Opinie

Nederland moet haast maken met coherent technologiebeleid

Commentaar

Technologie en de overheid: het is geen gelukkige combinatie. Van miljarden kostende debacles bij de digitalisering van overheidsdiensten tot de bijna legendarische traagheid als het aankomt op de aanpak van techmonopolies, vermeende spionage door Chinese reuzen als Huawei, algoritmisering van het dagelijks leven en robotisering van werk. De politiek staat erbij en kijkt ernaar. Soms is dit maar goed ook en kunnen de burger en de markt problemen zelf prima oplossen. Maar de schaal en implicaties van de huidige technologische revolutie laten zich niet meer beheersen door pragmatisch troubleshooten op dag- of weekbasis wat in de Nederlandse politiek zo vaak de praktijk is, dat moge duidelijk zijn.

De Tweede Kamer stemde vorige week in met een parlementair onderzoek naar digitalisering. Volgens een van de initiatiefnemers, Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66), heeft het parlement nu „onvoldoende grip en kennis, en is het in zekere zin onmachtig”. Hij heeft gelijk. Kwesties worden vaak veel te versnipperd en verkokerd behandeld en dat leidt regelmatig tot problemen.

De politieke vragen die voorliggen zijn immens, en buitengewoon complex. Van wie zijn data? Hoe maken we het sociale stelsel klaar voor computers die steeds meer taken beter kunnen uitvoeren dan mensen? Wat is de positie van Nederland in de wereldwijde wedloop om kunstmatige intelligentie? Het is de hoogste tijd dat de Haagse politiek haast maakt hiermee.

Deze kwesties verdienen meer coördinatie. Het nieuwe parlementaire onderzoek zou zich vooral moeten richten op de vraag wie meer regie moet brengen. In veel andere landen is dat niemand minder dan de hoogste baas. De Franse president Emmanuel Macron loopt internationaal voorop in de discussie over belastingheffing op technologiebedrijven. De Russische president Vladimir Poetin laat zich regelmatig uit over zaken als kunstmatige intelligentie, net als zijn Chinese ambtgenoot Xi Jinping.

Bij de G20-vergadering afgelopen week stonden de techreuzen centraal. De wedloop om superioriteit in kunstmatige intelligentie is een van de oorzaken van het handelsconflict tussen de VS en China. De kwestie-Huawei, en de Chinese blokkade van de overname van het Nederlandse NXP door Qualcomm zijn slechts symptomen. Technologie is al een flinke tijd een van de centrale thema’s in de wereldpolitiek.

Maar niet in Nederland. Hier worden belangrijke kwesties zoals NXP en Huawei door verschillende ministeries en Kamercommissies behandeld zonder duidelijke regie.

Nederland kan het zich niet veroorloven om zo traag te blijven. Nieuwe kwesties over technologie dienen zich inmiddels ook alweer aan.

Er zijn bijvoorbeeld groeiende zorgen dat supersnelle quantumcomputers straks misschien wel een groot deel van de huidige internetbeveiliging kunnen kraken. Dat is een groot risico voor de nationale veiligheid.

Of neem de snelle toename van automatische gezichtsherkenning door zowel overheden als bedrijven. Californië stelde onlangs strengere regels in, maar de discussie wordt in Nederland nog amper gevoerd. Dat terwijl in elke stad op grote schaal gezichten worden gescand. Dit raakt aan diepe politieke vragen over veiligheid en vrijheid.

Dat het parlement nu in beweging komt, is geen moment te vroeg. De 21ste eeuw is al negentien jaar geleden begonnen.

Correctie (12 juni 2019): In een eerdere versie van dit stuk stond dat de overname van NXP door Qualcomm door een Amerikaanse blokkade niet doorging. Dat moet een Chinese blokkade zijn, en is aangepast.