Opinie

    • Marike Stellinga

Lekker losgaan op de pensioenen

Marike Stellinga

Het was een week vol helderzienden. Nog voor het pensioenakkoord was gepubliceerd, toen nog maar de contouren waren uitgelekt, wisten velen al wie er belazerd zou worden. De jongeren! De ouderen! De veertigers! Oneerlijk! Toen het principe-akkoord werd gepresenteerd, trakteerden de onderhandelaars van de vakbonden, werkgevers en politici ons op een heel ander beeld: dit keer werd uiteraard niemand belazerd want het pensioenakkoord is een verbetering voor iedereen! Jong, oud, feest! We gaan het geld sneller naar de mensen brengen, zei FNV-voorman Han Busker. D66-fractievoorzitter Rob Jetten maakte een blij filmpje waarin hij uitlegde: iedereen wordt er beter van.

Ons pensioenstelsel is ingewikkeld, een hervorming ervan is dat helemaal. Het komt aan op allerlei technische details, en op hoe die op elkaar inwerken. Daar komt bij: er zijn honderden pensioenfondsen, de veranderingen kunnen overal anders uitpakken. Is het fonds rijk, is het arm? Heeft het relatief veel oudere deelnemers of jongere? Enzovoort.

Als één ding deze week duidelijk werd: kabinet, vakbonden en werkgevers moeten nog ontzettend veel uitwerken. Hoe verliezers van het nieuwe stelsel worden gecompenseerd bijvoorbeeld. En wie die compensatie betaalt. Het akkoord laat bovendien ruimte aan individuele werkgevers, vakbonden en ondernemingsraden om dat te bepalen. Wat deze hervorming betekent voor werknemers en gepensioneerden kan dus verschillen per fonds en bedrijfstak. Het duurt, kortom, nog wel even voor we helder hebben wie er wint of verliest.

Wat we wel weten: de pensioenleeftijd stijgt minder snel. De komende jaren is de kans op kortingen op de pensioenen kleiner. Het pensioen wordt officieel onzekerder (dat was het in de praktijk al); het kan eerder stijgen maar ook eerder dalen. En de doorsneepremie verdwijnt.

In het huidige pensioenstelsel krijgen jongeren evenveel pensioen voor elke euro die ze inleggen als ouderen. Omdat hun euro veel langer kan renderen, krijgen ze eigenlijk te weinig pensioen voor hun euro. De doorsneepremie is daarom een subsidie van jong naar oud. Die verdwijnt. Dit maakt het pensioen persoonlijker, en het stelsel eerlijker voor bijvoorbeeld mensen die na hun veertigste zzp’er worden.

Nadeel hiervan ondervinden veertigers: zij hebben relatief veel betaald en nu ze zouden gaan profiteren van de subsidie van jong naar oud wordt die afgeschaft. Zij worden gecompenseerd, maar hoe? Het zou kunnen dat vooral jongere generaties via hun premie een deel betalen, het zou ook kunnen dat de compensatie uit de buffers komt (nadeel voor pensionado’s). Voor het eindoordeel maakt dit soort keuzes veel uit.

Natuurlijk zie ik ook risico’s. Het is overduidelijk dat de vakbonden erg hechten aan het vermijden van kortingen de komende jaren. Maar staan ze dan wel achter korten in de toekomst? De vakbonden tekenen voor een onzekerder pensioen, maar ze klampen zich vast aan de plus in goede tijden. De Sociaal-Economische Raad wees deze week op dit risico: „De ervaring van de afgelopen vijftien jaar wijst op een grote geneigdheid kortingen uit te stellen.” De regels worden telkens aangepast om kortingen te voorkomen, en dat „leidt onherroepelijk tot een herverdeling van pensioenaanspraken ten koste van toekomstige generaties.” De grote vraag is dus: hoe hard zijn de waarborgen tegen wél uitdelen in goede tijden en níet korten in slechte?

Wat ons te doen staat, is de uitwerking goed in de gaten houden, wél de moeite doen het te volgen en verder te kijken dan de makkelijke clichés, - of die nou komen van D66 of 50plus.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.