Opinie

Eeuwige schande op de velden van Kudelstaart

Paul Scheffer

Ik volg de opkomst van het vrouwenvoetbal met een bovengemiddelde belangstelling. Mijn dochter Sanne speelde vanaf haar zesde bij SC Buitenveldert – een hoofdstedelijke club met velden die langzaamaan ingesloten raken door de kantoorkolossen van de Zuidas. Ook in bestemmingsplannen voor de toekomst blijft de club op deze veel te dure plek, maar wordt wel iets verschoven.

Buitenveldert – waar een heel jonge Frank Rijkaard ooit speelde – was al twintig jaar geleden een voetbalclub die de meisjeselftallen een gelijkwaardige plek gaf toen vrouwenvoetbal elders nog met veel scepsis werd bekeken. Ook ik heb er lang over gedaan om het helemaal serieus te nemen. Nu heeft deze club de grootste vrouwenafdeling van Europa.

Een drijvende kracht was Peter Weilenmann. Hij had het temperament dat hoort bij mensen met een missie. Hij zat overal bovenop. Dat was wel nodig: er gebeurde in en langs het veld van alles. Zelf zag hij dat genuanceerd: „Elftallen die met elkaar op de vuist gaan, dat zie je bij de vrouwen echt bijna nooit. Al kan het er daar ook bloedfanatiek aan toegaan hoor, vergis je niet.”

Het kon er zeker bloedfanatiek aan toe gaan. Ook de ouders waren zeer betrokken bij het wedstrijdverloop. Zo ben ik zelf wel eens het veld opgerend om een scheidsrechter uit te kafferen. Hij floot heel partijdig de wedstrijd af op het moment dat een van onze meisjes bij een stand van 1-1 voor een helemaal lege goal op het punt stond om te gaan scoren. Zo’n scheidsrechter had je Ajax tegen Tottenham gegund.

We hebben in die meer dan tien jaar langs de lijn veel meegemaakt. Ik zie ze nog blauwbekkend op halfbevroren velden, de te ruime voetbalbroeken rond de spichtige benen. Het was enerverend, vooral omdat de meisjeselftallen in de eerste jaren alleen tegen jongens speelden. Ze wonnen regelmatig. Ik heb daar heel wat mannelijke ego’s in de knop geknakt zien worden. Persoonlijk had ik het op mijn tiende ook niet fijn gevonden om door meisjes met paardenstaarten weggetikt te worden.

Nooit was die vernedering zo diep als in Kudelstaart, een dorp vlak bij Aalsmeer, dat je bereikt via het buurtschap Vrouwentroost. Ik verzin het niet. Daar speelden de meisjes in een toernooi tegen een elftal met nogal wat jongens van Marokkaanse komaf. Het werd 0-5. Terwijl de jongens met hangende schouders afdropen riep een oudere broer vanaf de zijlijn luidkeels: „Schande! Eeuwige schande!”

Een tijd lang was de journalist Henk Spaan coach van het elftal. Zijn dochter speelde er ook. Ergens kwam ik een uitspraak van hem tegen over ons team: „Ik vond het altijd heel erg leuk als ze tegen jongens moesten. Tot een bepaalde leeftijd zijn meisjes tactisch veel beter. Die spelen samen. Heel sociaal: tiktak, schuiven, passen. Jongens doen maar wat, willen allemaal de bal hebben. Daarom konden we ook gewoon winnen.”

We hadden het wel eens grappend over een transfer van onze dochters naar Barcelona. Later bleek dat minder vergezocht te zijn, want een van de meisjes van Buitenveldert was Merel van Dongen: zij voetbalt nu in Sevilla bij Betis én in het Nederlands elftal. Op de foto’s herken ik haar al die jaren later – ze was een van drie getalenteerde zussen, begeleid door een vader die het allemaal nog serieuzer nam dan wij.

Ik las een mooi gesprek met Van Dongen in de Volkskrant. Ze vertelt over voetballen in een vreemd land: „Ik zit in een Spaans team. Iedereen praat met elkaar en je voelt je soms niet serieus genomen. Niet dat ze dat bewust doen, maar ik kan mijn persoonlijkheid niet blootgeven. Ze zijn best onder de indruk van mijn Spaans, maar ze weten niet half waarover ik nadenk. Het is best een eenzaam bestaan.”

Merel is openhartig over haar liefdesrelatie met een andere speelster en dringt bij haar mannelijke collega’s aan op meer openheid: „Het is soms heel eng, maar clubs zijn altijd bang supporters te verliezen. Het draait uiteindelijk om geld. Maar ik vind dat elke morele waarde veel hoger in het vaandel hoort te staan dan geld. Daarom zou het zo goed zijn als een mannelijke voetballer uit de kast kwam.”

Zo worden de laatste bastions van de man voortvarend ontmanteld. We zijn sowieso aan een historische terugtocht bezig. Dat houdt me eerlijk gezegd niet uit mijn slaap. Het idee dat de andere helft van de samenleving er minder toe doet heeft me nooit overtuigd, al is voetbal natuurlijk wel een van de weinige mannendingen die nog over waren.

Het zou wat zijn als de Nederlandse vrouwen de eeuwige belofte van de mannen inlossen. Een wereldtitel spoelt het bittere gevoel over drie verloren finales niet weg – zeker niet de pijn die de moeder van alle nederlagen uit 1974 nog oproept. Maar het zou geweldig zijn. Met Merel van Dongen die de beslissende goal scoort. Dan krijgen al die eindeloze uren langs de lijn bij Buitenveldert nog meer glans.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.