Zo veel ervaring, toch terug naar school

Verpleegkundigen Voor verpleegkundigen wordt ervaring minder belangrijk. Dat geeft onrust onder tienduizenden ervaren krachten.

Vanaf links: verpleegkundigen Mira Smit, Andrea van Duijvenbode en Jaqcueline van der Hulst.
Vanaf links: verpleegkundigen Mira Smit, Andrea van Duijvenbode en Jaqcueline van der Hulst. Foto David van Dam

Dat moment dat de patiënt opeens een aanval krijgt: zijn hart gaat tekeer, zijn bloeddruk daalt. Geen arts te bekennen dus je moet snel beslissen: wat is er aan de hand? Wat doen we? Verpleegkundige Andrea van Duijvenbode weet precies wat er dan moet gebeuren. Ze werkt al 29 jaar en is gespecialiseerd intensive care-verpleegkundige in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Maar Van Duijvenbode (50) maakt zich zorgen, zoals duizenden andere verpleegkundigen. Want de verpleegkunde gaat compleet op de schop, het vak wordt gemoderniseerd. Woensdag presenteerde minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) de langverwachte tekst voor de Wet Big II. Er komen twee beroepen: verpleegkundige en de hogere functie ‘regieverpleegkundige’. ‘Functie-differentiatie’, in jargon. Ervaringsjaren tellen niet. Opleiding wel.

Op de werkvloer waren verpleegkundigen in Nederland onderling altijd gelijkwaardig: of ze nou op het mbo, hbo of in het ziekenhuis waren opgeleid. „Ervaring op de werkvloer was belangrijker dan je diploma”, zegt Van Duijvenbode. Dat wordt nu omgedraaid.

Wie mag regieverpleegkundige worden? Daar heerst al een paar jaar verwarring over. Er zijn rapporten geschreven, commissies in het leven geroepen en beslissingen uitgesteld.

Nu blijkt: de 54.000 mbo-opgeleide verpleegkundigen worden ‘verpleegkundige’. Willen ze regieverpleegkundige worden dan moeten ze een hbo-opleiding volgen.

Verpleegkundigen die na 2012 zijn opgeleid op een hogeschool kunnen meteen regieverpleegkundige worden. De hbo’ers die eerder afstudeerden, moeten daarvoor een toets doen. En dan zijn er de 66.000 ‘inservice-opgeleide verpleegkundigen’, opgeleid in het ziekenhuis en daar onmisbaar.

De helft heeft zich, zoals Andrea, in de loop der jaren gespecialiseerd, in bijvoorbeeld oncologie of intensive care. Voor hen komt een vijfjarige overgangsregeling: als ze regieverpleegkundige willen worden, moeten ze aanvullende scholing volgen.

Het wrange is: hoe eerder ze hun specialisatie haalden (voor 2003) en dus hoe meer ervaring ze hebben, hoe meer scholing ze moeten volgen. Dat kan oplopen tot drie jaar.

Leren in de praktijk

Inservice was vroeger dé route om ziekenhuisverpleegkundige te worden. Mira Smit (49): „Ik had vwo gedaan, maar wilde het vak leren in de praktijk, op alle afdelingen van het ziekenhuis. Dus ik ging voor inservice. De theorie leerden we ernaast in lesblokken.” Collega Jacqueline van der Hulst (55) is hbo opgeleid maar moet, als ze regieverpleegkundige wil worden, een toets doen om haar niveau te bewijzen.

In 2000 verdween die inservice-opleiding. Voortaan moest je mbo of hbo doen om verpleegkundige te worden. Theorie stond voorop, stages liepen leerlingen op allerlei plekken: de wijkverpleging, het ziekenhuis, de ggz.

