Brieven

Brieven

Noa (1)

Niet voor niets

Een terecht pleidooi van Peer van der Helm (lector residentiële jeugdzorg) dat de Rijksoverheid haar verantwoordelijkheid, die ze nu ver van zich af heeft geworpen, terug moet nemen. (Jeugdzorg ziet nog 250 Noa’s over het hoofd, 7/6). De keuze om de jeugdzorg van het rijk naar de gemeenten over te hevelen, inclusief een enorme bezuiniging die nu weer deels ad hoc maar niet structureel voor enkele jaren is teruggedraaid, legt de rekening bij degenen die de hulp het hardst nodig hebben. Vanwege de kaalslag in de écht gespecialiseerde hulp, want dat is natuurlijk veel te duur voor één gemeente. Alleen de controlerende en/of inkopende bureaucratie bij de gemeenten plus de verantwoording door de professionals is er groter, maar niet noodzakelijkerwijs beter van geworden. Maar daar had Noa helemaal niets aan. Gênant en schreinend. Waarvan akte. Ik hoop dat haar dood niet voor niets is geweest.

Noa (2)

Geld of een leven

Met name het voorstel om áltijd een aantal spoedbedden beschikbaar te hebben zou goed kunnen werken. Dit kost natuurlijk geld, maar het niet hebben kostte nu dus helaas weer een leven. Deze cliënten moeten niet geconfronteerd worden met een wachttijd van drie maanden tot aan de intake. Dit ontmoedigt, en dat terwijl de stap om hulp te zoeken al zo groot is. Zeker als er daarna ook nog afwijzing plaatsvindt en ze weer opnieuw moeten wachten. De vergelijking met kinderoncologie is dan ook zeer treffend.

Jos B.

Zwijgen mag toch?

De officier van justitie en ook de rechter in het proces tegen Jos B. dringen er bij de verdachte zwaar op aan dat hij verklaringen zal afleggen, en de rechter toont zich zelfs geïrriteerd dat Jos B. dat niet doet. (Ook in de derde zitting blijft Jos B. zwijgen, 6/6) Men hoort ook wel van vonnissen waarin de zwaarte van de straf mede wordt gemotiveerd door het feit dat de verdachte/veroordeelde is blijven zwijgen. Ik begrijp dat niet: artikel 29 in het Wetboek van Strafrecht geeft de verdachte het recht om geen verklaringen af te leggen en bepaalt zelfs uitdrukkelijk dat de rechter en alle anderen die verhoren afnemen, geen druk op de verdachte mogen leggen om te verklaren. Hoe is dit dan mogelijk? Ook een verdachte heeft rechten, en die lijken hier met voeten te worden getreden.

Plagiaat (1)

(G)een échte appel

De plagiaatkwestie van voormalig rector magnificus Dymph van den Boom van de UvA verdient zeker de aandacht die het heeft gekregen (Hoe de oud-rector van de UvA plagieerde in speeches en proefschrift, 4/6). Mijn dochter studeert er en zelf ben ik alumnus van dit gerenommeerde instituut. (Flauw om zonder bronvermelding te zeggen dat de appel niet ver van de boom valt.) Het meest sprekende voorbeeld is Ceci n'est pas une pomme van Magritte, waarmee de rectoraatsoverdrachtsrede in 2017 van Dymph van den Boom begon. Dat Van den Boom via Magritte de echtheid van de appel ter discussie stelde in een letterlijk overgenomen openingstekst van de inaugurele rede van Wil Munsters (lector toerisme en cultuur Hogeschool Zuyd) uit 2004 is schokkend. Van den Boom heeft dus niet eens de moeite genomen om het andere beroemde schilderij van de Belgische surrealist René Magritte als voorbeeld te gebruiken. Het onderschrift in La trahison des images luidt Ceci n'est pas une pipe. Met het indrukken van iets meer toetsen is (g)een appel makkelijk te veranderen in (g)een pijp. De originaliteit en echtheid van haar werk is absoluut aan het wankelen gebracht.

Plagiaat (2)

Welke trainingen?

Wat voor ‘trainingen’ Dymph van den Boom op Amerikaanse universiteiten volgde weet ik niet, maar ik weet wel dat waar ik zat, op (Duke University vanaf 1982 Bachelor tot aan promotie) het anders was. Op Amerikaanse universiteiten wordt namelijk al heel lang uitgebreid aandacht besteed aan plagiaat en correct citeren. Ik heb het daar zelf ook nog gedoceerd.

De canon

Ze mógen selectief zijn

Henk Slechte neemt in zijn brief de herziening op de korrel, maar gaat eraan voorbij dat de canon zelf het product is van ‘de waan van de dag’ (Herzie de canon op basis van wetenschap, niet van politiek, 5/6). Het is het product van een vreemde hang naar nationale identiteit onder Tweede Kamerleden. Daarbij wordt de Nederlandse taal geannexeerd. Een heel verleden, zelfs de prehistorie wordt geannexeerd (waar was Nederland toen?). De selectie van de ‘vensters’ is een reactie op eerder aangestipte zwarte bladzijden. Waarom wel de slavenhandel van de WIC en niet die van de VOC (groter) behandeld? Waarom wel de politionele acties, maar niet de tienduizenden doden in de 19e eeuw? Er zijn veel meer zwarte bladzijden aan te wijzen. Maar verwijt degenen die deze aanwijzen niet dat ze selectief zijn. De canon is ten voeten uit een selectie die een nationalistisch doel dient. Het heeft ten enen male niets met wetenschap te maken.

Dieren

Zihni Özdil

Wat een verlies

Wat een verademing, de brief van Zihni Özdil. (‘Ik baal echt dat ik moet vertrekken’, 4/6.) Zo frank en vrij, zo recht uit het hart! En wat een verlies voor onze volksvertegenwoordiging! Mogen er meer zijn die zich opstellen zonder last of ruggespraak, zonder een buikspreker van de fractieleider te zijn.