Gary Rydstrom, Walter Murch, Midge Costin en Ben Burtt bij het Making Waves: The Art Of Cinematic Sound evenement op het Tribeca Film Festival in New York, 29 april.

Foto Michael Loccisano/Getty Images/AFP

De geluidsmens is onbegrepen in Hollywood

Midge Costin Midge Costin gaf vroeger niks om geluid. Tot ze stage liep en sound editor werd. Ze maakte de documentaire Making Waves over de verborgen geluidshelden van de film.

Geluidsmensen? Vakidioten die met koptelefoon over een zee van knoppen, schuifjes en metertjes uitkijken. In met eierdozen beklede kelders inslaan op watermeloenen, selderij wurgen of messen in witkool steken. Of die ’s nachts met een microfoon door de stad sluipen.

Een onbegrepen soort, zegt Midge Costin; haar leerzame documentaire Making Waves: The Art of Cinematic Sound gaat over deze verborgen helden van de film. „Zelf gaf ik op de filmschool niks om geluid”, vertelt Costin in Cannes, waar haar film draait. „Tot ik stage liep bij een studio en ontdekte hoe een subtiel geluidje de stemming van een scène totaal kan veranderen. Geluid manipuleert kijkers zonder dat ze dat beseffen, dat vond ik fascinerend. Toch blijft het een sluitpost, gaat 2 of 3 procent van een filmbudget naar geluid en 40 tot 60 procent naar visuele effecten.”

Costin werkte als sound editor aan blockbusterfilms als Armageddon, Con Air en The Rock, ze maakte de digitalisering van geluid mee. Sinds 2005 is ze professor ‘sound editing’ aan de University of South California, een leerstoel betaald door George Lucas. Hij komt in Making Waves aan het woord, net als Coppola, Spielberg, Christopher Nolan. Costin: „Spielberg had geen tijd, zei hij, maar het werd toch een gesprek van vier uur. De beste filmmakers zijn ook geluidsnerds.” Zoals David Lynch, die met zijn vriend Alan Splet het dreigende industriële soundscape van Eraserhead (1976) bedacht. „Iedereen praat over de look, niemand over het geluid van films”, peinst hij.

King Kong was een doorbraak

Stille film heeft nooit bestaan, voorstellingen werden van oudsher begeleid door orkest of orgel, explicateur en live geluidseffecten. Na de komst van de geluidsfilm in 1927 waren geluidsmensen een tijdje de dictators van de set: studio’s werden geluidsdichte ‘sound stages’ omdat beeld en geluid in één keer moest worden opgenomen. Dat veranderde snel, al kwamen innovaties volgens Making Waves zelden uit Hollywood. King Kong (1933) was een doorbraak voor geluidseffecten: geluidsman Murray Spivack ging met zijn microfoon naar de dierentuin en vertraagde of versnelde gebrul. Maar op eigen houtje: formeel was hij in dienst als percussionist van het filmorkest. Nieuwe geluidsideeën kwamen vooral uit radio-hoorspelen: dat Citizen Kane (1941) zo’n doorbraak in ruimtelijk gebruik van geluid en echo was, hing samen met Orson Welles’ achtergrond in hoorspelen.

Making Waves concentreert zich vooral op de geluidsrevolutie van de jaren zeventig. Bioscopen waren toen nog mono, met één box achter het beeldscherm; geluidsystemen als Dolby veranderden dat. Filmmakers van ‘het nieuwe Hollywood’ – Coppola, Spielberg, Scorsese, De Palma – werden geïnspireerd door subliminaal gebruik van geluid, soundscapes van Europese arthouse, stereo-experimenten van The Beatles op The White Album.

Ook Barbra Streisand, in 1976 de ster van de muzikale versie van A Star is Born, leverde een belangrijke bijdrage: zij eiste optimaal geluid en dwong Warner Bros om vier maanden in plaats van de gebruikelijke zes weken in het geluidsdesign te steken. Dat viel goed te horen, en zette daarom een nieuwe standaard.

Star Wars, een auditief spektakel

Dat deed ook George Lucas door zijn geluidsman Ben Burtt al in de scriptfase aan het werk te zetten bij Star Wars (1977) – dus niet pas na de opnames. Zo werd dit ruimteavontuur ook een auditief spektakel, met zoemende lichtsabels, krijsende jagers, de hol gierende stem van Darth Vader of de schattig piepende robot R2-D2: Burtts stem gevocaliseerd door een synthesizer. Het loeien van ‘wookie’ Chewbacca was een compositie van de zwarte beer Tarik met laagjes walrus, leeuw, kameel en konijn. Burtt herontdekte ook de fameuze ‘Wilhelm Scream’, die je sinds Star Wars in talloze films tegenkomt. Het was een insidersgrap over Hollywoods neiging te leunen op standaardeffecten uit geluidsarchieven.

Een andere geluidspionier in Making Waves is Walter Murch, schepper van het orkestrale soundscape van Apocalypse Now (1979), de apotheose van de geluidsrevolutie. Costin: „Coppola en Murch zagen geweervuur, junglegeluiden en helikopters als instrumenten in een orkest, bespeeld door aparte sound editors.” Die arbeidsverdeling werd de nieuwe standaard in Hollywood.

Costin: „Toen ik in 1990 werkte aan racefilm Days of Thunder was mijn taak het geluid van de auto’s van Tom Cruise’s tegenstanders.” Zulk motorgebrul is een ontwerp: in Making Waves vertelt een geluidsvrouw van Top Gun (1986) hoe ze tot haar schrik ontdekte dat „straaljagers als sukkels klinken”. Ze pepte hun gejengel op met leeuwengebrul.

Apocalypse Now gebruikte geluid realistisch, hyperrealistisch en surrealistisch, Murch’ liet geluid het meest ruimtelijk klinken door eerst naar mono terug te schakelen. Evenzo blijft het beste geluidseffect stilte, stelt Costin. Zoals Ben Burtt een ‘auditief zwarte gat’ gebruikte: voor een seismische knal liet hij een seconde absolute stilte vallen, alsof de film de adem inhoudt. Costin: „Hollywood lijkt telkens opnieuw de kracht van stilte te moeten leren. Het instinct blijft luid, luider, luidst.”