Van Duijvenbode, Smit en vele andere inservice-opgeleiden vinden dat zij ondergewaardeerd worden. Dat steekt. Van Duijvenbode: „Ik leid de hogeschool-meiden en -jongens op, op de afdeling. Ik leer ze verpleegkundige diagnoses stellen, denken, handelen. Straks val ik misschien onder een ander ‘profiel’: de ene dag leid ik iemand op en een week later staat ze boven mij in de hiërarchie.”

Beroepsvereniging V&VN zegt in een reactie dat er geen sprake is van hiërarchie in de nieuwe indeling – beide soorten verpleegkundigen krijgen er taken bij. De regieverpleegkundige krijgt volgens hen niet meer status dan de gewone verpleegkundige. Maar onderzoeksbureau Prismant schreef recent in een rapport: „Het kan zijn dat een deel van de mbo-inservice-opgeleide verpleegkundigen het werk minder aantrekkelijk zal vinden vanwege het gevoel van een ongewenste hiërarchische positie ten opzichte van de regieverpleegkundige.”

Lees ook: Verpleegkundigen: werkdruk is fors gestegen

De woordvoerder van V&VN zegt: „We begrijpen de onrust onder inservice-opgeleiden maar die is niet nodig. Wij willen óók dat inservice-opgeleiden, die zich later hebben gespecialiseerd, regieverpleegkundige worden, als zij dat willen.”

Ja doei, zeggen Van Duijvenbode en collega’s. „Om mijn huidige werk te blijven doen, moet ik één tot drie jaar extra scholing volgen. Slechts 30 procent van de verpleegkundigen zal ‘regie’ zijn. De rest doet ‘niet-complexe, voorspelbare zorg’ – dat staat in de profielen. Ze ‘initiëren niet’, maar volgen instructies.”

Volgens V&VN verlenen regieverpleegkundigen ook gewoon zorg maar moeten ze daarnaast onderzoek doen en collega’s coachen. „Dat is het enige verschil.”

De modernisering is bedoeld om de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Want die wordt steeds ingewikkelder, door technologische vooruitgang én steeds oudere patiënten. De zorg heeft hbo’ers nodig en om hen vast te houden, zijn er betere carrière-paden nodig. De woordvoerder van de beroepsvereniging: „We maakten hier geen onderscheid tussen verpleegkundigen; andere landen wel. We liepen internationaal uit de pas.”

Veel inservice-verpleegkundigen vinden de indeling demotiverend. Terwijl ze zo hard nodig zijn. Eén van de grootste problemen in de zorg is het verpleegkundigentekort. Vorig jaar verlieten 119.000 verpleegkundigen en verzorgden hun baan; 6 procent meer dan in 2017.

Volgens de commissie-Terpstra die de tekorten onderzocht, doen ziekenhuizen en verpleeghuizen veel om nieuwe verpleegkundigen te werven en op te leiden maar weinig om ervaren krachten te houden. Eind 2018 schreef voorzitter Doekle Terpstra: „Met de kraan open gaat er veel ‘water’ in, maar een groot deel loopt er razendsnel weer uit.”

Andrea van Duijvenbode weet wat haar te doen staat als het hart van een patiënt te keer gaat. „Eerst kijk ik naar de oorzaak. Is dit een gevaarlijke hartritme-stoornis? Dan dien ik een korte elektrische schok toe, met de defibrillator. Of is het een bloeding? Dan ga ik die stelpen, en onder druk vocht toedienen. Onderwijl laat ik iemand een arts roepen.”

Correctie (17 juni 2019): In een eerdere versie stond dat onderzoeksbureau Prismant schreef: “een deel van de mbo-inservice-opgeleide verpleegkundigen zal het werk minder aantrekkelijk vinden vanwege (…) een ongewenste hiërarchische positie ten opzichte van de regieverpleegkundige”. Dit is verbeterd in: „Het kan zijn dat een deel van de mbo-inservice-opgeleide verpleegkundigen het werk minder aantrekkelijk zal vinden vanwege het gevoel van een ongewenste hiërarchische positie ten opzichte van de regieverpleegkundige.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.