Ruzie Özturk en Arib

Kamerlid is onschendbaar, maar de voorzitter mag wel ingrijpen

Denk-Kamerlid Selçuk Öztürk.
Denk-Kamerlid Selçuk Öztürk. Foto Remko de Waal/ ANP

Kamervoorzitter Khadija Arib en Denk-Kamerlid Selçuk Öztürk kwamen al vaker met elkaar in botsing, maar niet eerder zó fel als donderdag. Arib ontnam Öztürk in een debat het woord nadat hij SP-Kamerlid Sadet Karabulut van steun aan terrorisme bleef beschuldigen. Het is het recht van de Kamervoorzitter, maar een middel dat zelden wordt ingezet.

Kamerleden zijn in de nationale vergaderzaal onschendbaar: ze mogen in principe alles zeggen en kunnen daar niet voor worden vervolgd. Maar de voorzitter bewaakt wel de orde van het debat. Het Reglement van Orde geeft Arib de bevoegdheid een Kamerlid het woord te ontnemen, of zelfs uit de zaal te laten verwijderen. Dit gebeurde in de jaren dertig met NSB’er Meinoud Rost van Tonningen en voor het laatst in 1950, met communistenleider Gerben Wagenaar. Hij kwam met de voorzitter in conflict over zijn spreektijd en werd zo boos dat hij met zijn stoel wilde gaan gooien. Vier politieagenten voerden hem af.

Zo ver kwam het donderdag niet, maar het knetterde wel. In een debat over Turkije beschuldigde Öztürk Karabulut, van Koerdische afkomst, ervan terreurorganisatie PKK te steunen. Een „schandelijke” persoonlijke aanval zonder bewijs, vonden Arib en veel Kamerleden, die Öztürk vroegen zijn woorden terug te nemen. Toen hij dat weigerde, greep Arib in: het Denk-Kamerlid mocht zijn betoog niet afmaken.

Öztürk accepteerde haar besluit niet en bleef nog bijna een minuut demonstratief achter het spreekgestoelte staan. Toen droop hij toch af.

Karabulut zelf noemt het gedrag van Öztürk „een volksvertegenwoordiger onwaardig”. Ze vergelijkt zijn tactieken met „de manier waarop in Turkije politieke tegenstanders worden aangepakt”. Eerder was ze het doelwit van Denk in manipulatieve video’s op Facebook.

Öztürk gaat een klacht indienen vanwege partijdigheid. Volgens hem grijpt Arib nooit in als Denk beticht wordt van steun aan de Turkse president Erdogan. Hij wil dat Arib met een „onafhankelijke delegatie” de beelden terugkijkt. „Ik denk dat ze een stukje zelfreflectie nodig heeft.”