Profiel

Profiel Sarina Wiegman coach vrouwenelftal

Sarina Wiegman: bondscoach met twee gezichten

Deze dinsdag spelen de Oranje-vrouwen hun eerste duel op het WK voetbal, onder leiding van Sarina Wiegman. ‘Ze heeft inhoud en weet wat ze wil.’

‘Sarina? We love Sarina!” Anson Dorrance, oud-bondscoach van het Amerikaanse vrouwenelftal, struikelt bijna over zijn woorden als hij de naam van zijn oud-pupil Sarina Wiegman hoort. Met zijn telefoon in de hand loopt hij door zijn kantoor op de universiteit van North Carolina, waar Wiegman eind jaren tachtig voetbalde en studeerde. „Ik sta nu voor een ingelijste foto van Sarina uit 2017. Ze houdt de EK-cup omhoog. Boy oh boy, wat was ik trots op haar!”

Je zou bijna vergeten dat Wiegman, die sinds januari 2017 het Nederlands vrouwenelftal coacht, ook veertien jaar international is geweest. Toen zij Dorrance in 1988 ontmoette op het officieuze WK voor vrouwen in China, speelde ze nog maar kort voor Oranje. Hij coachte naast het vrouwenteam van de VS ook het vrouwenelftal van de universiteit van North Carolina.

Hoe die eerste ontmoeting verliep weet Dorrance niet meer, maar zeker is dat Wiegman indruk op hem maakte, anders had hij haar niet „achterna gezeten”. Nog geen jaar later speelde ze als nummer 10 in een sterrenteam met voetbalsters als Mia Hamm, Kristine Lilly en Carla Overbeck.

Haar oud-ploeggenoten herinneren zich Wiegman als ultra-ambitieus, balvast en sociaal. „Aan haar gezicht kon je zien hoe ze baalde als het sportief tegenzat”, zegt Kristine Lilly. „Voor zichzelf en de rest van het team legde ze de lat hoog.”

Die hoge lat bracht het beste in iedereen naar boven, vindt Carla Overbeck. „Maar Sarina kon ook zorgzaam zijn. Ik weet nog dat ze een Nederlandse maaltijd voor me kookte. Iets met aardappelen, geloof ik.”

Haar terugkeer in Nederland viel Wiegman zwaar, vertelde ze in 2015 aan Trouw. „Ik viel echt in een gat. Ik had met een topcoach en topspeelsters gewerkt, alles was top op de campus. Terug in Nederland voelde ik mij niet begrepen. Ik kwam in een heel andere sportbeleving terecht.”

Wiegmans jaar in de VS zou bepalend worden voor haar loopbaan. Niet alleen had ze ervaren hoe het is op hoog niveau te voetballen, ze wist nu ook hoe een semi-prof leeft. De universiteit van North Carolina betaalde haar onderwijs, onderdak en eten. „Ze hoefde alleen haar eigen transport te regelen”, vertelt Dorrance.

Kloof beslechten

Naast haar studiejaar in de VS stak Wiegman veel op van haar stageplek bij Sparta, in 2015. Een seizoen lang liep ze mee met de mannenploeg uit Rotterdam, als onderdeel van haar opleiding Coach Betaald Voetbal. „Sarina heeft inhoud en weet wat ze wil”, zeg oud-Sparta-trainer Alex Pastoor, die „behoorlijk onder de indruk” van haar is. Hij ziet Wiegman op termijn een professioneel mannenteam coachen.

Na haar seizoen bij Sparta stelde Wiegman zich ten doel de kloof (in niveau) tussen het mannen- en vrouwenvoetbal te dichten. Dat ze daar aardig in slaagt blijkt uit een anekdote van Dwight Lodeweges, assistent van Ronald Koeman.

Omdat Wiegman zich zo goed mogelijk op het WK in Frankrijk wilde voorbereiden, leende Koeman twee keepers uit voor het nemen van penalty’s: Kenneth Vermeer en Jeroen Zoet. Wiegman stelde twee teams samen en maakte er een echte wedstrijd van. Lodeweges: „Ik vond het mooi te zien hoe open de mannen naar de vrouwen waren, en hoe enthousiast de vrouwen reageerden. Ik zie ons in de toekomst zeker meer samenwerken.”

