Valentijn Wösten: „Het vliegschandaal – ook een zuivere wanprestatie van de overheid.”

Foto David van Dam

‘Vinden we: hopsakee, weg ermee, of nemen we natuur serieus?’

Interview | Milieuraadsman Valentijn Wösten Het Nederlandse stikstofbeleid strijdt met natuurwetgeving, oordeelde de Raad van State deze week. Een zege voor natuurbeschermers. Hun raadsman wil nu „echte resultaten”,

In de boerenwereld is Valentijn Wösten een bekende naam. De raadsman vecht voortdurend tegen de invloed van grote veebedrijven. Hij adviseert omwonenden die klagen over stank en andere overlast. En hij strijdt, bij monde van verschillende stichtingen, voor het behoud van natuur in de buurt van die stallen.

Maar Wösten en zijn cliënten zijn niet in oorlog met de boeren, benadrukt hij. „De ondernemer mag willen wat hij wil. Daar gaat het niet om. Het gaat erom wat het openbaar bestuur toelaat.” Zijn kijk is duidelijk: bestuurders schieten „schandelijk tekort” als het om de veehouderij gaat.

Vorige week woensdag beleefde Valentijn Wösten (52) misschien wel de grootste triomf uit zijn carrière: de Raad van State zette die dag een streep door het Nederlandse stikstofbeleid, omdat het natuurgebieden onvoldoende beschermt. Een zuivere overwinning op datzelfde openbaar bestuur, dus.

Het vonnis, waartegen geen beroep mogelijk is, markeert het einde van een lange juridische strijd. Al sinds 2015, het jaar dat het zogeheten Programma Aanpak Stikstof (PAS) in werking trad, vecht Wösten tegen het stikstofbeleid. Dat doet hij namens natuurorganisaties Mobilisation for the Environment en vereniging Leefmilieu, in samenwerking met werkgroep Behoud de Peel.

Al jaren stellen deze organisaties dat de overheid niet genoeg doet tegen de schadelijke invloed van te veel stikstof op natuur. Brandnetels en grassen profiteren daarvan en overwoekeren de boel, terwijl kwetsbare soorten het onderspit delven.

Wösten heeft – met andere experts – altijd ernstige twijfels gehad bij de onderbouwing van het PAS. Dit programma maakte namelijk vergunningen voor stikstofuitstotende bedrijven in de buurt van Natura 2000-gebieden mogelijk, op basis van toekómstige besparingen op stikstof. En dat mag volgens Europese natuurwetgeving alleen als de effectiviteit van die toekomstige maatregelen op voorhand vaststaat.

Maar daar voldeed het Nederlandse beleid niet aan, vond Wösten. En zo oordeelde ook de Raad van State. Talloze milieuvergunningen werden ten onrechte uitgedeeld. Voor uitbreiding van wegen, voor industrie, en vooral voor veehouderijen. Via Wöstens kantoor alleen al lopen zo’n 300 PAS-beroepen.

PAS noemt hij een „megalomaan” programma. „Stikstof komt werkelijk uit alle hoeken en gaten: verkeer, vliegtuigen, cv-ketels, veehouderij, het buitenland. Daar is een rekenmodel van gemaakt, dat niet alleen álle stikstofuitstoot berekent, maar ook prognoses maakt voor de toekomst.” In die berekeningen werd zowel de invloed van technische maatregelen meegenomen, zoals luchtwassers die uitstoot uit stallen afvangen, als de effecten van natuurherstellende maatregelen, zoals het afgraven van grond met veel stikstof.

„Dat bestuurders en ambtenaren dáár hun handtekening onder hebben gezet. Ik vind het ook een brevet van onvermogen van Tauw, het adviesbureau dat dit heeft durven berekenen.”

Op de website van boerenblad Boerderij stond vorige week dat u waarschijnlijk wel een flesje champagne had opengetrokken na het vonnis van de Raad van State. Is dat zo?

„Nee”, bromt Wösten.

