De toerisme-industrie in Venetië loopt tegen haar grenzen aan

Toeristificatie Hoe ver moeten lokale overheden gaan in het faciliteren van toerisme? Steden worden onder de voet gelopen. Venetië voorop.

Het cruiseschip MSC Preziosa navigeert moeizaam door het Canale della Giudecca in Venetië in april 2014.
Het cruiseschip MSC Preziosa navigeert moeizaam door het Canale della Giudecca in Venetië in april 2014. Foto Andrea Merola/EPA

„Het San Marco-plein? Prachtig, maar ik kom er nooit meer. Het is een van de delen van de stad waar geen plaats meer is voor de Venetianen. Hele gebieden van de stad zijn in feite onteigend, op een bijna militaire manier bezet door de toeristenindustrie.”

Marco Baravalle, een kunstwetenschapper, is somber over zijn geliefde Venetië. Hij woont in een betrekkelijk rustig deel, Cannareggio, maar ook hij is een van de Venetianen die vinden dat de druk van het toerisme veel te groot is. „We hebben 52.000 inwoners, maar ieder jaar krijgen we meer dan dertig miljoen bezoekers. Op veel dagen zijn er meer toeristen dan inwoners in de stad. Als we zo doorgaan, vermoorden we Venetië.”

Daarom wil hij deze zaterdag meelopen in de protestmars die is georganiseerd tegen de komst van de kolossale cruiseschepen in de stad. Aanleiding is het incident van afgelopen zondag, toen een op drift geraakt 275 meter lang cruiseschip de kade van het kanaal van Giudecca ramde. Maar erachter zit de al jaren broeiende onvrede over wat Baravalle „de lawine van het toerisme” noemt.

„Venetië is een extreem voorbeeld van overtoerisme”, zegt Jan van der Borg. Aan de Ca’ Foscari universiteit van Venetië doet hij al decennialang onderzoek naar toeristenstromen en de gevolgen ervan. In Venetië zie je waar ook steden als Amsterdam en Barcelona mee worstelen. Door goedkope vluchten, Airbnb en de groeiende reislust van Chinezen, Russen en Zuid-Amerikanen is het toerisme razendsnel toegenomen.

Naar Venetië komen nu veel meer mensen dan de stad aankan. „De draagkracht ligt bij ongeveer 18 miljoen bezoekers per jaar”, zegt Van der Borg. „Met 30 miljoen zitten we daar ver boven. Dat betekent dat de stad driekwart van het jaar lijdt onder congestie en vervuiling en dat de locals worden verdrukt door toeristen.”

Hij keert zich ook tegen ‘toeristificatie’, aanpassingen aan de wensen van de toerist die ten koste gaan van het oorspronkelijke karakter van een stad. „De bedrijvigheid moet lokaal verankerd zijn. Je moet geen keten van friettenten willen toelaten in Venetië. Zoals een wafelwinkel in Amsterdam ook echt onzin is.”

Locals first

Van der Borg pleit voor een radicaal andere benadering. „Het klinkt wat Trumpiaans, maar het uitgangspunt zou moeten zijn: locals first. Alles wat je doet, ook op toeristisch gebied, moet ten behoeve zijn van de lokale bevolking. Toerisme moet geen doel op zich zijn, maar een middel om de lokale economie te versterken. De overheid moet geen geld stoppen in vormen van toerisme die dat niet doen.”

Voor Venetië zou dat betekenen: de toevloed van dagjesmensen afremmen (nu 80 procent van het totaal) en het stimuleren van mensen die in de stad willen blijven dineren en slapen – voor die tweede groep is nog wel ruimte.

Lees ook: Biënnale-bezoekers dragen bij aan de ondergang van Venetïe

Verder zou geprobeerd kunnen worden de toeristenstroom te reguleren, bijvoorbeeld via een geavanceerd reserveringssysteem „dat ervoor zorgt dat mensen je stad bezoeken op een moment dat je dat het beste uitkomt”. Maar niet met toegangspoortjes, zoals halfhartig is geprobeerd. „Dan krijg je het idee dat je in een pretpark woont”, zegt kunstwetenschapper Baravalle.

Cruisegangers geven volgens Van der Borg ongeveer evenveel uit als dagjesmensen. Financieel heb je daar ook niet zo veel aan, zegt hij. „De kosten zijn veel hoger dan de opbrengsten.” Hij wijst erop dat vooral de cruisemaatschappijen en het havenbedrijf, dat vrijwel volledig afhankelijk is van de cruiseschepen, eraan verdienen, plus wat kleinere bedrijven die de bevoorrading doen.

De cruiseschepen detoneren als witte moderne drijvende flats met de historische gebouwen van Venetië. „Die schepen moeten de lagune uit”, zegt kunstwetenschapper Baravalle. „Daar is die kwetsbare waterhuishouding niet op berekend, en ook de stad kan het niet aan. Dat er toch van die enorme schepen komen, en dat die dan ook nog vlak langs het San Marco plein willen varen, is een voorbeeld van de arrogantie van de toerisme-industrie.”

Pact tegen dagjesmensen

Giuseppe Tattara is een Venetiaans econoom die co-auteur is van het deze maand verschenen boek Venezia, il dossier Unesco e una città allo sbando (Venetië, het Unesco-dossier en een stad op drift). Daarin wordt gepleit voor een soort pact van inwoners van Venetië en mensen die wat langer in de stad blijven tegen de dagjesmensen. Doel zou moeten zijn verdere toeristificatie te voorkomen – iets waar ook Unesco, als bewaker van cultureel erfgoed, zich achter heeft geschaard. „Als we niet proberen een ander soort stad in het leven te roepen, wordt Venetië een stad zonder burgers”, zegt Tattara in een telefonische toelichting.

In Tattara’s boek wordt voorgerekend dat de cruises aan zeventienhonderd mensen werk bieden – een derde van wat in een studie van het havenbedrijf wordt geclaimd, en goed zijn voor 1,6 procent van wat in Venetië wordt verdiend. Als de cruiseschepen zouden verdwijnen, is er niet zo veel aan de hand, zegt hij ter toelichting. „Als Venetië 1,5 miljoen toeristen verliest, merkt niemand dat. Het zou zelfs wel goed zijn. Het toerisme zoals we dat nu beleven, verstikt de stad en de mensen die er nog wonen.”