Het interne stuk waarmee Rutte III toewerkt naar een ververste agenda

Deze week: Vertrouwen in de toekomst 2.0: het discussiestuk dat Dijkhoff (VVD) in het Catshuis voorlegde aan Rutte III.

Ofwel: hoe de coalitie stilletjes een verversing van het regeerakkoord voorbereidt.

Een oud Haags wetje: als de meeste media zich concentreren op één affaire, zijn dat voor andere politici uitstekende momenten om hun eigen gevoelige kwesties te bespreken.

Donderdag 25 april escaleerden de spanningen binnen Forum voor Democratie. NRC, dat eerder een spraakmakend interview met medeoprichter Henk Otten bracht, onthulde ’s middags dat dezelfde Otten 25.000 euro (exclusief btw) uit de partijkas aan zichzelf had uitgekeerd.

Het leidde nog die avond tot Ottens vertrek uit het driekoppige partijbestuur: FVD, dat nog in maart de Statenverkiezingen won, stond in brand.

Des te interessanter was het dat diezelfde avond, in het Catshuis, de bestuurlijke leiding van het land bijeenkwam.

Daar waren: de premier en de drie vicepremiers (De Jonge, Ollongren, Schouten), de vier fractievoorzitters uit de coalitie (Dijkhoff, Buma, Jetten, Segers), alsmede minister van Financiën Hoekstra (CDA), zijn staatssecretaris Snel (D66) en minister van Sociale Zaken Koolmees (ook D66).

Ze kwamen niet voor een regulier coalitieoverleg of een bijzondere voorbereiding van de ministerraad, de volgende dag.

Ze waren hier voor wat sommigen een midterm review noemden: waar stond Rutte III na anderhalf jaar, en hoe moest het verder?

Het interessante was: de coalitie, die lang moest wennen aan de eigen interne eigenaardigheden, en zich soms verloor in onderling wantrouwen, begon eindelijk te lopen.

Nog in januari had Dijkhoff de sluimerende argwaan bevestigd met een Telegraaf-interview over klimaatpolitiek. In de coalitie speculeerden ze over een vroegtijdig einde.

Daarna herwon Dijkhoff het vertrouwen van de anderen met een constructieve rol in conflicten over het kinderpardon en een CO2-heffing.

En na de Statenverkiezingen, die Baudet katapulteerden, was helder dat de coalitie voor alle partijen Hotel California was – niemand kon eruit. Daarbij groeide toen al het besef dat, na Zijlstra en Pechtold, een derde grondlegger van het regeerakkoord, Buma, ging vertrekken uit de landspolitiek.

Zo ontstond het idee om met een ververste bezetting te gaan nadenken over een ververste agenda – zonder onderlinge argwaan, maar ook zonder taboes.

Het was daarom logisch dat Dijkhoff die 25ste april in het Catshuis de aftrap deed. De VVD-voorman presenteerde een discussiestuk van negentien sheets, titel: Vertrouwen in de toekomst 2.0.

Het gaf hem kans te onderstrepen dat het VVD-verhaal aan het veranderen is. Niet langer nadruk op markten, multinationals en vestigingsbeleid – maar op inkomens. Vooral middeninkomens, en het feit dat zij onvoldoende profiteren van de economische groei.

In een eerste grafiek liet hij zien dat in Nederland, vergeleken met buurlanden, de economie het hardst groeit maar het gemiddelde inkomen daarbij het verst achterblijft. In een andere grafiek zat zijn beleidsvoorkeur: schroom niet om bij steun aan middeninkomens iedereen boven een ton op nul te zetten. Niet echt de VVD-traditie.

Lange tijd, hield Dijkhoff onder het kopje Macro <> Micro de coalitie voor, signaleerde het SCP een dubbelzinnige houding van de Nederlander: „Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.”

Maar als Rutte III de middeninkomens in dit economische klimaat blijft verwaarlozen, waarschuwde hij, verandert hun houding tegenover de politiek dramatisch: „Met mij gaat het slecht, en dat door komt hullie.”

Ook stond Dijkhoff kort stil – Immaterieel vertrouwen, sheet 18 – bij het thema immigratie en integratie, waarbij hij er in zijn toelichting op wees dat het immigratiebeleid amper strenger kan, en dat het aankomt op een andere Europese aanpak en beter nationaal integratiebeleid.