Ook geen overdrachtelijke champagne? Was het geen vrolijke dag?

„Nou vrolijk… Het zijn gemengde gevoelens. Het is diep treurig dat dit nodig is. Mooi dat dit punt bereikt is, maar het is een papieren overwinning. Er moeten nu echte resultaten komen. De emissies móéten omlaag. Er móéten nu mensen naar voren treden, zowel in het openbaar bestuur als in de boerensector, die wel hun huiswerk doen. Deze week hoorde ik nog een boer over stikstof zeggen: nou, dan regel ik wel weer een nieuwe vergunning. Alsof de overheid een vergunningenwinkel is waar je zomaar kunt binnenstappen. Dat komt omdat het openbaar bestuur geen duidelijke keuzes maakt.”

Wösten pakt een blaadje dat voor hem op tafel ligt, met daarop twee staatjes op basis van cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. „Heel illustratief”, noemt hij ze. „Het gaat om de vraag wat we willen met onze natuur. Vinden we: hopsakee, weg ermee, of nemen we natuur serieus?”

Beide staatjes tonen Nederlandse stikstoflast, maar de linker laat over zo’n dertig jaar een dalende lijn zien, en de rechter een stijgende. Het lijkt tegenstrijdig, maar de staatjes kloppen allebei. De uitstoot daalt wel degelijk, maar omdat stikstof zich door de jaren heen ophoopt, raakt de bodem steeds verder verzadigd. „Dit” – hij wijst naar links – „ is het enige waar de ambtenaren en de minister naar kijken.”

Lees ook het vragenstuk: Veehouders moeten vergunning inleveren

Als je deze informatie serieus neemt, dan zou je eigenlijk moeten stoppen met álle stikstofuitstoot. Dat kan toch helemaal niet?

„Goed dat je het vraagt. Dat zijn ook de teksten van demagogen die steeds waarschuwen dat Nederland ‘op slot’ gaat. Dan zeg ik: lulkoek. Maar veehouderij mag niet ten koste gaan van natuur en milieu. De huidige omvang van de veestapel is volstrekt onhoudbaar. Voormalig landbouwminister Cees Veerman zei ooit, toen over de varkenssector: we importeren voer, exporteren varkens en houden de rommel hier.”

Wösten groeide op in Voorburg, aan de rand van Den Haag. Na jaren in Amsterdam en Maastricht woont hij inmiddels weer vlak bij zijn geboorteplaats: om de hoek van het Haagse landgoed Clingendael. In een jaren 50-portiekflat, waar ook zijn kantoor huist.

Het kruisje in de gang herinnert aan zijn katholieke opvoeding. Hoewel hij niet gelovig is, gaat Wösten af en toe nog naar de kerk. „De geloofsgemeenschap is een van de weinige gemeenschappen die nog bij elkaar komen zonder dat er een zakelijk belang aan ten grondslag ligt. Dat vind ik heel belangrijk.”

Veehouderij mag niet ten koste gaan van natuur en milieu. De huidige omvang van de veestapel is volstrekt onhoudbaar

Gevraagd naar zijn carrièrepad na zijn rechtenstudie, begint hij al snel over „verantwoordelijkheid”. En over de „onmaatschappelijk hoge uurtarieven” in de advocatuur. „Met de helft van wat courant is, heb ik al een prima belegde boterham.”

Daarbij leeft hij naar eigen zeggen bescheiden. „Geen dure reizen, dure auto’s. Ik zeg vaak dat we in een beter evenwicht moeten komen met natuur en milieu. Daar ben ik natuurlijk ook consequent in. Ik heb nog nooit in een vliegtuig gezeten.”

Even later: „Als ik nog eens met iets anders aan de slag ga buiten de veehouderijsector, wil ik me storten op het vliegschandaal. Ook een zuivere wanprestatie van de overheid.” Daarmee doelt hij bijvoorbeeld op belastingvrije kerosine en dat de trein als alternatief vaak zoveel duurder is.