Wiegmans mix van karaktereigenschappen – ambitieus en zorgzaam – is geen gemakkelijke. Hoe moeilijk zij het daar soms mee heeft is goed te zien in Mooie benen, een documentaire uit 2009 waarin zij gevolgd wordt als coach van het vrouwenteam van ADO Den Haag. Wiegman pakt speelsters hard aan, maar wil hen ook sparen. Als een speelster tijdens een slechtnieuwsgesprek geëmotioneerd een brief voorleest waarin zij haar eigen kwaliteiten aanprijst, kijkt Wiegman haar vol bewondering aan. Ze is zichtbaar geraakt, maar houdt voet bij stuk: volgend jaar ben je niet meer welkom.

Wissel aanvoerder

„Sarina straalt een zekere dubbelheid uit”, zegt Daphne Koster, die haar als coach en ploeggenoot heeft meegemaakt. „Ze kan de lijnen uitzetten en overtuigen, maar ook twijfelachtig optreden. Soms denk ik: wat wil je nou?”

Een goed voorbeeld is het EK van 2017. Voor de beslissende groepswedstrijd tegen België besloot Wiegman aanvoerder Mandy van den Berg – jarenlang speelster van haar bij ADO – te wisselen voor Stefanie van der Gragt. Toen journalisten haar wezen op de ongeschreven regel dat aanvoerders altijd spelen, reageerde Wiegman uiterlijk onbewogen.

Kort na het EK bedankte Van den Berg voor Oranje. „Niemand heeft mij ooit zo teleurgesteld als Sarina”, tekende Annemarie Postma uit haar mond op in het onlangs verschenen boek Samen Sterk, over het EK van 2017. „Ik hoop dat ik nooit zo met mensen zal omgaan.” In Studio voetbal zei Wiegman vorige week dat ze moeite had met de ingreep „omdat we elkaar heel lang kenden en heel nauw hebben samengewerkt bij ADO”.

Van den Berg had vóór het toernooi vervangen moeten worden, zegt Foppe de Haan, destijds Wiegmans assistent. „Dat was ook heel sneu geweest, maar dit was nog veel sneuer. Soms moet je over persoonlijke zaken heenstappen en doen wat het beste is voor het team, hoe hard ook.”

Wiegman heeft het moeilijk gehad met de kwestie, zegt De Haan. „Maar ze heeft het zichzelf ook moeilijk gemáákt. Als je zo’n beslissing neemt, moet je hem op een goede manier communiceren en er niet voor weglopen. Dat moet je leren als coach, en ik denk dat ze er enorm van heeft geleerd. Maar voor Mandy was het een klotemoment.”

Dit zijn de speelsters in de WK-selectie

Dat Wiegman de media niet opzoekt, lijkt soms in haar nadeel te werken. Het liefst zou ze waarschijnlijk geruisloos in haar rol groeien, maar door het EK-succes en de torenhoge verwachtingen, ligt er een vergrootglas op de ploeg. „Naar buiten toe mag ze soms onbewogen overkomen, van binnen borrelt het”, zegt vriendin Marion van der Ploeg, die samen met Wiegman bij amateurclub Ter Leede speelde. Op de dag van de uitzwaaiwedstrijd tegen Australië biechtte Wiegman aan haar op dat ze gespannen was. ‘Er zitten ruim 30.000 mensen in het stadion’, zei ze. ‘Ik zie overal mijn eigen kop en iedereen oordeelt over wat ik doe’.”

En dan is Wiegman ook nog eens workaholic, vertelt De Haan. Soms draait ze dagen van vijftien uur. Ze skypet en belt aan een stuk door met speelsters in het buitenland. „Ik heb wel eens tegen haar gezegd dat ze beter op zichzelf moet passen. Ze zou haar assistenten best wat meer ruimte mogen geven. Al was het maar om hun het gevoel te geven dat ze belangrijk zijn. Ze kan niet goed delegeren, wil de touwtjes in handen houden. Het zou zonde zijn als haar controledrang zich tegen haar keert.”