Nederland telt ruim 2.000 honderdplussers, maar het worden er veel meer

De laatste jaren bleef het aantal honderdplussers stabiel, maar er komt een nieuwe golf aan. De babyboomers van na WO I worden honderd.

Archiefbeeld. Nederland kreeg er in de loop van 2018 negen mensen bij van honderd jaar of ouder.
Archiefbeeld. Nederland kreeg er in de loop van 2018 negen mensen bij van honderd jaar of ouder. Foto Franziska Werner/Getty Images

Nederland telde begin dit jaar 2.189 mensen van honderd jaar of ouder. Dat zijn er negen meer dan vorig jaar, maar 36 minder dan op 1 januari 2017, blijkt uit cijfers die het CBS woensdag heeft gepubliceerd. 85 procent van hen is vrouw.

Het aantal honderdjarigen steeg decennialang, jaar op jaar. De groep is tussen 1997 en 2017 verdubbeld, maar sindsdien in omvang ongeveer gelijk gebleven. Het CBS verwacht voor komend jaar weer een toename van zo’n 67 mensen, mede vanwege een „kleine babyboom kort na de Eerste Wereldoorlog”. In 1920 werden 193.000 kinderen geboren, in de oorlogsjaren ervoor gemiddeld 169.000.

Regionale verschillen

Relatief wonen de meeste honderdplussers in Zeeland: 4,5 per duizend tachtigplussers. In Noord-Brabant wonen er met 1,9 nog niet half zoveel, het laagste aantal van het land.

De cijfers op gemeenteniveau zijn wat vertekend. Schiermonnikoog telt bijna 30 honderdplussers op duizend inwoners van tachtig jaar of ouder. Het gaat in werkelijkheid echter om maar twee mensen.

Lees ook: Hoe leuk is het om 100+ te zijn?

Het CBS verwacht dat de groep de komende jaren gestaag verder groeit, terwijl de man-vrouwverhouding opschuift van 15 procent man naar 20 procent. De grens van drieduizend honderdjarigen wordt naar verwachting over zeven jaar bereikt. De oudste inwoner van Nederland is de 113-jarige Geertje Kuijntjes, geboren op 19 juli 1905.