Zo ver is het voorlopig nog niet. Wösten zit overduidelijk vol verontwaardiging over de staat van natuur en milieu. Hij refereert aan waterkwaliteit, pesticidengebruik, insectensterfte. „Zeer, zeer verontrustend. Er moet natuurlijk nog meer onderzoek worden gedaan, maar hoe kan het bestaan dat we opeens wakker schrikken in een waarschijnlijke situatie dat de helft of meer van de insectenpopulatie is verdwenen?”

Het grootste deel van zijn werktijd besteedt Wösten op dit moment aan het bijstaan van omwonenden van veestallen. Zoals de buren van een boerenbedrijf in aanbouw in Grubbenvorst, vlak bij Venlo, verenigd in actiegroep Behoud de Parel. In Grubbenvorst moet het grootste varkensbedrijf van Nederland verrijzen: 34.000 varkens, inclusief biggen.

Het bedrijf staat er dus nog niet, maar nu al maken bewoners zich zorgen over stankoverlast. Des te meer omdat vorig jaar uit onderzoek bleek dat de techniek die wordt gebruikt om geur uit stallen te verminderen, zogeheten combiluchtwassers, veel minder effectief is dan eerder werd aangenomen. De overheid stelde het rendement van deze luchtwassers bij van 85 procent geurreductie naar 45 procent.

Een „krankzinnige” overlast dreigt voor omwonenden, stelt Wösten, die het onbestaanbaar vindt dat de overheid niet ingrijpt. Bij de Raad van State hoopte hij namens zijn cliënten een bouwstop af te dwingen. Dat lukte niet: de rechter zag geen „spoedeisend belang” zolang de overlast nog niet optreedt. Een bodemprocedure volgt nog.

Toen die vergunning werd verstrekt, wisten we niet beter over luchtwassers. Je kunt ook zeggen: goed dat de overheid nu niet opeens zo’n vergunning intrekt.

„Als je verkeerde aannames hebt gedaan, dan heb je de verantwoordelijkheid die later te corrigeren. Het gaat om één ondernemer versus tien, vijftien omwonenden. Daarnaast, deze redenering zou je dan ook wel in Groningen kunnen toepassen. ‘Wij dachten toentertijd niet dat de gasboringen zoveel aardbevingen zouden opleveren, pech gehad.’

„En vergeet niet: in bepaalde delen van het platteland gelden andere normen dan in de rest van Nederland. Er is daar bijna twee keer meer geuroverlast mogelijk.”

In boerenkringen wordt u een activist genoemd? Bent u het daarmee eens?

„Geen sprake van. Ik richt mij op correct openbaar bestuur. En zeker, ik kan me fel uitdrukken. Maar wie drukt zich niet fel uit op het moment dat-ie zich geconfronteerd ziet met slecht openbaar bestuur? Je hebt natuurlijk altijd mensen die me zaken in de mond leggen die ik niet gezegd heb. Ik zal nooit zeggen dat er helemaal geen veehouderij in Nederland meer toegestaan mag worden.”

Ziet u ook lichtpunten?

„Zeker. De afgelopen jaren zijn de dijken verhoogd. Die verhogingen zijn in veel gevallen samengegaan met meer ruimte voor de rivier en het ecologischer inrichten van uiterwaarden. Een succesverhaal. Een ander positief punt is dat de discussie over de krimp van de veestapel steeds serieuzer wordt gevoerd. Neem de saneringsregeling voor de varkenshouderij die is opgezet. Een element daarvan is: minder varkens. Het is alleen waardeloos dat dit op basis van vrijwilligheid is. Dan ben je weer geld aan het pompen in bedrijven die er toch al mee op wilden houden.

„Omdat we hier zo dicht op elkaar zitten, zijn conflicten in de landbouw extra scherp. Maar we zijn ook krankzinnig rijk, we hebben veel expertise in huis en ik waag te stellen dat er een aanzienlijke groep mensen bestaat die tot iets bereid is. Ik denk dat Nederland een interessant laboratoriumland zou kunnen zijn.”