In de discussie hierna besloot het coalitiegezelschap voor vijf beleidsgebieden te gaan bekijken of het regeerakkoord ververst kan worden.

Daarvoor werden koppeltjes gevormd. Dijkhoff kijkt met D66-voorman Jetten naar immigratie/integratie; met minister Hoekstra (Financiën) naar de houdbaarheid van de overheidsfinanciën en de middeninkomens; met Segers (CU) naar onderwijs c.q. artikel 23. Snel (Financiën) zou met Buma (nu Heerma) opties voor mobiliteit, fiscaliteit en rekeningrijden in kaart brengen.

Navraag leerde me dat het werk hieraan in de meeste gevallen nog moet beginnen, maar ook dat het deze week via De Telegraaf uitgelekte nieuwe mediabeleid (geen reclame op de NPO tot 20.00 uur) een product van ditzelfde project is.

Voor de andere thema’s is de bedoeling dat voor de zomer nog één bijeenkomst in het Catshuis volgt, en er in het najaar naar conclusies wordt toegewerkt.

Toch was het vermoedelijk geen toeval dat je deze week hierover hoorde: het pensioenakkoord met de leiding van vakbonden en werkgevers, gesteund door PvdA en GroenLinks, geeft Rutte III eindelijk lucht.

Aangenomen dat het FNV-ledenreferendum geen roet in het eten gooit, heeft het kabinet een eerste hervorming binnen. In de binnenkamers wordt intussen gebuffeld aan het klimaatbeleid, dat in principe voor de zomer (misschien later) naar buiten komt. Een tweede hervorming.

Vandaar de behoefte vanaf komend najaar nieuwe ideeën te kunnen presenteren voor de rest van de zittingstermijn van Rutte III, die formeel in maart 2021 pas afloopt.

En deze week bleek opnieuw dat de VVD er alles aan doet om coalitiepartners te overtuigen dat ze de rit wil uitzitten.

Bij de opvolging van staatssecretaris Harbers (Asiel, VVD) drong D66 intern aan op ‘geen Rita Verdonk-achtige’ benoeming, en met de keuze voor senaatsvoorzitter Broekers-Knol werd ook die wens ingewilligd.

Het is natuurlijk een notoir lastige post: haar VVD-voorgangers Teeven (2012-2015) en Harbers (2017-2019) sneuvelden tussentijds.

En donderdag onthulde NRC een van de vele gecompliceerde aspecten van de baan: hoewel vrijwel alle politieke partijen bepleiten dat criminele vreemdelingen worden uitgezet, blijkt de betreffende IND-afdeling dit zo min mogelijk te doen: te tijdrovend, te duur.

Het taaie ongerief van de ondernemende overheid: het algemeen belang gegijzeld door het eigenbelang van een ambtelijke dienst.

Je dacht meteen: als Rutte III nog om hervormingen verlegen zit, kunnen ze dit soort uitwassen misschien eens structureel aanpakken. De Raad van State, de WRR, de Rekenkamer, de Eerste Kamer: een heel leger kenners keert zich hier al decennia tegen, maar er gebeurt amper iets.

Intussen vang je ook op dat de coalitie de komende weken een veel urgenter en gecompliceerder probleem moet oplossen: na een recent verbod door de Raad van State van een regeling voor stikstofuitstoot (PAS) mag de staat geen nieuwe depositie van stikstof meer toestaan.

De interne paniek hierover is groot, bij voorbeeld omdat dreigt dat alle geplande infrastructuur- en landbouwprojecten tot nader order geblokkeerd worden.

De ministers Schouten, Van Nieuwenhuizen en Ollongren werken koortsachtig aan een oplossing – maar dat blijkt, begrijp ik, niet erg eenvoudig.

Zo komt politiek bijna altijd weer neer op een oefening in nederigheid.

Je kunt in zo’n coalitie nieuw beleid voor de komende jaren verkennen, je kunt teren op je zelfvertrouwen na een moeizame periode, maar dan komt er meestal een onverwachte wending – een ramp, een rel, een gerechtelijke uitspraak - die je agenda dicteert.

Vertrouwen in de toekomst 2.0 – goed idee, al weet je nooit welke toekomst precies.