Handboogschutter Gabriela Bayardo uit Mexico wil volgend jaar voor Nederland aan de Olympische Spelen in Tokio meedoen.

Foto Chris Keulen

Van Mexico naar Nederland voor haar vriend – en de Spelen van Tokio

Boogschutter Gabriela Bayardo De Mexicaanse boogschutter Gabriela Bayardo verhuisde naar Limburg voor de liefde. Volgend jaar wil ze voor Nederland naar de Olympische Spelen in Tokio.

Zie ’m glimmen, die blauwe handboog. Hij staat in de hoek, als een cipier die de wacht houdt terwijl de eigenaresse zich laat interviewen. Zo nu en dan werpt Gabriela Bayardo (25) een vertederde blik op het wapen waarmee de Mexicaanse sportieve roem vergaart. „Want het is wel mijn kindje.”

Bayardo had de moed om de geborgenheid van haar geboorteland in te wisselen voor een ongewis bestaan in Nederland. Ze zit aan de eettafel in haar woning even buiten Nuth, een idyllisch plekje in de Zuid-Limburgse heuvels. Voor een Spaanstalige die ruim een jaar terug is geëmigreerd spreekt ze voortreffelijk Nederlands. Nog niet vloeiend, maar goed genoeg om haar verhaal te doen. Met dank aan de inburgeringscursus, die naar ze hoopt de basis vormt om binnen een jaar haar Nederlandse paspoort te krijgen.

Bij taalkundige haperingen kijkt ze smekend naar haar vriend, Mike Schloesser, collega-boogschutter en de huidige nummer één op de wereldranglijst van het niet-olympische onderdeel compound (50 meter). Hij is de reden voor haar verhuizing. Met dank aan hun amoureuze ontmoeting in 2016 rondom een wereldbekerwedstrijd boogschieten in het Mexicaanse Guadalajara.

Bayardo’s gevorderde taalvaardigheid is ook ingegeven door haast. De boogschutter, specialiste op de olympische discipline recurve (70 meter), wil na haar vijfde plaats met het Mexicaanse team op de Olympische Spelen van Rio de Janeiro volgend jaar naar die van Tokio. In een oranje shirt, welteverstaan. Maar dan moet zij voor de deadline van april volgend jaar over een Nederlands paspoort beschikken. Haar inburgeringscursus wordt deze week afgerond en bij goed gevolg – „daar reken ik wel op” – kan de aanvraag de deur uit. Normaliter staat voor die procedure maximaal vijf jaar, maar in bijzondere gevallen en met steun van sportkoepel NOC*NSF kan een versnelling worden doorgevoerd.

Cultuurschok

Haar komst naar Nederland betekende in meerdere opzichten een cultuurschok, maar nog het meest op de wedstrijdbaan. Bayardo belandde in een sportief niemandsland; geen Nederlandse vrouw schiet met pijl en boog op hoog internationaal niveau. In haar nieuwe omgeving heeft de Mexicaanse zich noodgedwongen aangesloten bij de Nederlandse mannen, die wel tot de wereldtop behoren. Bij de WK in Den Bosch hoopt Bayardo zich deze week al te kwalificeren voor de Spelen, individueel en als partner van één van de mannen in het mixed team. En het vrouwenteam? Ze wil niemand bruuskeren, maar beperkt zich tot: „Pff, dat wordt héél lastig.”

Uitkijkend over haar bijna 100 meter diepe tuin, die als dagelijkse trainingsbaan voor haar en Mike dienstdoet, gaan Bayardo’s gedachten geregeld uit naar Tijuana, haar geboorteplaats in het meest noordwestelijke puntje van Mexico, aangeplakt tegen de grens met de Verenigde Staten. Ze denkt dan aan haar ouders, beiden accountant, en haar twee broers en snakt wanneer ze een sentimentele bui heeft het sterkst naar de Mexicaanse keuken. Ondanks de vleugjes heimwee geen kwaad woord over Nederland. „Echt, een prachtland”, looft Bayardo. En dan, in een zweem van ironie: „Maar er zouden meer Mexicanen moeten wonen.” Wat ze niet leuk vindt aan Nederland? Zonder één seconde na te denken: „Het weer! Nu ik moet leven met regen begrijp ik dat jullie Hollanders naar de zon verlangen.”

