Een Rotterdams feestje in Taiwan

Cultuur Twee Rotterdamse cultuuriconen ontmoeten elkaar dit weekend zo’n tienduizend kilometer van hun thuishonk. In Kaohsiung, de tweede stad van Taiwan, speelt het Rotterdams Philharmonisch Orkest in het gloednieuwe theatercomplex van de Rotterdamse architect Francine Houben.

Foto RITCHIE B. TONGO/EPA
Foto RITCHIE B. TONGO/EPA

Eén, hooguit twee millimeter dik en een paar centimeter breed. Zo groot is het stukje ivoor dat eeuwen geleden op strijkstokken werd aangebracht. Het zijn kostbare strijkstokken die musici van het Rotterdams Philharmonisch Orkest gebruiken om hun viool of cello mee te bespelen. Een minuscuul stukje ivoor. Onschuldig zou je zeggen. Maar niet als je er de wereld mee over wilt reizen. Ivoor valt namelijk onder de zogenoemde CITES regelgeving, bedoeld om te voorkomen dat beschermde dier-, plant- en houtsoorten worden verhandeld en vervoerd. En dat betekent een hoop papierwerk om de oude strijkstokken mee te mogen nemen buiten Europa, zoals dit weekend naar Taiwan.

Voor Daniël Rosenquist is het inmiddels haast een routineklus. Als tourmanager bij het Rotterdams Philharmonisch orkest organiseert hij al tien jaar de buitenlandse reizen. Hij is gewend om de maanden voor een intercontinentale tournee bijna fulltime bezig te zijn met visa en vergunningen. Hij schat in dat op zo’n 25 procent van alle instrumenten die meegaan beschermde dier – of houtsoorten te vinden zijn. Naast ivoor komen ook krokodil en schildpad terug in sommige strijkinstrumenten. Ieder instrument heeft z’n eigen vergunning nodig. Een enkele keer worden alle kisten met instrumenten goed gecontroleerd, vaker wordt er nauwelijks naar de papieren gekeken.

Het is voor het eerst dat het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit weekend optreedt in Kaohsiung. De stad in het zuiden van Taiwan is na Taipei de tweede van het land. Net als Rotterdam dus een ‘second city’. De twee havensteden kennen opvallend veel gelijkenissen, vindt één van Nederlands bekendste architecten, Francine Houben. Ze is de afgelopen jaren zeker 25 keer in Kaohsiung geweest vanwege het ontwerp en de bouw van het Wei-Wu-Ying Center for the Arts: het grootste theatercomplex van de wereld met vier concertzalen onder één dak, ontworpen door Houbens architectenbureau Mecanoo. Een half jaar geleden werd het gebouw geopend door de president van Taiwan.

In oktober vorig jaar werd het kunstencentrum in Kaohsiung geopend.

Foto Ritchie B. Tongo/EPA

„Net als Rotterdam maakt ook Kaohsiung een enorme ontwikkeling door”, vertelt Houben. Rotterdam was de grootste haven van de wereld, Kaohsiung stond ooit in de top-10. „Je kan zien dat havensteden en oude industriesteden een grote omslag moeten maken. De economie verandert, de havens veranderen. Oude stadshavens krijgen een andere bestemming. Kaohsiung was een ongezonde stad met veel industrie en luchtvervuiling. Er werd ingezet op meer groen, er kwam een hogesnelheidslijn, een metronetwerk en fietspaden. Ik heb in de loop van de jaren gemerkt hoe de luchtkwaliteit flink is verbeterd.”

Dat er zoveel parallellen zijn tussen Rotterdam en Kaohsiung was de reden dat Francine Houben al in 2014 het Rotterdams Philharmonisch Orkest benaderde met de vraag er te komen spelen. Het was de bedoeling dat het orkest onder leiding van Jaap van Zweden, een vriend van Houben, zou optreden bij de opening van het gebouw. Gepland voor 2017. Maar de bouw liep vertraging op en tot verdriet van Houben kon het Nederlandse feestje in Kaohsiung niet doorgaan. „Al twaalf jaar zaten we in een spannend avontuur, maar het was soms ook best eenzaam. Het is een mooi en bijzonder complex en ik ben er trots op. Dan wil je het ook kunnen delen. Projecten in Nederland kan je zo aan je vrienden en collega’s laten zien, maar dit is te ver weg.”

Nu komt het er toch van. „De opening van het gebouw was bijzonder, maar dit concert is minstens zo bijzonder.” Het Rotterdams Philharmonisch is het eerste Nederlandse gezelschap dat de nieuwe zaal van Houben gaat uitproberen. Later deze zomer volgen de bekende pianistenbroers Jussen en het Nederlands Dans Theater.

