Aanpassing rekenrente bemoeilijkt overgang op nieuw pensioenstelsel

Rekenrente De Nederlandsche Bank heeft nieuwe rekenregels voor pensioenfondsen bepaald. Daardoor zal de financiële situatie van de fondsen verslechteren.

Oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) was voorzitter van de commissie die adviseert over de rekenrente.
Oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) was voorzitter van de commissie die adviseert over de rekenrente. Foto Remko de Waal/ANP

Pensioenfondsen moeten nieuwe rekenregels gaan gebruiken, waardoor hun financiële situatie zal verslechteren. Dat heeft de pensioentoezichthouder De Nederlandsche Bank dinsdag bepaald na een advies van een wetenschappelijke commissie onder leiding van oud-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA).

De nieuwe regels bemoeilijken de overgang op een nieuw pensioenstelsel, zoals afgesproken in het vorige week gesloten pensioenakkoord. De nieuwe rekenmethode gaat in per 1 januari 2021.

Het gaat concreet om een nieuwe methode om de zogenoemde ‘rekenrente’ te bepalen. Daarmee berekenen pensioenfondsen hoeveel geld ze nú in kas moeten houden om in de toekomst alle pensioenen te kunnen uitkeren. Als ze precies genoeg geld hebben, is hun zogenoemde dekkingsgraad 100 procent.

De rekenrente gaat omlaag. Daardoor moeten fondsen ervan uitgaan dat hun geld langzamer aangroeit dan eerder verwacht. De dekkingsgraden zullen door de nieuwe regels gemiddeld 2,5 procentpunt dalen ten opzichte van december vorig jaar, schrijft de commissie-Dijsselbloem.

Tegenvaller voor fondsen

Het nieuws is een tegenvaller voor de pensioenfondsen. Doordat hun financiële positie verslechtert, kunnen zij minder geld besteden aan de overgangskosten op het nieuwe stelsel. Dat geld is nodig om mensen te compenseren die eenmalig financieel nadeel ondervinden van het nieuwe soort pensioen, vooral veertigers.

De pensioenfondsen hopen ook na die compensatie nog geld over te houden, om de uitkeringen van gepensioneerden en de opbouw van werknemers te verhogen, ter compensatie van de inflatie. Voor de vakbonden zijn zulke pensioenverhogingen zelfs een harde voorwaarde om te blijven meewerken aan het nieuwe pensioen.

De nieuwe rekenregels „helpen inderdaad niet”, zegt FNV-pensioenonderhandelaar Tuur Elzinga. Maar hij benadrukt dat het pensioenakkoord nog veel meer uitwerkingsvraagstukken met zich meebrengt waarover de vakbonden, werkgevers en het kabinet de komende maanden in gesprek blijven. Via een ‘stuurgroep’ kunnen de bonden hun steun alsnog intrekken, als bijvoorbeeld doorrekeningen tegenvallen. Elzinga: „We houden de handrem erop totdat alles duidelijk en goed is. Dan pas gaat de handrem eraf.”

Deze week houden de vakbonden FNV en CNV een online raadplegend referendum onder al hun leden over het pensioenakkoord. Bij de FNV wordt zaterdag de definitieve beslissing genomen door het ‘ledenparlement’ van 105 actieve leden, die een afspiegeling vormen van de verschillende sectoren. Bij het CNV beslist het bestuur uiteindelijk.

Lees ook deze reconstructie over hoe het pensioenakkoord er na negen jaar kwam