Suzanne Vega op het podium in Warschau, Polen, 2014.

Foto Leszek Szymanski/EPA

Suzanne Vega: ‘Ik voel me anders, duisterder’

Suzanne Vega Popzangeres Suzanne Vega speelt op 16 juni in TivoliVredenburg. „Ik hou van optreden, maar praten met het publiek, dat heb ik moeten leren.”

De stem van Suzanne Vega klinkt nog hetzelfde als in de jaren tachtig: laag en beschaafd, met een zweem van ironie. Beschaafd en licht ironisch klinkt ze ook via de telefoon, als ze vertelt over haar aanstaande tournee en haar recente muzikale bezigheden. Vega belt vanuit haar huis in New York. Ze woont aan de Upper West Side, zegt ze, vlakbij de school waar ze als kind naar toe ging. En ook vlakbij het restaurant waar ze een van haar beroemdste liedjes over schreef, ‘Tom’s Diner’ (1987).

Suzanne Vega (59) heeft tegenwoordig geen grote hits meer, zoals in de jaren negentig, maar ze werkt gestaag aan haar oeuvre met nu en dan een nieuw, verrassend album. Zo maakte ze in 2014 Tales from the Realm of the Queen of Pentacles. Hier werd de verhalende folkstijl van haar zang omgeven door knerpende gitaarpartijen en verleidelijke melodieën. Vega’s muziek klinkt weelderiger dan in haar begintijd, de jaren tachtig. In een van de nieuwe liedjes gebruikte ze zelfs een sample, van rapper 50 Cent, als een gebaar van waardering jegens de ongeveer honderd artiesten – en vooral rappers – die in de loop van de decennia ‘Tom’s Diner’ gesampled hebben.

Vega gaat binnenkort weer op tournee, en treedt onder andere op in TivoliVredenburg, Utrecht, op zestien juni. Ze zal er staan met Jerry Leonard, de voormalige bandleider van David Bowie, met wie ze al lang samenwerkt. Leonard noemt ze een multi-instrumentalist. „Spelen met Leonard, is als spelen met een hele band”, zegt ze.

Tijdens optredens lijkt u altijd spraakzaam en ontspannen. Is dat ook hoe u zich voelt?

„Om eerlijk te zijn is dat een beetje een act. Ik hou van touren en van optreden, maar praten met het publiek, dat heb ik moeten leren. Het kostte me moeite toen ik net begon. Maar ik maakte deel uit van de folkscene in New York, in de jaren tachtig, en daar stond iedereen te kletsen en te vertellen op het podium. Heel anders dan in de rockscene, waar niemand iets zei. Hier maakte men grapjes of gaf analyses van zijn songteksten. Daar kon ik niet bij achterblijven.”

Hoe kiest u het repertoire voor uw optredens?

„Ik speel liedjes van allerlei albums waar de mensen van houden, en ik weet welke dat zijn. Ik kies vroege songs en meer recente. De meeste liedjes zijn doorgaans afkomstig van Solitude Standing (1987) en 99.9F° (1992). Dat zijn ook voor mij dierbare albums. Ik schreef toen heel persoonlijke teksten.”

Toen u die teksten schreef was u nog heel jong. Zijn emoties dan heviger dan op latere leeftijd?

„Nee.”

Waarom is 99.9F° een dierbaar album voor u?

Solitude Standing was een commercieel succes. Maar 99.9F° betekende een artistieke ommekeer voor me. Tot dat moment zagen mensen me als een folkzangeres, nu kon ik eindelijk al mijn muzikale mogelijkheden gebruiken. Ik werkte samen met Mitchell Froom, waarschijnlijk de beste producer ooit. Voor mij in elk geval. Hij snapte precies wat ik bedoelde, en hij heeft een fantastische muzikale verbeelding. Hij snapte dat sommige van mijn teksten begeleid moesten worden door rare, metalige geluiden, en niet door akoestische gitaren.

„Uiteindelijk ben ik met Mitchell getrouwd, en werd hij de vader van mijn dochter.”

U heeft onlangs een toneelstuk geschreven over de schrijfster Carson McCullers. Hoe kwam dat?

„Carson McCullers was haar tijd ver vooruit. Ze kon zich in allerlei mensen verplaatsen: arme mensen, zwarte mensen, mensen met een handicap. Als student had ik ooit een half toneelstuk geschreven over haar. Dat wilde ik altijd nog eens afmaken, en dat leidde in 2011 tot de voorstelling Carson McCullers Talks About Love.

,,Zo zijn er meer projecten die ik wil afronden voordat mijn tijd op is.”

Op uw laatste album staat het grappige ‘I Never Wear White’. Is dat een verwijzing naar ‘Man In Black’ van Johnny Cash?

„Ja, mensen moeten lachen om de eerste regels, ‘I never wear white/ white is for virgins’. Maar het is niet grappig bedoeld. Ik ben serieus: wit is voor bruiden of meisjes die hun eerste communie doen. Het staat voor onschuld. Ik voel me anders, duisterder, daarom draag ik zwart. Dat klopt bij me. Afgezien van een enkele dierenprint die ik soms draag. Zoals vandaag, een luipaard-shirt, op een zwarte broek.”

Uw stem heeft nog altijd de klank uit uw begindagen.

„Ik heb geluk gehad met mijn stem. De meeste stemmen worden lager bij het ouder worden, maar die van mij was al laag. Ik hoop dat de klank in stand blijft zolang ik blijf touren. Daarom ben ik voorzichtig op mijn stem. Ik rook nooit. En ik probeer niet te schreeuwen.”

Concert: 16/6 TivoliVredenburg, Utrecht.