Opinie

    • Auke Kok

Respect voor de verliezers op twee wielen

Column

Auke Kok

Kom mensen, nou niet gaan juichen voor iedere brommer die een boete krijgt. Zo zijn wij niet, wij fietsers zijn sportief. Juist nu het handhaven is begonnen is het zaak bescheiden te blijven. Met compassie bezien wij de snorfietsers die nu echt de rijbaan moeten gebruiken omdat ze anders moeten lappen. Acht weken mochten ze aan de situatie wennen en dat is nu voorbij. Werd ook wel tijd, trouwens: de afgelopen twee maanden werd ik toch weer aardig wat keren opzij getoeterd door zo’n opgevoerde tatoeage-brommer. Opnieuw die schrikreacties, momenten van ergernis, van miniwoede zelfs. Maar ik zeg: zand erover. De overvolle fietspaden binnen de ringweg behoren ons weer toe en de brommers zijn voortaan waar ze horen: bij de andere gemotoriseerde voertuigen. De logische situatie.

Alle reden voor tevredenheid. Niet voor triomfalisme. Per slot van rekening heb ik op de fietspaden ook fijne scooterrijders meegemaakt: kalme types, vaak vrouwen, die gewoon achter me bleven rijden tot ze er langs konden. Geduldig pruttelend op de smalle stroken van de stad. Met hen heb ik eigenlijk wel te doen.

Ik heb op de fietspaden ook fijne scooterrijders meegemaakt, kalme types

De goeden zullen weer onder de kwaden moeten lijden, want de kwaden zorgden voor te veel irritaties en ongelukken. Het zijn de feiten. Maar leuk is anders. Die blikken van zachtmoedige snorfietsers die met een helm op naar de rijbaan worden verwezen stemmen mij niet vrolijk. De brommerrijders vormen een minderheidsgroep, sociologisch gesproken. Ze kunnen niet bogen op een krachtige lobby, ze zijn gemiddeld lager opgeleid en hebben vaker een niet-westerse achtergrond. Het is een beetje de onderklasse op twee wielen. De leden ervan worden door bordjes en tekeningen op het asfalt weggebonjourd naar de, zeggen zij, gevaarlijke rijbaan waar ze evenmin gewenst zijn. De handhavers in gele pakken maken het er nog erger.

Nee, dan wij! Het voelt bijna eng, zoals de fietsers in de watten worden gelegd. De complete intelligentsia van Amsterdam staat achter ons. Stapels rapporten zijn in ons voordeel opgesteld, door lobbyisten, wetenschappers, ambtenaren. Met als gevolg steeds meer aangenaam brede kruispunten op fietspaden, steeds meer wegen waar auto’s zich als bezoekers moeten gedragen, steeds meer afgebakende fietsracebanen. Wij zijn met onmetelijk velen en ieder gemeentelijk besluit laat ons zonnetje langer schijnen.

Wij, de nooit voor zebra’s stoppende, onophoudelijk telefonerende, door rood rijdende, nooit de richting aangevende peddelaars, hebben op alle fronten gewonnen. Met de verwijdering van de scheurende herriemakers is onze triomf compleet. Maar in onze Fietshoofdstad van de Wereld gaan we nu niet roepen dat het stil is aan de overkant. We gaan de brommerrijders die zich straks toch nog op ons terrein bevinden netjes op de regels wijzen. Als een winnaar van Roland Garros zeggen we aardige dingen tegen de verliezers. Hun frustraties zijn zo al groot genoeg. Minzaam glimlachend tillen we de beker boven onze hoofden. Zonder leedvermaak. Die zou ons er trouwens even lelijk doen uitzien als de barrels waarop we zitten.

Auke Kok is schrijver en journalist.