In 2008 was het Rotterdams Philharmonisch Orkest voor het laatst in Taiwan. Toen werd er opgetreden in de hoofdstad Taipei. Het orkest geeft jaarlijks 20 tot 30 concerten in het buitenland. „Het is belangrijk voor je internationale marktwaarde”, zegt directeur George Wiegel. „Je moet zichtbaarheid creëren en daarvoor moet je op pad. Dan ben je interessant voor internationale topdirigenten en topsolisten.”

Daarnaast wil het orkest een reputatie opbouwen in Azië, een regio waar cultuur hoog in het vaandel staat. „China is in opkomst, net als Korea. Japan is al lange tijd een topspeler. En nu is de kans het gebied uit te breiden naar Taiwan.” Volgende week staan concerten gepland in Zhuhai (vlakbij Hong Kong), Shanghai en Beijing. Maar dit weekend eerst twee optredens in Kaohsiung. „We zijn benieuwd of die stad in de toekomst deel gaat uitmaken van het internationale concertcircuit.”

Francine Houben vertelt met trots over één van haar meest prestigieuze ontwerpen. Soms praat ze met een verliefde blik over de sfeer en de vriendelijke mensen in Kaohsiung. Misschien wel belangrijker dan de vier concertzalen met in totaal zesduizend stoelen, is de overdekte buitenruimte van het complex. Het gebouw moest in de visie van Houben ook toegankelijk zijn voor mensen die geen kaartje hebben voor een voorstelling. Het dak biedt bescherming tegen de hete zon of de felle buien in dit land met een subtropisch klimaat. En door het slimme ontwerp vangen de openbare gangen tussen de zalen de wind van zee en ontstaat een verkoelend briesje. „Een natuurlijke en gezonde airco die ook nog eens duurzaam is.”

„Het Wei-Wu-Ying moet een plek zijn waar mensen echt naartoe komen om te flaneren of te sporten. In Taiwan is het heel gebruikelijk dat de inwoners buiten yoga of tai chi doen.” Een half jaar na de opening lijkt het gebouw gebruikt te worden zoals het was bedoeld. „De kinderen hebben een deel van het gebouw gevonden waar ze goed kunnen glijden. Dan doen ze hun schoentjes uit en klimmen naar boven om naar beneden te glijden. Zo lief, ik vind het bijna poëtisch.”

Het gebouw met vier concertzalen onder één dak is het grootste theatercomplex van de wereld.

Foto Iwan Baan

Het orkest komt vooral voor de binnenkant van het gebouw: de veelbelovende nieuwe concertzaal. Om de akoestiek goed te testen, reist het orkest met een flinke bezetting naar Taiwan. Maar liefst 107 orkestleden uit Rotterdam staan er dit weekend op het podium om de Derde symfonie van Mahler uit te voeren. Een symfonie waarbij zo’n 15 orkestleden meer nodig zijn dan bij een gemiddelde symfonie. „Met zo’n groot orkest gaan we eigenlijk nooit op tournee, maar Kaohsiung wilde graag dat we met iets groots zouden komen om te horen wat de nieuwe zaal kan”, legt Wiegel uit. „Dat een Rotterdamse architect het gebouw heeft ontworpen, maakt het natuurlijk extra bijzonder. Daarom zijn we gelijk voor het idee gevallen.”

Voor een deel is het ook prestige om snel na een opening in een nieuwe zaal te spelen, geeft Wiegel toe. „We waren ook één van de eersten die in de Elbphilharmonie in Hamburg speelden, nu zijn we één van de eersten in Kaohsiung. Het is toch wel belangrijk om aan je achterban te laten zien dat je meedoet, dat je wordt gevraagd. Het is ook eervol.”

Dat er een behoorlijk prijskaartje aan de tournee hangt, mag duidelijk zijn. De vliegtickets, de vrachtvlucht met alle instrumenten, hotelovernachtingen, etcetera. Maar, zo verzekert Wiegel: „Er gaat geen belastinggeld naar tournees. De zaal in Kaohsiung koopt ons uit waardoor we voor een deel uit de kosten zijn en verder hebben we tourneesponsoren die zorgen dat we de reis kunnen betalen.”

Akoestiek

Voor Houben is het spannend wat de musici van de akoestiek vinden. Bij de bouw van de concertzaal werd de hulp ingeschakeld van een akoestisch expert die adviseerde over het ‘volume’ van de zaal, de afstand tussen het podium en het publiek en het gebruik van reflectiematerialen. Zo is er bij de stoelen gekozen voor een rugleuning die hoger wordt naarmate je verder van het podium zit. De rugleuning fungeert als een soort grote oorschelp. Maar een goede akoestiek betekent ook dat musici elkaar goed horen. „Het is belangrijk dat het geluid goed is voor mensen in de zaal én de musici op het podium. Na afloop ga ik zeker naar de musici toe om te horen wat ze van de zaal vinden.”

Justus Cooiman is een freelance journalist die met enige regelmaat videoproducties maakt voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Het Orkest heeft niet financieel bijgedragen aan dit artikel.