Recensie

Recensie Film

Ecologisch, maar vast niet goedkoop

Documentaire In ‘The Biggest Little Farm’ zijn we getuige van een landbouwidylle. Maar wat kost dat grapje?

Het begon met de gelofte aan een hond: Todd uit het asiel. Stadsbewoners John en Molly Chester zwoeren Todd nooit in de steek te laten, maar zijn gejank dreef de buren tot waanzin. Dus besloten de Chesters een oude droom te realiseren: een organische boerderij beginnen in de dorre grond ten noorden van Los Angeles: Apricot Lane Farms. Zonder enige ervaring, maar gelukkig schuifelt al direct de organische landbouwgoeroe Alan met linnen broek en sandalen in beeld.

Alan’s steekwoord: diversiteit. Zo veel mogelijk gewassen, fruitbomen en boerderijdieren combineren. Anders dan bij de omringende monocultuur – avocadoplantage, legbatterij – groeit zo een ecosysteem. „Alles werkt met alles samen”, wordt ons op zalvende toon verzekerd. Is het mest gemixt, de boomgaard geïrrigeerd en het varken Emma geknuffeld, dan herstelt de natuur verder zelf wel het evenwicht. Te veel slakken? Dat trekt vogels. Mollen? Hoera voor de coyote.

De trailer van ‘The Biggest Little Farm’.

The Biggest Little Farm is een ecologisch succesverhaal vol schattige natuurplaatjes, animaties, droneshots en time lapses. Je droomt graag weg bij deze agrarische utopie, al zwijgt de documentaire in alle talen over de kosten – en die lijken aanzienlijk. De toekomst van de mensheid? Twijfelachtig: deze boerderij lijkt me economisch alleen haalbaar met een organische ‘farmers market’ gefrequenteerd door steenrijke Hollywoodtypes om de hoek.