vrijwel perfecte zwaan van melkschuim demonstreren. Op de muur achter hem hangen lijsten met uitgebreide werk- en gedragsregels: „Groet je team, wees positief en vraag om samenwerking.” Het dragen van het zwarte T-shirt met bedrijfslogo is verplicht, persoonlijke spullen moeten naar de personeelsruimte en op je mobiel kijken tijdens werktijd is verboden.

Het wordt zo druk dat Paulo Gomes bijspringt in de bediening. De 45-jarige zoon van Kaapverdiaanse ouders zat in wapens, drugs „en alles wat geld opleverde”, toen hij Rodney van den Hengel tegenkwam. Gomes – Nike-pet, ripped jeans, wit sweatshirt – zegt: „Rodney vroeg: ze respecteren jou op straat, je kent de taal en cultuur, wil je met ons gaan werken? Hij zag blijkbaar dat ik iets voor jongere jongens kon betekenen. Ik twijfelde. Een jaar aan jezelf werken om dan kans te maken op een baan. Een hele investering. Maar ik had vertrouwen in Rodney.” Soms komt hij een van zijn oude vrienden tegen. „Werk je nu voor de politie? vragen ze. Ja, zeg ik dan. Dan laten ze me met rust, haha!” Terug verlangen naar zijn oude leven doet hij niet. „Ik moest altijd op mijn hoede zijn, naar iemands handen kijken of er geen wapen was. Altijd maar kijken, kijken, zoeken, zoeken.” Heilige Boontjes gaf hem de kans een rijbewijs te halen en nam zijn schuld over, die hij afloste met een deel van zijn salaris toen hij eenmaal in vaste dienst was. Nu distribueert hij door Heilige Boontjes gebrande koffie onder klanten in de stad en fungeert hij als een van de rechterhanden van Van den Hengel. „Mijn talent is mensen verbinden”, weet hij. „Vroeger stond ik daarom bekend in mijn netwerk op straat. Heb je iets nodig? Ik ken iemand, breng jullie bij elkaar tegen 10 procent. Ik doe nu hetzelfde, zonder daar iets voor terug te willen. Praat met de jongens hier als ze een probleem hebben. Ze voelen zich hier in het team volwaardig. Ik houd ze voor: ga het niet weer verkloten op straat.”

Niet iedereen redt het

Nee, niet iedereen redt het hier, zegt Van den Hengel. Van de vierentwintig deelnemers per jaar stroomt ongeveer tweederde door naar een opleiding of een betaalde baan elders of bij Heilige Boontjes zelf. Een deel valt tussentijds uit. Waarom? Van den Hengel heft zijn handen: „Van alles. Geen discipline, drugs, toch weer in aanraking met justitie, een psychose. Het is hier geen gewoon bedrijf. Elke ochtend is er wel een nieuw probleem. Mensen melden zich ziek omdat het mooi weer is, iemand zit in de gevangenis, vanochtend bleek een medewerkster in het weekend mishandeld door haar partner.” Elke jongere die uitvalt beschouwt hij als persoonlijk falen. „Maar soms gaat het niet. Als iemand weer begint met drugs, kan hij niet blijven. En dan nog probeer ik hem door te verwijzen.”

Lees ook: Na de cel is werk vinden vaak te moeilijk

Het filiaal aan het Eendrachtsplein wordt deze zomer verbouwd, voor onder meer een uitbreiding naar Grand Café. Van den Hengel glundert: dan kunnen we nog meer mensen aan het werk zetten.

Kerdel toont zijn rechteronderarm: een tattoo van een piston en koffiebonen. „Omdat koffie mijn leven heeft veranderd.” Hij werkt nog aan zijn valkuilen: „Ik kan eindeloos blijven malen over één ding. Een conflict met mijn vrouw bijvoorbeeld kan ik niet afsluiten. Als iets niet perfect gaat, word ik boos en negatief. Hier heb ik geleerd een probleem van verschillende kanten te bekijken.” Zijn droom: een eigen café in het Spaanse Salou. „Met lekkere Nederlandse bitterballen”, grijnzend: „en goede koffie natuurlijk.”