Was Schloesser maar iets ontvankelijker geweest voor de taal en de cultuur, dan zou hij mogelijk voor het warme Tijuana hebben gekozen. Maar de Limburger was na een verblijf van twee weken en een half jaar hoppen tussen Nuth en Tijuana onwrikbaar: hij ging niet naar Mexico. In retrospectief zegt hij bevooroordeeld te zijn over een land vol gewelddadigheden. Daar was Tijuana jarenlang een exponent van, maar de misdaad in de stad is de laatste jaren afgenomen. „Hoewel ik er nog steeds op mijn hoede ben”, zegt Bayardo.

Plannen maken

Zij zag minder hindernissen bij een vertrek naar Nederland, ook al sputterde haar vader nog wat tegen. Bayardo stellig: „Ik wil bij Mike blijven, dat maakt de keus makkelijk. Je moet in het leven steeds plannen maken. Ja, ik had als topsporter een bevoorrechte positie in Mexico. Die moest ik opgeven. Maar je moet ook leven. Sport en privé wil ik combineren, en dat kan in Nederland. Ik wil niet altijd te diep nadenken over wat ik wil. Om geluk te zoeken, moet je soms ingrijpende beslissingen nemen.”

Lees ook een eerder interview met Bayardo’s vriend Mike Schloesser

Bayardo’s opgeruimdheid strookt niet met de doorgaans conservatieve sport-attitude. Maar de Mexicaanse volgde haar gevoel. Ze redeneerde: ik kan ook in Nederland boogschieten en mijn laatste jaar van de studie Business and Administration aan een Nederlandse universiteit afronden. „Daarom wilde ik zo snel mogelijk de taal leren. Vind ik belangrijk voor mezelf, mijn omgeving, maar ook om de regels en de mores van het land te doorgronden. En om praktische redenen. Ik wil later mijn kinderen bij hun huiswerk kunnen helpen.”

Een Mexicaanse boogschutter in Nederland: Schloesser blij en bondscoach Ron van der Hoff blij. Hij kreeg een topper in de schoot geworpen. En een prettig mens, heeft hij inmiddels ervaren. „Echt een latino”, zegt Van de Hoff met alle respect. „Gabriela houdt van gezelligheid. Niet zozeer van een feestje met een biertje, maar waar zij komt is het onmiddellijk gezellig. Ze is ook emotioneel, in die zin dat tegenslagen er bij haar diep inhakken. Dat was wel even aanpassen voor een groep nuchtere Hollanders. Maar we zijn inmiddels aan haar gewend. Ze is iemand die je er graag bij wilt hebben. Daarbij is Gabriela bij de vrouwen veruit de beste Nederlandse boogschutter, zo simpel is het.”

Geen duizend pijlen per dag

Gevraagd naar wat voor Bayardo de ziel van het boogschieten is, wijst ze naar de tuin. „We hebben een huis bij de tuin gezocht, om elke dag te kunnen trainen. Dat zegt genoeg. Mike is mijn coach, van hem leer ik het meest. Bijvoorbeeld dat ik niet zo nodig duizend pijlen per dag hoef te schieten, maar dat ik me tijdens trainingen wedstrijdsituaties moet inbeelden. Met alleen goede trainingsresultaten win je geen toernooi. Focus, daar gaat het om, elke dag weer. En techniek. Als ik schiet, let ik altijd op mijn techniek. Als dat goed gaat, volgen de punten vanzelf.”

Maar als het niet gaat zoals Bayardo wil? „Dan blijf ik rustig, in tegenstelling tot vroeger. Na een slechte pijl was ik ontzettend grumpy. Maar bij handboogschieten kun je geen emoties toelaten, niet bij een goede pijl, niet bij een slechte pijl. Je moet stabiel zijn, altijd.” En dan lachend: „Dat valt niet mee, want ik ben een Mexicaanse en vrouw, een extreem emotionele combinatie. Wat niet wegneemt dat ik nog steeds gek word als ik ‘uit de lijn’ schiet. Alleen laat ik het niet meer blijken.”

Haar handboog is heilig voor haar. Haar ‘kindje’ waar Bayardo voor haar gevoel alle zorg voor draagt. „Ik heb er een hechte band mee. Ik vind dat ik altijd liefdevol moet zijn, goed voor hem moet zorgen en hem moet repareren als hij stuk is. Wat er speciaal aan moet zijn? De kleur! Altijd blauw, mijn favoriete kleur. Met dank aan mijn Zuid-Koreaanse coach van de Mexicaanse ploeg. In zijn land is blauw de kleur van de kampioen.”

Blauw dus, hoewel die kleur niet altijd Bayardo’s voorkeur had. Met glinsterende ogen: „Aanvankelijk was dat oranje, écht!”