Recensie

Recensie Muziek

Een oorverdovende kakofonie van taal, geluid en ritme

Holland Festival Het Holland Festival toonde in één voorstelling tweeënhalve performance uit Kentridge’s Centre for the Less Good Idea. Dat hadden ook gerust drie losse voorstellingen mogen zijn.

Het Phuphuma Love Minus-koor zingt meerstemming a capella tijdens het laatste deel van de voorstelling.
Het Phuphuma Love Minus-koor zingt meerstemming a capella tijdens het laatste deel van de voorstelling. Foto Holland Festival

Hoe schrijf je over een voorstelling waarin taal en logica niet de drager mogen zijn van ideeën? William Kentridge, één van de twee associate artists van het Holland Festival dit jaar, staat voor de inleiding zelf op het podium met A Defence of the Less Good Idea, vernoemd naar zijn Centre for the Less Good Idea in Johannesburg. Minuten van brabbeltaal met weidse gebaren maken meteen duidelijk: duidelijkheid bestaat niet. Het vloeiend Engelse betoog dat volgt is een ode aan het ‘tweede idee’. Het eerste idee lijkt vaak goed, maar in de praktijk valt het altijd tegen, stelt Kentridge. „Het is niet de grote gloeilamp boven je hoofd, maar de kleine ongeorganiseerde lucifervlammetjes er omheen, die het idee glans geven.”

Zijn aandeel aan de avond is met hooguit tien minuten echter voorbij, voordat je goed in zijn verhaal kan kruipen. „Defend the lifesaving unnecessary!” concludeert hij nog net verstaanbaar, als de acht spelers van het Blind Mass Orchestra uit alle hoeken van de zaal in een oorverdovende kakofonie op komen rennen. Dat blijkt voor de goede zaak, want onder leiding van bedenker João Renato Orecchia Zúñiga zelf op ‘elektronica’ speelt het ensemble (met onder andere zang, viool, hoorn, gitaar, contrabas en conga’s) vier stukken die, intrigerend, zowel zeer concreet als totaal willekeurig lijken.

Muziek staat nergens uitgeschreven, er worden speelaanwijzingen geprojecteerd: „do not listen to each other”, „play softer than the person to your left”, „an argument between singer and bass”, „drums resolve the dispute”. Rustig aanschouwen is er niet bij: „laughter” en „bark like a dog” zijn slechts enkele van de aanwijzingen die het publiek krijgt: het doet steeds gewilliger mee. Dit smaakt naar meer. Hoewel er vier uitgebreide stukken van Zúñiga worden gespeeld, had het twee keer zo lang mogen duren.

De avond eindigt met de indrukwekkende dans-zangvoorstelling Requiem Request van choreograaf Gregory Maqoma en het Afrikaanse isicathamiya-koor Phuphuma Love Minus. Isicathamiya is een stijl van meerstemmig a capella samenzang van Zuid-Afrikaanse Zulu-migranten, waarbij choreografie een grote rol speelt. De kalme, steeds herhaalde ritmische frasen zang lijken simpel, maar worden krachtiger en krachtiger, tot ze uiteindelijk diep in je oren zitten en zorgen dat je na de voorstelling verbouwereerd in hetzelfde ritme naar de uitgang deint.