Wildplassen met een nuttig doel

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen.

Deze week: hondenpisschade aan het gazon.

In tijden van droogte kan elke plas tot een dode plek leiden.
In tijden van droogte kan elke plas tot een dode plek leiden. Foto iStock

Hondenpis of geen hondenpis? Daar gaat het om. Hoe hoog komt hondenpis? Hoe agressief is het?

Lang geleden heeft een onzichtbare hand in Amsterdam een immense hoeveelheid stokrooszaad verspreid en nu is er geen Amsterdams geveltuintje of tegeltuintje waarin niet jaarlijks een paar stokrozen opschieten. ’s Winters trekken de planten zich terug in een kleine rozet, eind april schiet daaruit een stengel omhoog en in juni raakt die in bloei. Tegen die tijd vertonen veel bladeren in de diepte opvallende bruingele, dode plekken. Elk jaar opnieuw. Het is niet érg, de planten lijden er niet onder, het is niet hinderlijk, je hoeft het niet te zien, je wilt alleen weten hoe het komt.

Stokrozen met schade. Foto Karel Knip

Het meest voor de hand ligt dat de bladeren bezwijken onder de hondenpis. Geen geveltuin waar geen hond passeert. Maar toen deze week besloten was de zaak eens goed te onderzoeken rees de twijfel. De aangetaste bladeren zitten soms wel 50 cm hoog en eigenlijk zijn het alleen stokrozen die schade hebben. De rest van de flora in de geveltuintjes geeft geen krimp.

Onaangetaste vegetatie. Foto Karel Knip

Hondenschade bestaat, dat is zeker. Misschien was de Berlijnse fytopatholoog Hartmut Balder wel de eerste die het zag. Zijn Untersuchungen zur Wirkung von Hunde-Urin auf Pflanzen (Gesunde Pflanzen, 1994) wordt alom geciteerd maar is nergens in te zien. In verwijzingen wordt opgemerkt dat het ureum uit hondenurine op het plantenblad net zulke necrosen verwekt als het strooizout in de winter en dat de urine in de bodem de voedselvoorziening van planten durcheinander brengt. Een Duitse nachtmerrie.

Concreter zijn Amerikaanse teksten over beschadiging van gazons door hondenurine. Vooral vrouwtjeshonden, die immers altijd alles in één keer laten lopen, blijken een gevaar. Volgens de Amerikanen kan in tijden van droogte elke plas tot een dode plek in het gras leiden, een plek die vaak markant omzoomd wordt door een zone waarin het gras juist extra groen is. Daar overheerste het bemestend effect van de hondenurine, die altijd veel stikstof aanvoert.

Markante plaatsen

Reuen doen, zoals bekend, aan small volume urinating op markante plaatsen. Dat zou in principe minder schadelijk zijn als niet andere reuen steevast dezelfde plaatsen kozen voor hun besprenkeling. Ook de pispaal loopt schade op en hier denken we natuurlijk aan de stokroos.

Of is het allemaal onzin? Het zijn geen diepwetenschappelijke stukken over gazonschade, die van Cornell University, de University of Hawaii en de University of California. Het zou ook zomaar zwaar overdreven kunnen zijn. Of verkeerd geïnterpreteerd.

De kwestie is dat Google Scholar vooral gunstige berichten oplevert. Nog onlangs liet Scandinavisch onderzoek zien hoe gretig de mossen, korstmossen en hogere planten uit de toendra het ureum uit rendierurine opnemen (Journal of Ecology, 2017). Ureum is het voornaamste stikstofhoudende bestanddeel van zoogdierurine. Arctische planten trekken onmiskenbaar profijt van de urine die op ze neerdaalt, schrijft Hélène Barthelemy.

En niet alleen arctische. Er is een indrukwekkend aanbod van artikelen waarin menselijke urine voor bemesting van land- en tuinbouwgewassen wordt aanbevolen. Ofwel als een bron van goedkope ‘kunstmest’ in ontwikkelingslanden, ofwel als een vorm van biologische, duurzame landbouw in ontwikkelde omgeving. Op de meeste bodemsoorten hebben planten vooral extra behoefte aan stikstof (N), kalium (K) en fosfor (P) – de medeklinkers in Pokon – en menselijke urine kan daarin voorzien, vooral wat betreft N en K.

Urine is een betrekkelijk veilig goedje om mee om te gaan, zolang je het van de gevaarlijke uitwerpselen weet te scheiden. Echt steriel is het niet, al wordt dat vaak beweerd, ook zitten er altijd hormonen in en soms bovendien nog resten van drugs en medicijnen maar dat trekt aardig bij als je de urine een paar maanden opslaat in gesloten containers. Dat de stikstof uit ureum en creatinine en dergelijke daarbij grotendeels wordt omgezet in ammonium is geen bezwaar.

Baat van mensenurine

In Finland zijn al bietjes, pompoenen, tomaten en komkommers gekweekt die baat hadden van een bemesting met mensenurine, al of niet vermengd met de as van berkenhout. De urinekomkommers smaakten anders, maar zeker niet slechter dan de ongeholpen komkommers (Bioresource Technology, 2007). De betreffende publicaties gaan niet in op het hoge natriumgehalte van urine en de langetermijneffecten van urinetoepassing.

In kringen van duurzame tuinliefhebbers en hobbykwekers liet men zich snel overtuigen door de Finse successen. Inmiddels klinkt daar zonder voorbehoud een ‘pee on your peas’ en ‘p is for plants’. Een enkeling waarschuwt nog de urine eerst op te slaan en altijd flink te verdunnen maar velen lijken te hebben begrepen dat het maar het beste is de urine vers en onverdund toe te passen. Plas toch gewoon tussen de raapsteeltjes. Het tijdschrift The Ecologist (‘voor het post-industriële tijdperk’) meldde in 2010 expliciet dat bomen en gazons onverdunde urine verdragen.

Zo komt die vraag terug: lijdt het gazon onder beplassing? Deze zomer zou de lezer eens de proef op de som kunnen nemen, het wildplassen wordt des te aardiger als het een doel heeft. Probeer te onthouden waar geplast is en neem en passant ook eens een stokroos mee, want daar ging het eigenlijk om. Er geldt een voorbehoud: als vleeseters hebben honden urine met een extra hoog stikstofgehalte. Anderzijds is dat bij veganisten waarschijnlijk extra laag. Het is onderzoek met een lange adem.