Van Tula tot Thorbecke, de strijd over de canon van Nederland

Geschiedenis De historische canon wordt herzien. Wie en wat verdient meer aandacht? Een rondgang langs historici.

Van links naar rechts: Annie M.G. Schmidt, Charlotte Bourbon, het slavernijmonument op Curaçao, Michiel de Ruyter, Aletta Jacobs, Johan Thorbecke
Van links naar rechts: Annie M.G. Schmidt, Charlotte Bourbon, het slavernijmonument op Curaçao, Michiel de Ruyter, Aletta Jacobs, Johan Thorbecke

Na dertien jaar is de historische canon aan herziening toe. De canon bestaat nu uit vijftig vensters, zoals de Beemster, de Patriotten, Koning Willem I en Annie M.G. Schmidt. James Kennedy, hoogleraar geschiedenis en decaan van het University College Utrecht, wordt voorzitter van de herzieningscommissie. Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) vraagt de commissie om evenwichtig aandacht te besteden aan „de verhalen en perspectieven van verschillende groepen in de samenleving en de schaduwkanten’’ van de Nederlandse geschiedenis. Historici reageren.

Lees ook: Canon van Nederland gaat ook ‘schaduwkanten geschiedenis’ opnemen

Ton van der Schans, voorzitter van de vereniging voor leraren geschiedenis en staatsinrichting:

„Bij de introductie van de canon was al afgesproken dat deze geëvalueerd zou worden. Dat vind ik terecht. Er is dus niet zo veel schokkends aan de hand. Examenprogramma’s krijgen ook van tijd tot tijd een apk. In het basisonderwijs werkt de canon goed. Die is gericht op Nederlandse geschiedenis. Daar is de behoefte aan verandering klein. De onderbouw van het middelbare onderwijs is wel aan verandering toe. Daar komt wereldgeschiedenis aan de orde.

„Ik ben er wel huiverig voor dat politieke trends, ideologie en modegrillen de herziening van de canon gaan bepalen. Minister Van Engelshoven roept wat over vrouwen, ondergeschoven groepen en zwarte bladzijden en dat moet dan worden rechtgetrokken. Maar we moeten niet alles wat niet-westers is sacrosanct maken.

„Er is genoeg kans om meer vrouwen erin te verwerken. Maar het is nu eenmaal Thorbecke die de Grondwet heeft vernieuwd. En Willem van Oranje was bepalend voor het ontstaan van Nederland en niet zijn echtgenote Charlotte van Bourbon. Als voorzitter zou ik uitgangspunten willen opstellen voor een evenwicht tussen de politieke, sociale, economische en cultuurgeschiedenis.

„Thomas von der Dunk merkte terecht op dat de komst van het christendom een van de grootste veranderingen was in de geschiedenis. De verdwijning van het christendom is dat ook. Dat vind ik ook verzwegen geschiedenis. Het is terecht dat het venster van Michiel de Ruyter opent met de grote maritieme wereld en de discussie of hij nou wel of niet betrokken was bij de handel met slaven. Dat is een debat in de samenleving en de wetenschap en het resultaat zie je in het onderwijs.”

Tine de Moor, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Universiteit Utrecht:

„Van geschiedschrijving vind ik niet de losse feiten interessant maar de langetermijntrends. Die zie ik niet terug in de canon.

„Het vrouwenkiesrecht kwam niet tot stand doordat een aantal mannen daartoe besloot. Maar vrouwen hadden eeuwenlang geknokt om zich een positie te verwerven en dat is in Europese landen en in Nederland goed gelukt.

„Nederlandse vrouwen in de zeventiende en achttiende eeuw trouwden laat en dat komt doordat ze al eeuwen lang actief waren op de arbeidsmarkt. Dat hing samen met een cultuur waarin ze niet als ongehuwde bij hun ouders bleven inwonen maar een zelfstandig huishouden startten. In de vijftiende en zestiende eeuw was het percentage dat voor het huwelijk samenwoonde 20 tot 30 procent. Begin twintigste eeuw werd dat minder.

„Waarom krijgen Baudet en Vlaams Belang nu zo veel stemmen? Die feiten komen niet zomaar tot stand. Je ziet nu bijvoorbeeld weer coöperaties terugkomen, voor energieopwekking bijvoorbeeld, en dat is de derde golf in die beweging. Die coöperaties waren er al eerder en verdwenen weer. Dit toont aan dat de geschiedenis geen lineaire ontwikkeling is. Als we dat zaadje in het hoofd kunnen planten van twaalfjarigen, dan zitten we goed.”

Zihni Özdil, voormalig Kamerlid, historicus en auteur van Nederland mijn Vaderland (2015):

„Grote delen van de geschiedenis blijven onbesproken. Je moet je afvragen of een canon wel nodig is. Je zou ook elk jaar een ander thema kunnen nemen.

„Tot nu toe hebben we het nooit gehad over Tula, de nationale held die in 1795 als tot slaaf gemaakte in Curaçao in opstand kwam. Of Sophie Redmond, de eerste zwarte vrouwelijke arts in Paramaribo. Tegen alle adviezen in was ze toch medicijnen gaan studeren.

„De meeste mensen in Nederland hadden helemaal geen Gouden Eeuw. Ik denk dat het completer is als je ook van onderaf kijkt. Hoe was het om als tot slaaf gemaakte te leven onder Johan Maurits van Nassau? En hoe leefden vrouwen, arbeiders en boeren die in Nederland woonden – en dan bedoel ik niet alleen de Hollandse gewesten.”

Mineke Bosch, hoogleraar geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen:

„Ik ben niet zo dol op canons, zeker niet als de politiek zich ermee bemoeit. Je kunt er wel wat sturing mee geven. Aletta Jacobs staat naar verluidt voor de vrouwenbeweging. Die beweging zou ook in een eigen venster kunnen staan. Maar ik vind het belangrijker om te denken over perspectieven dan over onderwerpen.

„De macht van geschiedverhalen die er al zijn, is groot en sturend voor wat wij historisch van belang achten. De canon zoals die er nu is, houdt geen rekening met patronen van in- en uitsluiting, bijvoorbeeld op basis van klasse, sekse en ras. Kolonialisme is niet geïntegreerd in de vaderlandse geschiedenis, een systematisch genderperspectief ontbreekt. De vrouwenbeweging zou ook niet het enige moment moeten zijn waarop vrouwen in de canon voorkomen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.