Rel over Groningse ‘coup’ in Rome

Interuniversitaire samenwerking De Groningse universiteit wil meer grip krijgen op het Koninklijk Nederlands Instituut Rome. Geesteswetenschappers zijn tegen.

Koninklijk Nederlands Instituut Rome
Koninklijk Nederlands Instituut Rome

Een plan van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) om het bestuur van Koninklijk Nederlands Instituut in Rome (KNIR) over te nemen leidt tot grote verontwaardiging bij geesteswetenschappers die betrokken zijn bij deze interuniversitaire onderzoeksinstelling. De Groningse universiteit voert nu namens de zes deelnemende universiteiten en het ministerie van Onderwijs het beheer over dit internationaal bekende instituut. Maar in het kader van een strategisch plan, waarbij het KNIR onderdeel wordt van de internationalisering van de Groningse universiteit, heeft Groningen de eigen aftredend rector magnificus Elmer Sterken naar voren geschoven om vanaf september tot januari ad interim directeur te worden van het instituut. De RUG vindt dat voortaan de directeuren van het instituut direct in dienst moeten zijn van de eigen universiteit.

Nu is de programmering nog in handen van de onafhankelijk directeur en drie wetenschappers van het instituut.

In een strategische notitie van 16 mei schrijft het Groningse college van bestuur dat het uiteindelijk streeft naar een verhouding van 50 procent Groningse activiteiten en 50 procent wetenschappelijk onderwijs en onderzoek voor de andere Nederlandse universiteiten.

De RUG wil nu in Rome de eigen bachelorstudenten met een internationale omgeving laten kennismaken. Bij het onderwijs zou het accent moeten liggen op het opdoen van vaardigheden, „motivatie, creativiteit en inzet”. „De Italiaanse, mediterraanse omgeving biedt studenten een waardevolle buitenland-ervaring. Cultuur, natuur en klimaat en sociaal-economische karakteristieken zijn wezenlijk anders dan die van Noordwest-Europa”, aldus de notitie.

Er zou een wisselleerstoel moeten komen voor Groningse hoogleraren. De RUG denkt ook aan een gemeenschappelijke master met de Italiaanse universiteiten La Sapienza en Roma Tre.

De Groningse universiteit beredeneert de overname in Rome op grond van het feit dat de instelling ook het meest bijdraagt. „Last but not least: de RUG bekostigt het KNIR grotendeels: de credits van de wetenschappelijke productie komen [nu] grotendeels niet aan de RUG toe.”

Op 1 augustus loopt de termijn van de huidige directeur, de Utrechtse hoogleraar Italiaans Harald Hendrix, af. Als overgang heeft de RUG de benoemingsprocedure voor een nieuwe directeur stopgezet ten gunste van Elmer Sterken. Diens leeropdracht, monetaire economie, staat los van de specialismen van het instituut, dat richt zich op onderzoek en onderwijs in kunstgeschiedenis, stedenbouw, archeologie, klassieke talen en architectuur.

Scheidend directeur Hendrix heeft in een brief aan de voorzitter van de koepelorganisatie van de vijf Nederlandse instituten, in Rome, Florence, Athene, Kairo en Sint-Petersburg, geschreven dat de financiële claim van Groningen kan worden gerelativeerd. Volgens hem is de Groningse notitie gebaseerd op „deels onvolledige en onjuiste informatie". Zo geldt als voorwaarde in de erfpachtovereenkomst tussen de Nederlandse en de Italiaanse overheid dat het KNIR een „nationale academie” moet zijn.

De RUG betaalt, volgens Hendrix, bovendien niet zelf voor het onderhoud en de verbouwingen van de panden in Rome maar krijgt die in de lumpsum vergoed. Zelf zou de RUG evenveel bijdragen als de andere universiteiten: 1,4 procent van het totale budget. „Groei van het aandeel van de RUG in het gebruik van het KNIR [...] wordt al veel jaren bevorderd met wisselend succes”, aldus Hendrix.

Een woordvoerder van de RUG stelt dat Groningen meer geld in het KNIR zou steken dan het via de lumpsum van het Rijk ontvangt.

Verontwaardigd

Tijdens een bijeenkomst van de deelnemende universiteiten in de zogeheten wetenschappelijke adviesraad voor het KNIR, afgelopen vrijdag, waren de leden verontwaardigd dat ze zelf niet over de strategische notitie van Groningen waren geraadpleegd. „Wij vinden dat de notitie van Groningen het functioneren van alle instituten in het buitenland kan raken”, aldus de voorzitter, de Nijmeegse rechtshistoricus Corjo Jansen.

Volgens een woordvoerder van de RUG is de notitie wel afgestemd met de andere universiteiten. In het plan zou ruimte komen voor groei van het aantal activiteiten die niet ten koste zouden gaan van het wetenschappelijke programma.

Directeur Hendrix ziet het Groningse plan als een ‘degradatie’ van het instituut: „Het unieke van het KNIR is juist dat het een nationaal instituut is, net als andere nationale onderzoeksinstituten van bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland. Veel Amerikaanse universiteiten hebben campussen, maar niemand kent ze.”

De Leidse archeoloog Miguel John Versluys is ook tegen het Groningse plan: „Ik denk dat dit een gevaarlijke ontwikkeling is”, zegt hij. „Het instituut heeft vooral de laatste jaren onder het directeurschap van Hendrix een enorme status gekregen in Rome. Al die instituten zitten daar. Iedereen die iets met de oudheid doet in Nederland, komt er of zit er een tijd. Als Groningen grote groepen bachelorstudenten gaat sturen om er de cultuur op te snuiven, raken we een enorme asset kwijt.”